't Veldhoen

Ligging Deze buitenplaats stond aan de Rijksstraatweg te Baambrugge, gemeente Abcoude.



Ontstaan Het huis is waarschijnlijk tussen 1660 en 1665 ontstaan.
Geschiedenis Wanneer deze buitenplaats gebouwd werd is niet met zekerheid te zeggen. Het lijkt een 10 tot 15 jaar jonger dan de ernaast gelegen buitenplaats Den Haring, maar het zou ook kunnen dat het huis gebouwd werd in opdracht van een lid uit de familie Glimmer.
In 1719 overlijdt Anna Elisabeth Hinlopen, weduwe van Jan Everwijn Glimmer. Hun erfgenaam was hun enige dochter Anna Elisabeth Glimmer, die toen nog ongehuwd was. In 1725 trouwt ze met de heer Th. W. van Solicoffer, maar hun huwelijk is heel slecht. Het blijkt dat de heer Solicoffer, voor zijn huwelijk met Anna Elisabeth grote schulden had gemaakt, en deze probeerde hij met het vermogen van zijn vrouw af te lossen. Anna Elisabeth wilde dit niet en verzetten zich daar tegen.
Door de vele problemen dronk ze veel alcohol en uiteindelijk overleed ze al in 1728.
De heer Solicoffer meende recht te hebben op haar nalatenschap, maar dat wist de familie Glimmer te voorkomen en in 1729, het jaar waarin de gravure van Abraham Rademaker werd gemaakt, is een Jan Glimmer eigenaar van het huis.

Tot 1754 blijft 't Veldhoen in bezit van de familie Glimmer. In dat jaar verkoopt Sara Catharina van de Poel, weduwe van Jacob Glimmer, de buitenplaats aan Henrik Gerritzn Hooft. Zijn moeder heette Hester Hinloopen en daarmee familie van de in 1728 overleden Anna Elisabeth Glimmer. Ook was hij een achterachterneef van de bekende P.C. Hooft en ossenweider van beroep.
Hoewel zijn vader tot 5 keer toe benoemd werd tot Burgemeester van Amsterdam, bracht hij het niet verder dan schepen. In 1748 verdween hij helemaal uit de politiek, omdat stadhouder Willem V hem niet Oranjegezind genoeg vond.
In 1755 koopt Henric er de buitenplaats Wiessenburg bij, die direct ten zuiden van zijn huis lag. Hij kocht het landgoed voor f. 6000,- brak de buitenplaats af en voegde de grond toe aan 't Veldhoen, dat daarmee een oppervlakte kreeg van bijna 54 morgen. Voordat hij 't Veldhoen kocht was hij van 1741 tot 1748 eigenaar van de buitenplaats Ipenburg, die ook in Baambrugge stond.

In 1756 verkeert 't Veldhoen in een niet al te beste staat. Notaris Tredee krijgt in januari 1756 de opdracht "omme op te neemen en aan te teekenen de ruijten, die in de Heerehuijsinge, stallinge en verdere getimmerten alsmede in de broeijbacken stuckende waeren, of aan meer als twee stucken gebersten". Vooral de bijgebouwen hebben het zwaar te verduren gehad, want "in de nieuwe stal zijn 16 ruiten en in de oude stal 22 ruiten" kapot. Zijn beroep van ossenweider heeft hij waarschijnlijk in die tijd langzaam maar zeker opgegeven, waarschijnlijk doordat rond 1750 drie epidemieŽn van veeziekten uitbraken.
Henrik Gerritzn Hooft was getrouwd met Suzanna Adriana Hasselaer en ze kregen twee dochters. Het echtpaar Hooft-Hasselaer woonden op de Herengracht in Amsterdam en verhuurden de buitenplaats. Hun dochter Hester trouwde met Joan Graafland en woonde op de buitenplaats Weerestein. Tegen het einde van de 18e eeuw overleden Hester en Joan en hun bezittingen werden geŽrfd door hun zoon Gerrit Graafland (1773-1856), die zich het lot van 't Veldhoen aantrok.

Als huurder van de boerderij op 't Veldhoen vinden we gedurende de tweede helft van de 18e eeuw Riemer van der Veen. In 1792 wordt voor de laatste keer voor 2 jaar met hem een contract afgesloten. In 1794 vinden we zijn zoon Ibe van der Veen als huurder. Het laatste contract wordt met hem in 1800 afgesloten voor 4 jaar. Als eigenaar vinden we dan nog steeds Henrik Hooft.
Tussen 1800 en 1808 is Henrik overleden en de buitenplaats wordt geŽrfd door zijn kleinzoon Gerrit Graafland, die hierboven genoemd wordt als eigenaar van Weerestein.
In 1813 wordt door Gerrit Graafland een aantal roerende goederen op de buitenplaats verkocht. In 1818 komen we in de archieven Elbert Korver tegen als huurder van de boerderij, die dan Groot Veldhoen wordt genoemd. Elbert sterft in 1820 en zijn weduwe, Marretje Kooij, blijft nog tot 1823 in de boerderij wonen. De volgende huurder is Teunis de Graaf, die echter al binnen een jaar sterft.

In 1834 is Gerrit Graafland, inmiddels rentenier, nog steeds eigenaar van 't Veldhoen. Hij verkoopt dan hout op stam op de buitenplaats.
In 1861 worden weer wat roerend zaken verkocht op de buitenplaats. De buitenplaats komt dan ook in veiling, maar de verkoop gaat niet door, omdat de eigenaar een bod van f. 16000,- te laag vindt. En dan in 1868 komt de buitenplaats opnieuw in veiling. De buitenplaats wordt omschreven als, "heerenhofstede met derzelver huizinge, koetshuis, stalling voor zes paarden, tuinmanswoning, koepel, houtloods, slingerlanen met opgaande bomen en houtgewassen, schuitenhuis, moes- en broeituinen, appelen en perenboomgaarden, wandelingen en verdere bepotingen en beplantingen". Het hoogste bod is dan f. 17000,-, maar opnieuw vindt de eigenaar dat niet hoog genoeg. Eind 1868 wordt dan de buitenplaats in negen delen verkocht en is de totale opbrengst f. 15748,-. De negen delen worden gekocht door 7 familieleden uit de familie Van Schaick.
In 1870 wordt de buitenplaats ontmanteld en in zijn geheel afgebroken. Het landgoed krijgt een agrarische bestemming. Alleen het grote koetshuis blijft behouden en wordt gebruikt als veestal. In de jaren 90 van de vorige eeuw is deze omgebouwd tot woonhuis en is er een toegangshek van enige allure geplaatst met de naam Veldhoen erop.
Bewoners - 1718 Anna Elisabeth Hinlopen, weduwe van Jan Everwijn Glimmer
1719 - 1728 Anna Elisabeth Glimmer
1728 - 1754 Jacob Glimmer, getrouwd met Sara Catharina van de Poel
1754 - 1801 Henrik Gerritzn Hooft
1801 - 1856 Gerrit Graafland
1856 - 1868 erven Gerrit Graafland
1868 - 1870 familie van Schaick
Huidige doeleinden Het vroegere koesthuis is een kleine 20 jaar geleden omgebouwd tot woonhuis.
Opengesteld Het woonhuis is niet toegankelijk.
Foto's
Bronnen Tekst: Ir. D.L.H. Slebos, Kerkkroon, 't Veldhoen, Wiessenburg en Den Haring, In: Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap Niftarlake 2006, blz 70 - 77