Walenburg

Ligging Dit kasteel staat langs de Langbroekerwetering in Langbroek, gemeente Wijk bij Duurstede.
De toren staat op een eilandje, toegankelijk via een poortgebouwtje met brug.

Ansichtskaart van de woontoren

Andere benaming Walenborch
Ontstaan De oudste vermelding dateert van 1260.
Geschiedenis Wanneer Walenburg gebouwd werd is onduidelijk. Het kasteel komt in 1260 voor op een lijst van "Oude Ridderschap" en rond 1300 komen we een melding tegen van een verbouwing van de toren. De bouwheer en eerste bewoners van het kasteel waren waarschijnlijk afkomstig uit het geslacht Proeys. Ze bekleedden hoge functies binnen Utrecht en waren eigenaar van kasteel Lichtenberg. Het vermoeden bestaat dat ze een aantal woontorens lieten bouwen om hun macht en aanzien groter te maken.
Tegen het einde van de 14e eeuw dragen zij Walenburg op aan de familie De Ridder van Groenenstein, die ook al eigenaar zijn geweest van de ridderhofsteden Lunenburg, Groenestein en Sandenburg. Zo wordt Willem de Ridder, heer van Lunenburg, in 1444 beleend met Walenburg. Via zijn kleinzoon Jan de Ridder, die met Wendelmoet Reyersdr. Spalle getrouwd was, wordt zijn achterkleinzoon Willem de Ridder in 1526 beleend met de ridderhofstad Walenburg.

Op de oudste lijst van Ridderhofsteden in Utrecht uit 1536 komt Walenburg niet voor. Bij deze lijst zit ook nog een lijstje van bezitters van hofsteden en daarin worst de eigenaar van Walenburg genoemd.
Willem de Ridder wordt opgevolgd door zijn zoon Nicolaas Willemsz. de Ridder. Doordat Nicolaas grote schulden had, was hij genoodzaakt Walenburg in 1574 over te dragen aan mr. Johan van Lendt. Het kasteel wordt dan omschreven als: "den Thorenhuys ende hoffstadt van Walenburch mit twee morgens lants met sijn toebehoren soo dat van outs gelegen is in Nederlangbroec". Twee jaar later wordt de Walenburg nog wel twee maal verpand voor Nicolaas de Ridder, wonende in Brussel, maar daarna is het kasteel definitief bezit geworden van de heer Van Lendt. Lang blijft het kasteel niet in zijn bezit, want in 1578 verkoopt hij het weer aan Johan van der Meer.
In 1582 wordt Johan Botter van Snellenburch de nieuwe eigenaar. Johan sterft in 1608 en wordt opgevolgd door zijn zoon Arent. Tien jaar later sterft Arent kinderloos en de Walenburg vererft dan op zijn zus Agneta, die toen weduwe was van Floris Hackfort. Na het overlijden van Agneta, wordt haar zoon Alfer Hackfort met Walenburg beleend.

Alfer besluit het kasteel in 1648 te verkopen en de nieuwe eigenaar wordt Diederik van Doeyenburch à Cuylenburch. Dertien jaar later verkoopt hij het weer en wel aan George Johan baron van Weede.
George Johan was luitenant generaal in Staatse Dienst en gouverneur van Grave en het is niet duidelijk hoe vaak op het kasteel gewoond heeft. In elk geval noemt hij zich ook heer van Walenborg en de woontoren blijft in zijn bezit tot zijn dood in 1696. Hij was getrouwd met Anthonia Margaretha (Agnes) van Raesfeld en het echtpaar kreeg slechts één dochter: Everdine Jacoba Wilhelmina. Zij trouwde met Lebrecht, Vorst van Anhalt-Zeitz-Hoym. Hij was weduwnaar van Elisabeth Charlotte Vorstin van Nassau-Schaumburg en Holzappel en had al 5 kinderen, waarvan er één jong overleden was. Het echtpaar kreeg zelf nog 6 kinderen, waarvan er twee heel jong overleden. Na de dood van Everdine Jacoba Wilhelmina in 1724 blijft de Walenburg nog negen jaar in bezit van haar kinderen, waarna zij het in 1733 verkopen aan mr. Jan Robbert Mollerus. Het kasteel wordt dan omschreven als: "de Hofstede Walenburg [...] zijnde Huys en hofstede en 2 morgen lands leenroerig aan den Huyse van Sterkenborg en de twee morgen land leenroerig aan den Huyse van Hindersteyn".

Jan Robbert verkoopt Walenburg in 1761 aan Johannes Mathys Swemmelaar, heer van het gerecht Hardenbroek en kanunnik van het kapittel van St. Marie te Utrecht en wonende op Leeuwenburg. Hij heeft eigenlijk alleen belangstelling voor de grond rond de Walenburg en verwaarloosd het kasteel. Dit blijkt ook wel uit een beschrijving in "de Tegenwoordige Staat" dat in die tijd verscheen: "een gebouw van eene zeldzaame onregelmaatige gedaante, bestaande uit een bouwvalligen tooren, die vrij hoog is, en merkelijk uitsteekt boven het overige van het Huis, welk uit verscheiden trapgevels bestaat'. Na de dood van Johannes M. Swemmelaar, blijft zijn weduwe eigenaresse van het kasteel. Als Anna Maria van Plasburg in 1792 sterft, wordt haar zoon mr. Joachim van Vliet, heer van Hardenbroek, met Walenburg beleend.
De laatste wisseling, waarbij het overging in handen van een andere familie, vond plaats in 1803. In dat jaar wordt het gekocht door Gijsbert Karel Cornelis Jan baron van Lynden van Sandenburg. Het kasteel is nog steeds in bezit van deze familie.
De familie Van Lynden van Sandenburg geeft in 1965 aan architect E.A. Canneman de opdracht om de toren te restaureren. Wat over was van de toren, werd omgetoverd in een bewoonbaar gebouw en de tuin werd prachtig ingericht en heeft er tot zijn dood gewoond. Nadat het echtpaar Canneman uit Walenburg was getrokken, is de familie Van Lynden van Sandenburg in de nu fraai gerestaureerde woontoren gaan wonen. De familie bewoond het kasteel tot 2000, waarna zij het weer in erfpacht uitgegeven.

Oospronkelijk was Walenburg een woontoren van 6,5 m hoog, bovenop een heuveltje van 2 m hoog. De toren is niet volledig gefundeerd, maar staat op vier hoekpijlers, die een meter boven het maaiveld aan elkaar gekoppeld zijn door ontlastingsbogen en een tongewelf. Dit tongewelf vormde de vloer van de torenkamer. Boven deze kamer bevond het een platvorm met een weergang achter kantelen. De muren van de toren waren 1,2 m dik. De ingang bevond zich aan de zuidzijde.
Tegen het einde van de 13e of begin 14e eeuw is de toren met 2 verdiepingen verhoogd. Daarmee kreeg de toren een hoogte van 14,6 m. De oorspronkelijke ingang werd dicht gemaakt en een nieuwe ingang kwam aan de oostzijde op 6 m hoogte. De onderste laag van deze twee nieuwe lagen, kreeg een zwaar kruisribgewelf op ongeveer 5,5 m hoogte. Dit gewelf werd deels van baksteen en deels van natuursteen gemaakt. Vanuit deze kamer kom men via een muurtrap de bovenste verdieping van de toren bereiken. De muur van de toren is ter hoogte van deze muurtrap 1,1 m breed en dat was te smal voor een trap. De muur werd hier 30 cm verbreed door twee grote natuurstenen consoles. Op de bovenste verdieping bevond zich een privaat. Deze bovenste torenkamer werd later in gebruik genomen als duiventil. Bij de restauratie van 1965 werd hier als herinnering aan deze functie een klein duivenhokje geplaatst.

Via een houten trap kwam men bij de nieuwe ingang op 6 m hoogte. Hier was waarschijnlijk een uitstekend portaaltje aangebracht en kon men op die manier in de nieuwe grote torenkamer komen. Wilde men naar de oude torenkamer gaan, dan kon dit via een zeer steile muurtrap. Comfortabel was deze trap niet, want hij eindigde ook nog eens 1,2 m boven het vloerniveau van deze kamer. Later is deze muurtrap weer dichtgemetseld.
Rond 1550 vond er weer een verbouwing plaats. Er werd toen een gebouw tegen de toren aangebouwd, waarbij de eerder ingang werd verbouwd tot venster. In die tijd is waarschijnlijk ook het heuveltje afgegraven waarop de toren stond. Waarschijnlijk werd het nieuwe gebouw een 100 jaar later gedeeltelijk nog verhoogd en werd het huis in zuidelijke richting vergroot. In die tijd kreeg het kasteel zijn grootste omvang. Ook werd de toren van een dak voorzien.
In de 19e eeuw werd het geheel onder één dak gebracht en werd een trappenhuis, dat zich tegen de toren aan bevond, verwijderd.

J. Craandijk, de wandelende dominee genoemd, bezocht rond 1883 Langbroek en omstreken en beschreef Walenburg als volgt: "weer een van die kunstlooze vierkante torens, het eigenaardige van de landstreek aan de langbroekse Wetering. 't Gebouw ziet er tamelijk vervallen uit en wordt tegenwoordig alleen door duiven bewoond. 't Schijnt nooit van veel betekenis te zijn geweest. Toch zou de landstreek aan aantrekkelijkheid verliezen als deze stroeve en ernstige muren onder den moker moesten vallen. Vooreerst schijnt daarvoor nog geen gevaar te bestaan, want de eigenaar, de graaf van Lijnden van Sandenburg, houdt zijn ouden toren in waarde".

In 1965 wordt het kasteel onbewoonbaar verklaard. De aanbouw uit de 16e eeuw moest worden gesloopt en op de zuid- en westvleugel na, moest alles vernieuwd worden. De oude voorgevel, die zich aan de oostzijde had bevonden, werd niet gereconstrueerd. In verband met bewoningseisen kwam er een voorgevel in 18e eeuwse stijl. In het interieur werden fraaie historische bouwelementen aangebracht en de westgevel kreeg een kleine uitbouw voor het aanbrengen van een spiltrap.
Dat het kasteel er slect aan toe was, blijkt wel uit het feit, dat de toren geen ramen en deuren meer had. Er zijn zeer fraaie gotische eiken deuren geplaatst en de gevels van de toren zijn vrijwel niet gewijzigd. Hierdoor is het venster nog zichtbaar, dat voorheen, vanaf de 14e eeuw, de hoofdingang vormde en aan de noordzijde zijn op 6,5 m hoogte nog bouwsporen van de kantelen van de eerste toren goed zichtbaar. In de noordgevel is ook een privaat gereconstrueerd.
Een gevelsteen is zichtbaar in de oostgevel. Deze staan heeft een vrijwel onleesbare inscriptie: "Gerard de Heimerich [...]". Waar deze steen vandaan komt en wie Gerard was, is volledig onbekend.
De Walenburg is nu prachtig gelegen op een eilandje in een schitterende tuin en bestaat uit een toren met aanbouw.

Bewoners - eind 14e eeuw geslacht Proeys
eind 14e eeuw familie De Ridder van Groenenstein
1444 Willem de Ridder
- 1526 Jan de Ridder
1526 Willem de Ridder van Walenburch
- 1574 Nicloaas Willemsz. de Ridder
1574 - 1578 mr. Johan van Lendt
1578 - 1582 Johan van der Meer
1582 Jan van Hattum van Rhijnestein
1582 - 1608 Johan Botter van Snellenburch
1608 - 1618 Arent Botter van Snellenburch
1618 - 1626 Agnes Botter van Snellenburch
1626 - 1648 Alphart Hackfort
1648 - 1661 Diederik van Doeyenburch à Cuylenburch
1661 - 1696 George Johan baron van Weede
1696 - 1724 Everdine Jacoba Wilhelmina vorstinne van Anholt Berenborgh
1724 - 1733 erfgenamen voorgaande
1733 - 1761 mr. Jan Robbert Mollerus
1761 Johannes Mathys Swemmelaar, getrouwd met Anna Maria van Plasburg
- 1792 Anna Maria van Plasburg
1792 - 1803 mr. Joachim van Vliet
1803 Gijsbert Karel Cornelis Jan baron van Lynden van Sandenburg
familie Van Lynden van Sandenburg
ca 1960 - ca 1980 de heer E.A. Canneman (erfpacht)
ca 1980 - 2000 familie Van Lynden van Sandenburg

Huidige doeleinden De woontoren is eigendom van de familie Van Lynden van Sandenburg, die het kasteel in erfpacht hebben gegeven.
Opengesteld Het huis is niet toegankelijk.
Foto's nog een ansichtskaart (z/w) Gravure van Hendrik Spilman naar Jan de Beyer ca 1750
Bronnen Tekst: B. Olde Meierink (redactie), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Onder auspiciën van de Stichting Utrechtse kastelen, Utrecht, Matrijs, 1995, 596 pag.
F.C. van Lynden van Sandenburg
Foto 1 en 2: uit eigen collectie
Afb. 1: boek: Provincie Utrecht, 1966