PatiŽntie

Ligging Deze buitenplaats stond ten zuiden van Baambrugge, aan de Angstel, gemeente Abcoude.
Ontstaan Het huis is waarschijnlijk in 1670 ontstaan.
Geschiedenis We komen de naam PatiŽntie voor de eerste keer tegen op een kaart van Gerrit Drogeham uit ca 1700. Verder is er een tekening van het huis aanwezig in Hollandse Arcadia, dat van de hand van Abraham Rademaker in 1729/30 werd uitgegeven. Op deze tekening zien we dat het huis een gevelsteen heeft met het jaartal 1670. Gegevens hierover ontbreken, omdat het archief van het gerecht Abcoude-Baambrugge in het rampjaar 1672 verloren is gegaan.
In 1637 komen we een vermelding tegen van een hoffsteede Meebaal, die mogelijk door Lodewijk de Bas, de latere bouwheer van Bassenhoff, werd gekocht, om op een deel van de grond zijn buiten te bouwen en een ander deel te verkopen voor de bouw van PatiŽntie. De grond wordt gekocht door Pieter Apostool, die mogelijk een broer van Andries Apostool was. Andries Apostool komen we in 1675 tegen als eigenaar van de gronden van Postwijk verwierf en er de vermoedelijke bouwheer van was. Pieter Apostool is ossenweider en na zijn dood in 1680 neemt zijn zoon Pieter het beroep van zijn vader over.

Tegenover PatiŽntie aan de andere zijde van de Angstel, tussen de rivier en de straatweg, bevond zich nog een overtuin, die gebruikt werd als moestuin of plantsoen.
De familie van Pieter Apostool vervulde een belangrijke rol in de doopsgezinde gemeente van Amsterdam. Een broer van hem, Samuel, was leraar in deze gemeente en Pieter werd zelf diaken. Na de dood van Pieter in 1680, vestigde zijn weduwe, Niesje Willinck, zich met haar drie kinderen, Frans, Pieter en Gouda, definitief op PatiŽntie. De jongste zoon werd zoals hierboven vermeld ossenweider en vestigde zich later als koopman in de Warmoesstraat te Amsterdam. Net als zijn vader werd hij diaken in de doopsgezinde gemeente en later vestigde hij zich weer in Baambrugge, omdat hij zowel in 1725 als in 1734 tot schepen werd benoemd. In 1738 is Pieter Pietersz Apostool overleden.
De gang van zaken rond de buitenplaats is niet geheel duidelijk, maar het lijkt er op de het huis vererfde op de dochter van Pieter: Maria Apostool. Zes jaar later wordt de buitenplaats verkocht aan mejuffrouw Rikotier, weduwe van Hendrik Witzen, die op haar beurt, in 1750, het huis weer van de hand doet en de buitenplaats eigendom wordt van Jan van Berkum.

Jan van Berkum en zijn vrouw Maria Dull wonen samen tot zijn dood in 1765 in het huis. De weduwe blijft er nog 3 jaar wonen, waarna de buitenplaats in twee delen wordt verkocht. Het huis met 2 morgen grond wordt gekocht door Gerrit Bante, terwijl de overige 11 morgen worden gekocht door Jan Carel van der Upwich, eigenaar van Postwijk. Beide personen waren handelaren, die belegging zochten voor hun geld. In 1772 verkoopt Jan Carel zowel zijn 11 morgen als het huis Postwijk. De 11 morgen verkoopt hij aan Jean Benjamin du Peyrou, die in 1771 ook al de buitenplaats Bassenhoff had gekocht. Twee jaar later, in 1774, koopt Jean Benjamin ook het huis PatiŽntie en in 1780 de buitenplaats Meebaal.
Drie buitenplaatsen zijn dan in ťťn hand gekomen, waarbij Meebaal geÔncorporeerd wordt in Bassenhoff, dat inmiddels Rusthoff wordt genoemd. Jean Benjamin du Peyrou is in 1786 overleden, maar het lukt de executeurs niet om de drie huizen bij elkaar te houden. Rusthoff met Meebaal verkopen ze aan Mr. David Cornelis van den Bergh, terwijl PatiŽntie door Arie Sol, meesterbroodbakker te Baambrugge, gekocht wordt voor de som van f. 6.200,-.

In 1791 vindt er weer een verkoop plaats van het bezit van Mr. David Cornelis van den Bergh en Arie Sol. Alle drie de buitenplaatsen komen weer in bezit van ťťn eigenaar en wel Abraham van Ketwich (1743-1809). In 1808 wordt aan deze bezittingen nog de buitenplaats Landgenoegen, aan de overzijde van de Angstel, toegevoegd. Hij koopt dit buiten van Anthonie Bassi, die ook eigenaar was van Poelesteyn en de gronden van Zorgvrij voor f. 5000,-.
Een jaar later sterft Abraham op Rusthoff en zijn weduwe verkoopt een jaar later al de buitenplaats Landgenoegen. In 1811 hertrouwt zij met Johannes van Westenhout, die 'Collonel van de Armee' is. Het echtpaar woont veel in Amsterdam, maar verblijft ook regelmatig op Rusthoff. Van de drie huizen komt PatiŽntie als eerste onder de slopershamer. In 1815 verkoopt Jacobus Johannes van Westenhout, namens zijn echtgenote de afbraakmaterialen van dit huis.

De eigenaar van de oude boerderij van de familie Buijs kocht in 1824 de gronden op van de drie buitenplaatsen om de grond toe te voegen aan de landerijen die bij de boerderij hoorden. De boerderij krijgt van hem de naam Rusthoff. Hiermee komt een einde aan het bestaan van deze buitenplaats PatiŽntie.
Bewoners 1670 - 1680 Pieter Apostool
1680 - 1697 Niesje Willinck, wed. van Pieter Apostool
1697 - ???? Pieter Apostool Pietersz
- 1744 Maria Apostool echtgenote van Harmen Govertsz
1744 - 1750 Mej. Rikotier, wed. van Hendrik Witzen (koop)
1750 - 1765 Jan van Berkum (koop na naasting)
1765 - 1768 Maria Dull, wed. van Jan van Berkum
verkoop bij splitsing:
Huis:
1768 - 1773 Gerrit Bante
Landerijen:
1768 - 1772 Jan Carel van der Upwich
1772 - 1773 Jan Benjamin du Peyrou (koop)
Weer ťťn geheel:
1773 - 1786 Jan Benjamin du Peyrou (koop)
1786 - 1791 Arie Sol (koop)
1791/3 - 1809 Abraham van Ketwich (koop)
1809 - 1815 Gerarda Bartina Bernard wed. van Abraham van Ketwich
afgebroken 1815
Huidige doeleinden Van het huis is niets meer terug te vinden.
Opengesteld Het vroegere terrein behoort nu tot de boerderij naast de begraafplaats in Baambrugge.
Foto's
Bronnen Tekst: Ir D.L.H. Slebos, Meer Baambrugse buitenplaatsen, in: Jaarboekje 2003 van het Oudheidkundig Genootschap van Niftarlake, blz. 66 - 98