Vronestein

Ligging Aan het Nedereind op de hoek van de Galekopperdijk (nu Düetlaan) en de Nedereindseweg in het vroegere Jutphaas, nu Nieuwegein.

Tekening van Jan de Beijer uit 1744

Ontstaan Het huis wordt voor het eerst vermeld in 1329.
Geschiedenis Zoals hierboven vermeld, dateert de oudste vermelding van het huis uit 1329. In dat jaar wordt Willem Johansz. van Jutphaes door de bisschop beleend met een 'steenhuys' en zes morgen land. De vermelding dat het goed in het Nedereind in Jutphaas lag, geeft ons geen zekerheid of het hier om Vronestein gaat, maar in 1382 wordt hetzelfde stuk land 'daer siin huys op staet' beleend aan Willem Bertholomeussoen, waarbij vermeld wordt: aan de 'Vronewech'. In de 13e eeuw komen we al een miles (=ridder) Willem dictus Vorneken tegen in een oorkonde uit 1245. Of er toen misschien al een kasteel Vronestein was, valt niet vast te stellen.
Het kasteel Vronestein wordt in 1412 al voor de eerste keer verkocht. De nieuwe eigenaar wordt Lodewijk de Wael. Zijn familie behoorde al in de 14e eeuw tot het Utrechtse patriciaat en gedurende driehonderd jaar zal het kasteel in het bezit van zijn nakomelingen blijven. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten van 1481 tot 1483, waarbij de strijd ging tussen de stad Utrecht en de bisschop, gesteund door de Graaf van Holland, werd het kasteel kortstondig door Hollandse troepen belegerd. Op 14 september 1482 werd het ingenomen, geplunderd, en in brand gestoken; een lot, dat ook verscheidene andere versterkte huizen in Jutphaas onderging, waarna het kasteel heel lang een ruïne bleef.

Lubbert de Wael van Vronesteijn besloot het kasteel niet meer op te bouwen, maar zich in de stad Utrecht te vestigen. Deze familie vervulde in de 15e en 16e eeuw verschillende politieke en kerkelijke ambten in de stad en hadden ook zitting in de Stichtse ridderschap. Na zijn dood in 1490 werd hij opgevolgd door zijn zoon Willem, die in 1495 een stadshuis van de familie Van Renesse kocht. Willem had een zoon die vernoemd was naar zijn grootvader en hem in 1528 opvolgde. In datzelfde jaar kocht hij een huis aan de Plompetorengracht bij de Wittevrouwenbrug van de erfgenamen van zijn zwager Jan van Wijck, waar hij een kleine twintig jaar samen met zijn vrouw Maria van Raaphorst woonde. Ondanks het feit dat het een ruïne is, wordt Vronestein in 1538 toch als ridderhofstad erkend.
De oudste zoon van dit echtpaar, die Adriaan heette, was kort voor de dood van zijn vader, zonder medeweten van de familie getrouwd met Beatrix de Voocht van Rijnevelt. Het stadshuis vererft nu op de vierde zoon Willem, terwijl Adriaan Vronestein toebedeeld krijgt, dat echter niet meer bewoonbaar was.

Adriaan de Wael van Vronestein vestigt zich dan in 1551 of 1552 in Jutphaas en het vermoeden bestaat, dat hij in de kasteelboerderij gaat wonen, die naast het terrein van het vroegere kasteel staat. Adriaan gaat over tot de leer van de Hervorming en tijdens de Tachtigjarige Oorlog die dan uitbreekt, tekent hij het Verbond der Edelen. Dit verbond verzette zich tegen de inquisitie, die de mensen vervolgde die zich aansloten bij de nieuwe leer. Waarschijnlijk heeft hij ook deel genomen aan de beeldenstorm. In 1567 wordt hij gevangen gezet op het kasteel Vredenburg en het volgende jaar, op 25 augustus 1568, wordt hij terechtgesteld, waarbij hij door het zwaard onthoofd wordt. Volgens overlevering heeft hij net voor zijn dood nadrukkelijk zijn trouw betoond aan de oude religie.
De bezittingen van Adriaan worden geconfisqueerd en zijn nabestaanden moeten veel moeite doen om deze terug te krijgen. Zijn zoon Frederik de Wael wordt in 1579 met Vronestein beleend. Frederik is mogelijk op De Beesde gaan wonen, dat hij van zijn moeder erfde. Zowel hij als zijn enige zoon Gerard trouwden met een dochter uit de familie Van Amstel van Mijnden. Deze zoon Gerard, die in 1617 zijn vader opvolgde, gaf opdracht om op het omgrachte kasteelterrein weer een huis te bouwen. De Nederlanden verkeerde toen in rustiger vaarwater door het Twaalfjarig Bestand met Spanje, dat van 1609 tot 1621 duurde. Gerard bemoeide zich nadrukkelijk met de bouw en in 1617 naderde het nieuwe Vronestein zijn voltooiing. Eén van de gelukwensen luidde: '... ende ick wensse U.E. en lieve huisvrou in U.E. woning veel ghelux en Godt gheve dat gij 't langh in rust en vreden tot salicheyt meucht besitten'.

Ondanks het nieuwe kasteel Vronestein, had de eigenaar geen zitting meer in de ridderschap van Utrecht; de oorzaak hiervan was dat hij katholiek wenste te zijn. Ze bleven wel een belangrijke rol vervullen op maatschappelijk en cultureel gebied tot ver in de 17de eeuw. Ook wisten ze het goederenbezit in de loop van de 17e eeuw aanzienlijk uit te breiden. De familie De Wael was in het katholieke Jutphaas van groot belang van de katholieken. Door hen werden missen opgedragen en boden ze onderdak aan priesters.
In 1678 wordt het huis met landerijen geschat op een waarde van 30.000 gulden en in 1685 en 1686 blijkt de ridderhofstad volgens verklaring van schout en schepenen van Jutphaas, niet met schulden te zijn bezwaard. Door de dood van Frederik de Wael in 1691 sterft de familie in mannelijke lijn uit. Zijn zus Wilhelmina de Wael van Vronestein trouwt met Johan III van Scherpenzeel, waarmee het kasteel in die familie komt.
Het echtpaar woonde op het kasteel van Scherpenzeel en hadden niet veel belang bij Vronestein. Het huis wordt belast met schulden en wordt verhuurd. Omdat er niet altijd een huurder gevonden werd, kwam het huis leeg te staan en was men ook genoodzaakt de boomgaard te kappen.

Het huis vererft na de dood van Johan III en Wilhelmina in 1714 op hun dochter Elisabeth Catharina, die met Frederik Jacob Heereman van Zuydtwijck trouwt. Zij sterft echter zes jaar later en haar weduwnaar blijft eigenaar. De familie Heereman van Zuydtwijck richtte zich op andere bezittingen en vestigen na verloop van tijd in Keulen en Munster. Het huis Vronestein wordt af en toe nog verhuurd, maar stond veelal leeg. Na de dood van Anna von Wrede, weduwe van Engelbert Heereman van Zuydtwijck, wordt het huis met rechten en titels verkocht voor 6.000 gulden. Het huis werd apart verkocht om te worden gesloopt. Deze sloop heeft vermoedelijk kort na 1861 plaats gevonden.
Bouwgeschiedenis Over het middeleeuwse kasteel Vronestein, dat in 1472 verwoest wordt, valt weinig te zeggen. Het moet een relatief bescheiden, verdedigbaar huis zijn geweest en in de Hollandse Divisiekroniek wordt gesproken van 'een slootken'. Na de verwoesting werden een deel van de stenen afgevoerd naar IJsselstein en in 1528 werden de overige stenen afgevoerd en de fundamenten verwijderd. Hierdoor bleef er voor archeologisch onderzoek niets bewaard.
Bij het opstellen van de lijst van ridderhofsteden in 1536 wordt Vronestein niet opgenomen. De erkenning als ridderhofstad gebeurt pas twee jaar later, na een verzoekschrift van Lubbert de Wael. In 1567 wordt Adriaan de Wael gevangen genomen en zijn bezittingen geconfisqueerd. Door de Raad van Beroerten wordt een inventarisatie opgesteld, waaruit blijkt dat Vronestein een boerderij is, met op de zuidwesthoek een uitgebouwde 'camer' met twee verdiepingen boven een kelder.

In deze uitvoerige inventarisatie wordt achtereenvolgens genoemd: een voorhuis, keuken, kelder, bakhuis, meidenkamer, achterhuis, zolder, opkamer, zijkamer en een brouwhuis. In het voorhuis bevonden zich een gewei, een vaandel, rapieren‚ zadels, sporen, hellebaarden, een met goud geëmailleerde Turkse sabel, geweren, een kruithoorn en een weitas. Allemaal verwijzend naar de adeldom van de familie. In de opkamer bevonden zich een altaarsteen, een groot zwart harnas van Adriaan de Wael, een lange tafel, twee zitkisten met kussens, een bedstede met blauwe gordijnen, een triktrakbord, vier schilderijen, een koperen kroonluchter, een buffet en een kast met 55 boeken. In de zijkamer stonden een bedstede met rode gordijnen, vijf stoelen en een glazen buffet en voor de schoorsteen hing een schilderij. Verder was er 'een taeffereeltgen mit een ploech daer men broot mede snijt' en in de keuken een Duits evangelieboek.
Zilver werd er bijna niet gevonden: er wordt alleen melding gemaakt van een vijftiental lepels. In de inventarisatie werd ook een schatting van de waarde gemaakt en men komt op ruim 840 gulden. Tenslotte hoorde bij de inventaris nog 11 paarden en een voorraad koren in het achter- en buitenhuis.
Als men deze inventarisatie leest, kan men haast niet anders concluderen, dan dat Adriaan de Wael samen met zijn dienstmeid Aaltje en bastaarddochter onder sobere omstandigheden in Jutphaas woonde. Hij was al een aantal jaar weduwnaar, doordat zijn echtgenote in 1560 overleden was en zijn wettige kinderen verbleven waarschijnlijk bij familie. Deze boerderij met uitgebouwde 'camer' komen we tegen op tekeningen uit de 18e en 19e eeuw.

Zoals hierboven vermeld wordt door Gerard de Wael opdracht gegeven een nieuwe Vronestein te bouwen. Het werd een eenvoudig, tweebeukig huis van twee bouwlagen. Het toevoegen van twee fraaie boomgaarden en een tuin geven het geheel een aangename indruk. In 1640 brengt Aernout van Buchel een bezoek aan het huis en hij beschrijft het als 'seer gemackelick ende bequaem'. Zeven jaar later brengt Roelant Roghman een bezoek aan Vronestein om er een tekening van te maken. Op deze tekening zien we een herenhuis bestaande uit twee evenwijdige beuken, heeft bakstenen topgevels en wordt gedekt door zadeldaken. Volgens deze tekening bestaat de linkerkant uit twee bouwlagen en de rechterkant uit drie.
In het Ridderhofstedenboek uit circa 1665 zien we de linkervleugel alleen vooraan drie woonlagen heeft en meer naar achter twee bouwlagen. Beide vleugels zijn volledig onderkelderd en in het gebouw moet zich een tussenmuur hebben bevonden, met tegen deze muur een stookplaats. Dit blijkt uit het feit dat er zich een schoorsteen op tweederde van het dak bevond. Aan de rechterzijde van het huis, was op kelderniveau een deur aangebracht, waardoor men op een plateau met spoelmogelijkheden kwam. De zolder kreeg licht door middel van een Vlaamse gevel, een soort van dakkapel, terwijl de ingang tot het kasteel zich in het linker deel bevond. Boven de ingang bevond zich een ovaal venster, waarvoor ten tijde van het bezoek van Roelant aan Vronestein een rouwbord aangebracht was. Hierdoor weten we dat Roelant in 1647 een bezoek aan het kasteel bracht, omdat in dat jaar Gerard de Wael overleden is.

Tussen de bezoeken van Roelant Roghman en de tekenaar van de tekening uit ca 1665 is het voorplein ommuurd en voorzien van een toegangspoort met bakstenen hekpeilers.
In 1670 sterft Joost de Wael van Vronesteyn, die getrouwd was met Isabella Catharina van Camons, en voor de verdeling van zijn nalatenschap wordt er een inventarisatie opgesteld. Ook de indeling van het huis Vronestein wordt beschreven. In de eerste plaats de zaal en het salet. De zaal was met goudleer behangen, er hingen wapenborden en wandtapijten en boven de open haard bevond zich een uitgehouwen wapen. In het salet waren de portretten van 22 voorouders van Joost en Isabella Catharina aangebracht, de zogenaamde 'Ahnengalerie' (Ahnen = voorouders) en bevonden zich ook wandtapijten. In de keuken bevonden zich beeldjes van jezuïtische heiligen en een altaar; mogelijk werd deze keuken gebruikt als schuilkerk. Verder beschikte men over nog een aantal rooms-katholieke rekwisieten. In de keuken stonden ook de spinnewielen van moeder en dochter Wilhemina.
Wilhelmina was het enige kind van het echtpaar en in haar slaapkamer stonden een ledikant, zes stoelen, een vurehouten tafel met een tafelkleed, een linnenkast, een poppenhuis en aan de muren hingen vier schilderijen. In de bibliotheek stonden 70 folianten en een aantal andere werken. Tot de nalatenschap behoorde ook het huis Dever bij Lisse, dat Isabella Catharina in het huwelijk had ingebracht.

In de 18e eeuw raakte Vronestein in verval door leegstand en gebrek aan onderhoud. We zien dit op tekeningen die ons uit de 19e eeuw bewaard zijn gebleven. Het is ook niet precies bekend, wanneer huis Vronestein werd afgebroken. Volgens Schut stonden de restanten van de ridderhofstad in mei 1861 nog overeind, maar niet lang daarna is het huis voorgoed verdwenen.
In de 17e eeuw stond het kasteel Vronestein op een rechthoekig eiland en liep er een brede gracht om heen, die verbonden was met de wetering. Het kasteel kon bereikt worden via een brug over deze brede gracht. Oostelijk van het kasteel lag de boerderij, die in de 16e eeuw aan de zuidzijde uitgebouwd was met een 'camer'. Ten zuiden van deze boerderij bevond zich een langgerekte omgrachte tuin en ten westen een eveneens omgrachte vierkante boomgaard. Ten westen van het huis bevond zich tenslotte nog een kleinere, eveneens omgrachte, boomgaard. In 1694 maakte Bernard de Roij een kaart van het ruim 25 morgen grote landgoed, waardoor we ons een goed beeld kunnen vormen van de indeling van het terrein. Op het ogenblik is het kasteelterrein zelf grotendeels onbebouwd.
Bewoners 1245 Willem dictus Vorneken
1329 Willem Johansz van Jutphaes
1382 Willem Bertholomeussoon
1412 - 1451 Lodewijk de Wael Heer van Vronesteijn (koop), getrouwd met Angela Mouwer uyter Corenmerct
1451 - 1490 Lubbert de Wael van Vronesteijn (zoon), getrouwd met Aleida van Driebergen
1490 - 1528 Willem de Wael van Vronestein (zoon), getrouwd met Hedwig van der Borch
1528 - 1545 Lubbert de Wael van Vronestein (zoon), getrouwd met Maria van Raaphorst
1546 - 1568 Adriaan de Wael van Vronestein (kleinzoon), getrouwd met Beatrix de Voogt van Rijnevelt
1579 - 1617 Frederik de Wael (zoon), getrouwd met Johanna van Amstel van Mijnden
1617 - 1647 Gerard de Wael (zoon), getrouwd met Wilhelmina van Amstel van Mijnden
1647 - 1670 Joost de Wael van Vronesteyn (zoon), getrouwd met Isabella Catharina van Camons
1670 - 1691 Frederik de Wael van Vronesteyn (zoon), getrouwd met Jacoba Teding van Berckhout
1692 - 1714 Wilhelmina de Wael van Vronestein (zus), getrouwd met Johan III van Scherpenzeel
1714 - 1720 Elisabeth Catharina van Scherpenzeel (dochter), getrouwd met Frederik Jacob Heereman van Zuydtwijck
1720 - 1742 Frederik Jacob Heereman van Zuydtwijck (weduwnaar)
1742 - 1780 Diderik Johan Ignatius Heereman van Zuydtwijck (zoon)
1780 - 1782 Frederik Willem Jozef Heereman van Zuydtwijck (broer), getrouwd met Theresia Anna Gertrud von Amelunxen
1782 - 1808 Karl Heinrich Heereman van Zuydtwijck (zoon), getrouwd met Clara Francisca von Mérode
1808 - 1810 Engelbert Heereman van Zuydtwijck (neef?), getrouwd met Anna von Wrede
1810 - 1850 Anna von Wrede
Huidige doeleinden Het kasteelterrein is thans gedeeltelijk met woningen bebouwd en verder wandelgebied, dat aansluit op het park Kokkebogaard. Van restanten van het kasteel is niets te zien.
Opengesteld Het wandelgebied en park Kokkebogaard zijn toegankelijk.
Foto's Tekening van G. Lamberts uit ca 1832 vanuit het noorden Tekening van G. Lamberts uit ca 1832 vanuit het noordwesten Gravure van Hendrik Spilman naar Jan de Beyer ca 1750
Bronnen Tekst: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, onder redactie van B. Olde Meierink, Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 1995
Historische Kring van Nieuwegein
Afb. 1 t/m 3: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht
Afb. 4: boek: Provincie Utrecht, 1966