Vleuten

Ligging Het omgrachte eiland bevond zich aan de Utrechtseweg in Vleuten. Helaas is het enkele jaren geleden verdwenen, door de uitbreiding van de spoorlijn Utrecht - Gouda. Hierbij is het eiland onder de talud van de spoorbaan verdwenen.

foto van het huis

Ontstaan De oudste vermelding van de woontoren dateert van 1412, hoewel al vanaf 1236 melding wordt gemaakt van een geslacht Van Vleuten.
Geschiedenis Voor het eerst komen we in 1236 de familienaam Van Vleuten tegen, maar er wordt dan niet over een woontoren gesproken. Hoewel de meeste woontoren voor 1300 gebouwd werden, kunnen we niet met zekerhied zeggen of dit voor het Huis te Vleuten ook geldt. In de zomer van 2004 heeft er archelogisch onderzoek plaats gevonden op het vroegere kasteelterrein. Daarbij is komen vast te staan dat deze woontoren uit de 14e eeuw stamde. Het archeologisch onderzoek naar het Huis te Vleuten is uitgevoerd in opdracht van ProRail.
Tegen het einde van de 13e eeuw komen we een belening tegen van het gerecht van de Harmelerwaard aan Hugo van Vleuten. In 1315 bevestigde Gerard Taetse van Vleuten zijn zegel aan een akte uit 1315. Op dit zegel staat een halve leeuw afgebeeld, dat we in de 17e ook tegen komen op een wapen boven de ingang van het huis.

Het huis te Vleuten komen we in de akten pas voor het eerst tegen in 1412. Willem van Vleuten verkoopt zijn "huys gheleghen tot vloeten met allen synen toebehoren sonder yet daer af uijt nemende of scheydende" aan zijn dochter Lijsken. Het huis te Vleuten blijkt een leen te zijn van de heren van Den Engh en in 1443 of niet lang ervoor wordt de toren beleend aan Frederik uten Ham, eigenaar van Den Ham. Willem van Vleuten kan dan het Huis te Vleuten pachten en er niet meer mee beleend worden. Voor het geval hij het daar niet mee eens is, stelt Melis uten Enge, heer van Den Engh, in 1443 een oorkonde op waarin vastgelegd werd, dat als Willem van Vleuten "enighen commer maken of doen wouden op dat huys tot Vleuten mit sinen lande ende toebehoren also men [Frederik Uten Ham (KBR)] dat van mi te lene hout", hij dat niet zou toestaan. In 1446 zijn de problemen opgelost, want in dat jaar verklaart Willem, dat hij "die halve hoeve lants mitten toern also dat gelegen is tot vlueten ende wij tot deser tiit bruken en bewoenen [...] ende daer ic Willam voirscr. hem die vrye leenweer aff overgegeven hebbe".

In 1472 besluit Frederik uten Ham het Huis te Vleuten niet meer te verpachten, maar het in leen te geven en hij geeft het dan aan zijn broer Adriaan uten Ham. Na het overlijden van Adriaan wordt zijn dochter Eelgis uten Ham met het huis beleend. Zij is getrouwd met Gijsbert van Zuylen, en dit echtpaar kreeg in elk geval vier zonen. Gijsbert was weer een neef van Frederik uten Ham. Na zijn overlijden, blijkt hij een testament te hebben opgesteld, waarin hij zijn bezittingen onder zijn kinderen verdeeld. Zijn oudste zoon Johan erft dan het Huis te Vleuten, dat toen omschreven werd als "heerlyck ende eygen, erffpacht, huerweer ende beterscap ende gepoet mit getimmer ende mit al dat goet int gerecht van vloeten".
Vier jaar daarvoor, in 1536, wordt de woontoren als ridderhofstad erkend. Na meer dan 25 jaar eigenaar geweest te zijn verkoopt Johan het Huis te Vleuten voor 3500 gulden aan Bernt de Coninck. Bernt was ook al sinds tien jaar heer van Bottestein, een kasteel dat hij geŽrfd had na de dood van zijn vader Frederik. Adriaan van Zuilen, een andere zoon van Eelgis en Gijsbert, is het niet eens met de verkoop van het huis door zijn oudere broer. Het geschil komt voor het Hof van Utrecht en deze beslist dat Bernt eigenaar mag blijven, hoewel Johan van Zuilen de woontoren niet zo maar had mogen verkopen.

In 1591 wordt het Huis te Vleuten verkocht aan Gerbrand Verduin, die sinds 1584 ook al door koop eigenaar was geworden van Bottestein. Gerbrand sterft in 1614 en omdat zijn enige dochter in 1604 overleden is en haar man Folkert van Schoordijk van Rhijnauwen in 1600, vererft de woontoren op zijn kleinzoon Jacob van Schoordijk. Jacob sterft in 1636 zonder nakomelingen en zijn zus Christina wordt dan de nieuwe eigenaresse. Christina trouwde met Adriaan van Winssen, heer van Heemstede en Hoenkoop. Opnieuw vererft het huis te Vleuten op een dochter. Maria van Winsen sterft in 1671 en de ridderhofstad vererft op een nicht van haar: Maria van Rijnauwen. Als zij zeven jaar later sterft, wordt in haar testament Johan van Egmond van der Nieuwburg, oud-burgemeester van Alkmaar als erfgenaam aangewezen.
"'t Huijs te Vlooten" komt voor op een lijst van "huijsgelt" uit 1621 en er moet dan 8 gulden betaald worden. Het kasteel is ťťn van de kleinste. Voor het "Hoff ter Weijde" met 29 gulden en 15 stuivers betaald worden. Dan volgen de ridderhofsteden den Ham, Den Engh en te Voorn met elk 12 gulden en 10 stuivers. Op de lijst komen achte personen, die meer huisgeld moest betalen, dan de eigenaar van het Huis te Vleuten.
In 1699 besluit Johannes Cornelis van Egmond van der Nijenburgh, heer van den Engh en de ridderhofstad Vleuten het Huis te Vleuten te verkopen. Het huis wordt omgeschreven als: "de ridderhofstad en huysinge Vleuten met zijn voorburgh, hoven, boomgaerden, lanen, boschen, verdere plantagie, huysmanswooninge en verder getimmer [...] visserije en vordere praeminenten daartoe van outs specterende, mitsgaders omtrent een en veertigh mergen lands daarvan behoorende, zijnde de voorschreeve ridderhofstad met acht mergen lands, leenroerig aan den huyse den Engh".

In 1700 komt de ridderhofstad in bezit van de familie Van Minnebeek. Eerst wordt Cornelis in 1700 met het huis beleend en na zijn dood in 1736 zijn zoon Jan Hendrik. Na diens dood erft zijn weduwe Margaretha Elisabeth Coxius het huis. Ze besluit in datzelfde jaar het huis te verkopen en de nieuwe eigenaar wordt Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken. In 1774 wordt het huis omschreven als: "de ridderhofstad Vleuten met voorburg, koetshuis, stallen, hoven, boomgaarden, lanen, bos, plantagiŽn, visserij en andere voorrechten, een gestoelte en begraafplaats in de kerk te Vleuten". De woontoren werd toen getaxeerd op 9400 gulden. Gedurende bijna 250 jaar, tot 1900, blijft het goed eigendom van de familie Van Tuyll van Serooskerken, maar het is onduidelijk tot wanneer de woontoren er gestaan heeft. In 1772 is deze nog bewoond, maar waarschijnlijk in 1800 al afgebroken, omdat er dan gesproken wordt over een nieuw getimmerd herenhuis.

Het huis te Vleuten was een omgrachte woontoren, bestaande uit drie verdiepingen met een totale hoogte van ongeveer 15 m. De meeste woontoren, zoals we die ondere andere kennen van langs de Langbroekerwetering werden einde 13e tot begin 14eeeuw gebouwd. Op de afbeeldingen die van het Huis te Vleuten bewaard zijn gebleven zien we een huis dat gedateerd zou moeten worden uit het begin van de 16e eeuw. Waarschijnlijk heeft er rond 1500 een verbouwing plaats gevonden. Als Marcelis Keldermans de opdracht krijgt om een ontwerp te maken voor een nieuw kasteel te Hagestein wordt het Huis te Vleuten als voorbeeld genomen.
Op enkele tekeningen uit de 17e eeuw zien we een woontoren, die gedekt wordt door een laag tentdak en voorzien van kantelen en op de hoeken arkeltorentjes. Op kelderniveau zijn enkele schuurtjes als aanbouw zichtbaar, voorzien van schuine daken. De noord- en oostzijde van de toren zijn slechts voorzien van enkele ramen, terwijl in de zuidzijde meer vensters zijn aangebracht. Dit laatste kunnen we zien op een tekening uit ca 1665 in het riiderhofstedenboek en een tekening van C. Specht uit ca 1698. Tot slot werd het regenwater afgevoerd via waterspuwers en zien we boven de ingang het wapen van de familie Van Vleuten: een halve rode leeuw in goud.

Tussen 1698 en 1744 heeft de familie Van Minnebeek de toren laten verbouwen. De aanbouwen op kelderniveau zijn afgebroken en de oostzijde van de toren is op elke verdieping nu voorzien van vensters. Ook is het dak verhoogd. Dit dak is voorzien van een nokschoorsteen met daar bovenop een laat-barokke bel.
Bewoners eind 13e eeuw Hugo van Vleuten
ca 1315 Gerard Taetse van Vleuten
- 1412 Willem van Vleuten
1412 - 1443 Lijsken van Vleuten, dochter van voorgaande
1443 - 1472 Frederik uten Hamme
1472 - 1506 Adriaan uten Ham
1506 - 1540 Eelgis uten Ham, getrouwd met Gijsbert van Zuylen
1540 - 1576 Johan van Zuilen, zoon voorgaande
1576 - 1590 Bernt de Coninck, getrouwd met Margaretha van Vianen
1590 - 1591 Bernard uten Eng Joostenz
1591 - 1613 Gerbrand Verduin
1614 - 1636 Jacob van Schoordijk, heer van Rijnauwen, kleinzoon voorgaande
1636 - 1642 Christina van Schoordijk, getrouwd met Adriaan van Winssen
1642 - 1671 Maria van Winssen, vrouwe van Hoenkoop, Heemstede, getrouwd met Hendrik Pieck
1671 - 1678 Maria van Rijnauwen, nicht voorgaande, getrouwd met Jacob van Goltstein
1678 - 1700 Johan van Egmond van der Nijenburg
1700 - 1736 Cornelis van Minnebeek
1736 - 1758 Hendrik Jan van Minnebeek, getrouwd met Margaretha Elisabeth Coxius
1758 Margaretha Elisabeth Coxius
1758 - 1762 Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken, getrouwd met Ursulina Christina van Reede van Amerongen
1762 - 1774 Frederik Christiaan van Tuyll van Serooskerken, getrouwd met Elisabeth Jacqueline von Wilmsdorf
1774 - 1824 Hendrik Willem Jacob van Tuyll van Serooskerken, zoon
1824 - 1843 Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken, heer van Vleuten, getrouwd met Louisa Ernestina van Hardenbroek, broer
onzeker: 1843 - 1860 Ernst Louis van Tuyll van Serooskerken, getrouwd met Wilhelmine Philippine Willink
1860 - 1900 Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken, getrouwd met Louise Anna Elisabeth, baronesse van Utenhove
Huidige doeleinden Op het overgebleven omgrachte eilandje stonden enkele fruitbomen. Inmiddels is het eiland niet meer zichtbaar. In verband met het verbreden van de spoorlijn Utrecht-Woerden, is er in de zomer van 2004 archelogisch onderzoek uitgevoerd, waarna de sloot om het eiland is dichtgegooid en de bomen gerooid zijn. De restanten van de ridderhofstad Vleuten komen hoogstwaarschijnlijk onder het talud van de zeven meter hoge spoordijk te liggen.
Opengesteld Van het kasteel is niets meer terug te vinden. Ook het vroegere informatiebord met informatie over de woontoren is verdwenen.
Foto's informatiebord bij het eiland Luchtfoto van het kasteelterrein Foto van het vroegere kasteelterrein (na vereffenning terrein)
Kopergravure van het kasteel door C. Specht uit 1698 Tekening van E.M.F. d'Yvoy (1775)
Bronnen Tekst: B. Olde Meierink (redactie), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Onder auspiciŽn van de Stichting Utrechtse kastelen, Utrecht, Matrijs, 1995, 596 pag.
Dr. D.W. Gravendeel, Belasting in Vleuten in 1632, in: Tijdschrift van den Historische Kring Vleuten-De Meern-Haarzuilens, 10e jg, 1990, nr. 3, blz. 848 - 855
Ir. J.A. Storm van Leeuwen, De ridderhofsteden Vleuten en Den Engh, en hun wederzijdse erfdienstbaarheid van weg, in: Tijdschrift van den Historische Kring Vleuten-De Meern-Haarzuilens, 10e jg, 1990, nr. 2, blz. 838 - 843
Repertorium op de lenen van de hofstede De Eng te Vleuten, 1509-1678
Inventaris van het Archief van het Huis Zuilen, 1385-1951, door E.P. de Booy
Foto 1 en 2: uit eigen collectie
Foto 3: Fotodienst Utrecht
Foto 4: E. van Dijk
Afb. 1: boek: Provincie Utrecht, 1966
Afb. 2: Geschiedenis van de Provincie Utrecht, deel 1