Zuilenburg

Ligging Ten oosten van de NH-kerk in Overlangbroek, gemeente Wijk bij Duurstede, ten noorden van de Langbroeker Wetering.

Foto van de voorkant van het kasteel bij vorst

Andere benamingen Zuylenburg, Zuijlenburg, Zuijlenborch en Klein Zuilenburg (ter onderscheid van Ter Meer)
Ontstaan Voor het eerst komt Zuilenburg in de bronnen voor in 1270.
Geschiedenis Na het graven van de Langbroekerwetering in 1122 werd er in het gebied rond Langbroek begonnen met ontginning, waarbij Zuilenburg in de zogenaamde Vijftighoeven ligt, dat als één na laatste gebied werd ontgonnen. Deze ontginning werd door het Domkapittel ter hand genomen, dat daar in 1126 rechten toe had gekregen van de bisschop van Utrecht. Zoals hierboven vermeld, komen we de naam Zuilenburg voor het eerst tegen in 1270 in de lijst van Gelderse lenen in het Nedersticht; het kasteel werd dus in of voor dat jaar gebouwd.
De leenman is dan Giselbertus de Sulen, die het ‘in allodium’ (als vrij erfgoed) aan de graaf van Gelre had overgedragen. De familie, waar Gijsbertus toe behoort, kwam tussen 1225 en 1250 vanuit het land van Kleef naar het Sticht. Gijsbertus woont al vanaf 1244 in het Sticht en is in 1247 schout van Jutphaas; mogelijk is hij de bouwheer van Zuilenburg. Door zijn huwelijk met Bertha van Abcoude, mocht de familie zich ook heer van Abcoude noemen en veranderden ze hun familienaam in Van Zuylen van Abcoude.

Tussen 1347 en 1360 is Gijsbrecht (III) van Zuylen van Abcoude heer van Abcoude en Zuilenburg en Zuilenburg wordt dan door hem in 1360 in leen gegeven aan Simon van Haarlem, die rond 1380 wordt opgevolgd door diens zoon Heynric van Haarlem.
In 1402 komen we dan opeens ridder Amelis uten Engh als leenman tegen. Deze Amelis stamt uit een belangrijk adellijk geslacht in Utrecht en was ook heer van Den Engh (bij Vleuten) en Amelisweerd.
Gedurende zeven generaties en ruim tweehonderd jaar is het in bezit geweest van deze familie, hoewel ze er niet veel woonden: het kasteel stond leeg of werd verhuurd. Als in 1538 Amelis III van Utenengh sterft, heeft hij geen mannelijke nakomelingen en zijn dochter Philippota uten Engh wordt eigenaresse van het kasteel. Zij trouwt met Joost I van Amstel van Mijnden en daardoor komt Zuilenburg in deze familie terecht. Als zij in 1616 sterft, wordt ze opgevolgd door haar zoon Joost (II).
Hoewel de familie er dus bijna niet woonde, gaf het bezit van Zuilenburg wel status, omdat het erkend was als ridderhofstad.

In het zijportaal van de kerk van Overlangbroek is in de muur een grafsteen ingemetseld van de vroegere grafkelder van de familie Uten Engh. Oorspronkelijk war er ook een memorietafel, ter nagedachtenis aan de jong gestorven Joost (I) van Amstel van Mijnden, die op drieënveertigjarige leeftijd overleed in 1553. Deze vergulde bronzen plaat toont ons in reliëf het echtpaar Van Amstel van Mijnden-Uten Engh en hun zoon Joost II en van de overledene de acht kwartierwapens. Deze gedenkplaat bevindt zich nu in Het Catharijneconvent te Utrecht. In de grafkelder, die verdwenen is door de afbraak van het koor van de kerk, werd onder andere ook Berent uten Engh, overleden in 1503, begraven.
De familie Van Amstel van Mijnden is bijna de hele 17e eeuw eigenaar; ze woonden meestal niet op het kasteel, maar verhuurden het. Kleinzoon Jacob van bovengenoemde Philippota, was heer van Loenersloot, ter Aa, Oucoop en Cuylenburg en was eigenaar van Zuilenburg van circa 1616 tot 1632. Na zijn dood wordt hij opgevolgd door zijn tweede zoon, Gerrit van Amstel van Mijnden, die meer dan zestig jaar eigenaar is.

In 1693 sterft Gerrit van Amstel van Mijnden en het huis wordt verkocht aan Cornelis van Weede, die maar heel kort eigenaar is, doordat hij nog in hetzelfde jaar sterft. Hij wordt opgevolgd door zijn dochter Cornelia Everardina Jeanette van Weede. Zij trouwt met Johan Willem graaf van Efferen en zij verkopen Zuilenburg eind 1719 aan Joan van Beuningen. Hij was heer van Darthuysen, Amsterdams koopman en bankier en was in 1713 door keizer Karel V in de rijksadelstand verheven. Tenslotte werd hij gouverneur van Curaçao en overleed daar al het jaar daarop in 1720.
De volgende eigenaar koopt dan Zuilenburg, waarschijnlijk met het doel om er snel winst mee te maken. Hij heet Fredrik Verwout en verkoopt het huis al weer een jaar later door.
De nieuwe koper is weer van adel, te weten Reinier baron van Reede en heer van Ginckel, Middachten en Ruhenberg (D). Door de koop van Zuilenburg mag hij zitting nemen in de ridderschap van Utrecht. In 1721 sterft zijn moeder en zij laat kasteel Middachten voor hem achter, dat echter zwaar belast is met schulden. Ruim vijfentwintig jaar mag hij zich ook heer van Zuilenburg noemen, maar dan sterft hij ongehuwd in 1747 en het kasteel vererft op een achterneef: Frederik Christiaan Reinhard van Reede. Deze verkoopt het kasteel eind 1768 aan een zoon van een tante van hem. Deze neef, Reinout Diederik baron van Tuyll van Serooskerken, zal gedurende zestien jaar eigenaar zijn.

DE baron, die nu de nieuwe eigenaar werd, mocht zich naast heer van Zuilenburg, ook vrijheer van Heeze en Leende noemen. Tot halverwege de 19e eeuw zal deze familie het kasteel in bezit houden. In 1841 wordt Zuilenburg in veiling gebracht en dan gekocht door Arnoud Willem baron van Brienen, heer van de Groote Lindt. Na zijn dood in 1854 wordt hij opgevolgd door zijn zoon en deze Willem Diederik Arnold Maria was maar negen jaar eigenaar, waarna hij weer opgevolgd werd door diens zoon, Arnold Nicolaas Justinus Maria. Hij trouwt met Marie Louisa Ottelina Niagara van Tuyll van Serooskerken en zal gedurende veertig jaar eigenaar zijn. Na zijn dood in 1903 erven zijn 5 dochters het huis en zij houden het nog acht jaar in bezit.
In 1911 wordt Zuilenburg weer geveild en wordt dan gekocht door de diaconie van de Nederlands Hervormde Gemeente te Overlangbroek. Het is (mij) onbekend met welk doel de diaconie het huis kocht; ze hielden het maar kort in beheer, want vijf jaar later verkopen ze het aan Paul Loeb uit Haarlem.

Paul gaat zich vervolgens Loeb van Zuilenburg noemen en laat in 1919 het kasteel verbouwen en een nieuwe tuin aanleggen. Na het overlijden van Paul in 1964, erven zijn kinderen het kasteel. Dochter Emy Y.E.G. Loeb kocht haar zus Paulien en broer Paul uit, waarmee zij de enige eigenaresse werd. Ze is getrouwd met arts jhr. J.A.F. Backer. Na een grondige opknapbeurt van huis en tuin wonen ze er nu permanent sinds 1974.
Bouwgeschiedenis Het huidige Zuilenburg bestaat uit een kelder met één bouwlaag en heeft afmetingen van 11,8 x 7,3 meter. Het zou heel goed kunnen dat dit de resten zijn van een middeleeuwse woontoren. Aan drie zijden heeft het gebouw muren met een dikte van 1,3 meter en is gebouwd met kloostermoppen met het formaat: 29,5 x 14 x 7 cm, die in de 14e eeuw veel gebruikt werden. Wat opvalt is dat deze muren net boven het oppervlak iets uitwijken, wat er op wijst, dat het kasteel oorspronkelijk direct met zijn muren in de gracht stond. Op de oudste tekening van het kasteel, die van Roelant Roghman uit 1646 of 1647 lijkt er toch geen sprake van te zijn dat het kasteel direct met zijn muren in de gracht stond, maar dat er sprake is van een aarden wal rond het huis.

De kelder heeft een tongewelf, terwijl zich aan één zijde, de zijde van de Langbroekerdijk, er twee middeleeuwse schietsleuven in de muur aanwezig zijn. De voorgevel van Zuilenburg heeft een muur, die slechts 0,7 meter dik is en dit kan geen buitenmuur zijn geweest. Als we de tekening bekijken, die Roelant Roghman maakte, dan zien we daarop een huis dat uit twee evenwijdige vleugels bestaat, die beide trapgevels hebben en gedekt worden door een zadeldak. Elke vleugel was onderkelderd met daar boven twee woonlagen en een zolderverdieping. Als we het kasteel op deze afbeelding vergelijken met het huidige huis, dan heeft het onderste deel van de achterste vleugel veel overeenkomsten.
Dit betekent dat de voorste vleugel na 1646 afgebroken is. Het lijkt er ook op dat deze vleugel dunnere muren had, met een uitgemetselde schoorsteen en daardoor niet middeleeuws was. Het kasteel kon men naar binnen gaan via een ingang, voorzien van een dakje, in deze vleugel. De ingang was bereikbaar via een houten brug over de gracht.

Na het overlijden van Jacob van Amstel van Mijnden in 1632 werd er een boedelinventaris van het kasteel gemaakt. Hierdoor weten we meer over de indeling van het kasteel. Men ging het kasteel naar binnen op de bel-etage en daar bevonden zich een benedenkamer met alkoof, de zaal en nog een ‘saletje’ (kamertje). Vanuit de zaal kon men in de keuken komen, die zich ook nog op deze verdieping bevond.
Op de verdieping bevonden zich een ‘kamer boven de saell’ een kamertje boven het ‘saletje’, één boven de keuken en een knechtskamertje. De inrichting van het kasteel was heel eenvoudig en men woonde er slechts zelden. Meestal woonde de familie op kasteel Loenersloot of in het stadshuis Loenersloot aan de Nieuwe Gracht te Utrecht woonde.

Tussen 1646 en 1731 is een groot deel van het kasteel afgebroken. Alleen de achterste vleugel bleef gespaard en daarvan alleen de kelder en de bel-etage. De vleugel en de zolder werden ook afgebroken en het restant werd voorzien van een schilddak met pannen gedekt. In de nieuw ontstane voorgevel werden de ingang met een stenen bordestrap en twee kruisvensters aangebracht. Op de tekening van Abraham de Haen uit 1731 lijkt het of er onder deze (grote) bordestrap een ingang is gemaakt of in de kelder te komen. Als we de tekening van Jan de Beijer uit 1744 bekijken, lijkt de bordestrap daar veel te klein voor.
Aan de hand van de symmetrisch indeling van de voorgevel en het gebruik van kruisvensters vermoeden we dat de verbouwing tussen 1650 en 1700 heeft plaats gevonden. Het huis heeft geen schoorsteen meer, dus werd waarschijnlijk alleen nog als zomerverblijf werd gebruikt. Door de familie Van Reede werd Zuilenburg waarschijnlijk helemaal niet gebruikt, omdat ze de beschikking hadden over de kastelen Middachten en Amerongen. Op de tekening van Jan de Beijer (1744) ziet het huis er dan ook erg vervallen uit.

Gedurende 18e en 19e eeuw is er weinig veranderd aan het huis. Pas in 1916 wordt er weer verbouwd. In dat jaar wordt de stenen buitentrap vervangen door een houten trap. Dan vindt er in 1919 weer en verbouwing plaats. De toenmalige eigenaar maakte de nieuwe ingang gelijkvloers, terwijl de buitentrap en de deur op de bel-etage werden verwijderd. Deze verbouwing werd tussen 1965 en 1970 weer teniet gedaan door nieuwe restauratiewerkzaamheden. Het schilddak wordt dan vervangen door een zadeldak; hierdoor ontstond meer ruimte op de zolder. Op het kasteelterrein werden, vooral aan de noordwestkant van het huis, zo’n 1500 kloostermoppen gevonden. Deze werden gebruikt om de vroegere buitentrap weer aan te brengen. Tevens werd met deze kloostermoppen een schouw in de woonkamer gemaakt. Onder de bordestrap bevindt zich ook weer de deur naar de kelder.
Het middeleeuwse omgrachte Zuilenburg stond oorspronkelijk direct aan de Langbroekerwetering. Deze wetering is later veranderd en maakt bij het kasteel nu een bocht naar het zuiden, om langs de Hervormde Kerk te lopen. Mogelijk heeft dit in de 14e eeuw plaats gevonden, toen de kerk gesticht werd, wat mogelijk in opdracht van de heren van Zuilenburg plaats vond.
Bij het kasteel hoorde een langgerekt gebouw, zoals we kunnen zien op de tekeningen van Abraham de Haen (1731) en Jan de Beijer (1744). Dit gebouw had bakstenen topgevels en werd gedekt door een zadeldak. In 1633 lag dit gebouw nog op de 'voorborch' en had een inrijpoort, dia later dichtgemaakt is. Het voorste deel was in gebruik als koetshuis en het achterste deel was waarschijnlijk in gebruik als woning voor de kastelein. In 1633 was dit Uuth Anthonis. Op dit plaats van dit gebouw werd in 1964 een manege gebouwd.
Tenslotte hoorde bij Zuilenburg sinds de 15e eeuw het ten noorden van de kerk gelegen hofstede Van der Massche of Ten Masch. Deze hofstede werd in 1633 verhuurd aan Elgis van Bemmel en wordt in 1692 als ruïne vermeld.
Bewoners 1270 Gijsbrecht I van Zuylen, getrouwd met Bertha van Abcoude
- 1287 Sweder I van Zuylen (zoon), getrouwd met Petronella van Beusichem
1287 - 1300 Gijsbrecht II van Zuylen van Abcoude (zoon
1300 - 1347 Sweder II van Zuylen van Abcoude (zoon), getrouwd met Mabelia van Arkel
1347 - 1360 Gijsbrecht (III) van Zuylen van Abcoude (zoon)
1360 - 1380 Simon van Haarlem
1380 - 1402 Heynric van Haarlem (zoon)
1402 ridder Amelis uten Engh
- ca 1450 Bernhard I van Utenengh Heer van Den Engh (zoon)
ca 1450 - 1515 Amelis II van Utenengh Heer van Den Engh (zoon)
1515 - 1529 Bernhard III van Utenengh (kleinzoon), getrouwd met Johanna OverdeVechte
1529 - 1538 Amelis III van Utenengh (zoon, getrouwd met Wilhelmina van Doornik
1540 - 1616 (?) Philipotte uten Engh (dochter), getrouwd met Joost I van Amstel van Mijnden
1615 Joost II van Amstel van Mijnden (zoon), getrouwd met Wilhelmina van Voorst
1616 - 1633 Jacob van Amstel van Mijnden (zoon), getrouwd met Maria van Spaarnwoude
1633 (1636) - 1693 Gerrit van Amstel van Mijnden (zoon), getrouwd met Anna van Brakel
1693 Cornelis van Weede (koop)
1693 - 1708 Johanna Anthonia van Lynden (weduwe)
1708 - 1719 Cornelia Everardina Jeanette van Weede (dochter), getrouwd met Johan Willem Graaf van Efferen
1719 - 1720 Joan van Beuningen (koop)
1720 - 1721 Fredrik Verwout (koop)
1721 - 1747 Reinhard van Reede van Amerongen, heer van Ginkel (koop)
1747 - 1768 Frederik Christiaan Reinhard van Reede (achterneef)
1768 - 1784 Reinout Diederik baron van Tuyll van Serooskerken (neef, koop)
1785 - 1834 Jan Diederik van Tuyll van Serooskerken (zoon), getrouwd met Johanna Catharina van Westrenen
1834 - 1841 Reinout Carel Baron van Tuyll Van Serooskerken (zoon), getrouwd met Maria Agnes van Marselis Hartsinck
1841 - 1854 Arnoud Willem baron van Brienen (koop)
1854 - 1863 Willem Diederik Arnold Maria van Brienen van de Groote Lindt (zoon) getrouwd met Ida Charlotta Nicoletta Friin Selby
1863 - 1903 Arnold Nicolaas Justinus Maria van Brienen van de Groote Lindt (zoon), getrouwd met Marie Louisa Ottelina Niagara van Tuyll van Serooskerken
1903 - 1911 erven Arnold Nicolaas van Brienen van de Groote Lindt (5 dochters)
1911 - 1916 Diakonie der Nederlands Hervormde Kerk te Overlangbroek
1916 - 1942 Paul Loeb van Zuylenburg
1942 - 1964 kinderen van voorgaande
1964 E.Y.E.G. Loeb (dochter), getrouwd met arts jhr. J.A.F. Backer
Huidige doeleinden Het huis is bewoond.
Opengesteld Huis en tuin zijn niet toegankelijk.
Foto's Kleine stamboom familie Van Reede - van Tuyll
Foto van de achterkant van het kasteel
Foto van de achterkant van het kasteel Foto van het kasteel Foto van de voorkant van het kasteel Tekening van Roelant Roghman uit 1646/7
Bronnen Tekst: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, onder redactie van B. Olde Meierink, Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 1995
Foto 1: Gé van Diest
Foto 2 t/m : uit eigen collectie
Afb. 1: boek: Provincie Utrecht, 1966 (*)