Nieuwerhoek

Ligging De buitenplaats Nieuwerhoek staat aan de Rijksstraatweg 78, Loenen aan de Vecht, gemeente Stichtse Vecht.

Zwart-wit foto van het huis

Ontstaan De buitenplaats werd gebouwd in de zeventiende eeuw, door een lid van de familie Van Hoek.
Geschiedenis De familie Hoek bestond uit doopsgezinde Amsterdam kooplieden, die in de omgeving van Loenen meerdere buitenplaatsen liet bouwen om de zomer door te brengen. Ze waren zijdehandelaren uit de Warmoesstraat te Amsterdam en afkomstig uit Vlaanderen. Waarschijnlijk zal het huis rond 1650 gebouwd zijn op een stuk grond dat gekocht wordt van kasteel Kronenburg. Door de naam en de nabijheid van Ouderhoek en Middenhoek veronderstellen we dat het gebouwd is door een "heer van Hoek".

De oudst bekende eigenaresse is Cornelia Bierens, dochter van Jacob Bierens en Cornelia van Hoek en kleindochter van de eerste Van Hoek. Zij trouwt met haar achterneef Adriaan van Hoek Zij erft het huis van haar ouders en dat zal in 1687 zijn geweest, als haar moeder sterft; haar vader was in al 1664 overleden.
In 1710 verkoopt Cornelia van Hoek-Bierens Nieuwerhoek aan Jan I van Tarelink, eigenaar van een walvisvangstrederij. Het huis moet in deze tijd zeer fraai ingericht zijn geweest, evenals de tuin. We zien dit ook op de afbeeldingen van Stoopendaal en bij het overlijden van Tarelink worden zijn bezittingen getaxeerd op ruim 1 miljoen gulden.

De weduwe van Jan I, Margaretha Witte, blijft tot haar dood in 1735 in het huis wonen. Zij procedeert vele jaren over een uitpad op het laantje tussen Nieuwerhoek en Cronenburgh, dat nu het verlengde is van de Bloklaan. Als zij in 1735 sterft, erft haar zoon Pieter van Tarelink het huis. Hij trouwt met Margaretha Cornelia Balde, een nicht van hem. Er werd vaker binnen de familie getrouwd. Zo trouwt zijn zus Cornelia in 1718 met Frans Balde, die een broer is van Jan Balde sr., eigenaar van Wallestein. Frans en Cornelia krijgen een dochter, Margaretha Cornelia Balde, die in 1748 met haar neef Jan II van Tarelink (zoon van Pieter) trouwt. Pieter Balde erft zoals hierboven vermeld het huis in 1735, maar heeft er na een jaar geen belang meer bij en verkoopt het aan Leonard Lups en Cornelia Rutgers. Ze zijn achterneef en -nicht van elkaar: hun gemeenschappelijke grootvader is Leonard van Hoek, en hiermee komt het huis terug in de familie.
In of na 1752 besluit Leonard het huis te veilen. Maar het duurt even voordat er een koper gevonden wordt. In 1752 erft een Lucas Bols, jeneverstoker, van zijn vader Rupelmonde. Hij besluit dit huis te verkopen en koopt dan het grotere Nieuwerhoek.

Over Lucas Bols is verder niet veel bekend. Als hij in 1781 sterft, blijft zijn weduwe Sara Sophia Bols, een nicht van hem, in het huis wonen en zij sterft in 1799. Hun zoon Lucas Bols jr erft dan het huis, maar hij besluit het een jaar later te verkopen via een veiling. Nieuwerhoek wordt dan gekocht door zijn schoonvader Martinus Joan Calkoen voor f. 24.900,-. In de akte wordt het huis als volgt beschreven: "Een Hofstede, genaamd Nieuwerhoek met deszelfs heeren Huisinge, thuynmanswoninge, koetshuis en stallingen, steene koepel, Cabinetten en 't geene daar verder bij aard en nagel vast is, alsmeede een overplaats met deszelfs schuur en paardestal en 't geen meede daar op aard en nagelvast is, voorts een boerderij met deszelfs huysmans woninge, stallingen voor vier en twintig stuks hoornvee, hooyberg, wagenhuis en paardestal, beneevens de daar agter en terzijde liggende campen hooy en wijland waarin diverse bossen met hakhout groot met alkanderen twee en dertig en een half morgen en laatstelijk nog een bank in de kerk te Loenen. Staande en gelegen aan de Steenweg tussen Loenen en de Nieuwersluis".

Martinus Joan Calkoen trouwt met Johanna Koopman en hij stamde waarschijnlijk uit de bankersfamilie met die naam uit Amsterdam. In 1801 krijgt Martinus vergunning tot het plaatsen van voetangels en klemmen in de boomgaard, omdat "daar veele kwaadwillige menschen zig niet ontzien van tijd tot tijd vrugten uit de thuin van des Requestrants buitenplaats te steelen". Hij is verplicht om ongelukken te voorkomen bordjes te plaatsen met een duidelijk geschreven 'waarschouwing'. Als hij in 1805 sterft, blijft het huis in bezit van zijn weduwe, die dan hertrouwt met Jacob Walraven.
In 1827 koopt Willem Pieter Pook van Baggen de buitenplaats en laat het huis veranderen naar de mode van de tijd. De oorspronkelijke kruiskozijnen worden vervangen door empireramen en het gebouw wordt gepleisterd. In 1830 koopt de heer Pook van Baggen tevens de buitenplaats Ruygenhoff en voegt de grond toe aan Nieuwerhoek. In datzelfde jaar trouwt hij op Nieuwerhoek met Johanna Elisabeth Rahder, toen 20 jaar oud, terwijl hij zelf 37 jaar is. Ze wonen permanent op het huis en krijgen 8 kinderen.

Tien jaar later besluit Willem Pieter zijn huis al weer te verkopen en als koper vindt hij Georg Maes. Hij is koopman te Amsterdam en koopt Nieuwerhoek voor f 52.500,-. Het huis wordt nu weer in gebruik genomen als zomerhuis.
In 1849 blijkt het huis weer in andere handen te zijn overgegaan en wel Joannis Willem van Reenen. Deze Joannis Willem koopt verschillende buitenplaatsen, zoals Bijdorp voor het uitbreiden van de buitenplaats Vegtlust.. Nieuwerhoek lijkt verhuurt te zijn door de nieuwe eigenaar.

Na zijn overlijden komt het huis in 1869 in bezit van zijn zoon J.H.C. van Reenen, grondeigenaar te Velp. In die tijd wordt het huis verhuurd voor f. 700,- voor een half jaar. Maar dan in 1874 wordt Nieuwerhoek geveild en de nieuwe eigenaar wordt Jhr. Mr. Johannes Bernard Strick van Linschoten. De koop bestaat uit het huis, koetshuis met paardenstal en tuinmanswoning (bevattende een koepelkamer, biljard- en mangelkamer) en een boomgaard, voor het bedrag van f. 16.600,-. De overtuin wordt in twee delen verkocht: het deel van Nieuwerhoek beplant met eiken en een boomgaard en het deel dat tot de buitenplaats Ruygenhoff had behoord.
Jonkheer Strick van Linschoten was eerder eigenaar geweest van Oud-Over in Loenen en is kantonrechter, eerst in Loenen en later in Breukelen. Daarnaast is hij lid van de Provinciale Staten van Utrecht. Drie van zijn dochters trouwen met leden uit families, die eigenaar zijn van Bosch en Vecht, Sterreschans en Kalorama. Hendrik sterft in 1889 en zijn weduwe Agatha Henrietta van Notten blijft nog in het huis wonen. Drie jaar later laat ze toch het huis veilen en de nieuwe eigenaar wordt Dirk Pos, groothandelaar in grutterswaren te Amsterdam.

De volgende eigenaar is de heer Pieter M. Adèr, die het huis rond 1910 koopt. In de periode dat hij eigenaar is, wordt de koepelserre aan de zuidkant gebouwd en het huis wordt voorzien van stoomverwarming. Pieter sterft ongehuwd en het huis veerft op zijn broer J. W. H. Adèr, die koffiemakelaar te Amsterdam is.
Hij blijft maar twee jaar eigenaar en verkoopt het dan aan de heer J.H.C. van Reenen van Lexmond voor f 80.000,-, kleinzoon van de eigenaar uit 1874. In 1924 gaat het huis al weer in andere handen over: J. Schuit, direkteur van de Nederlands-Indische Landbouwmaatschappij, die het in 1924 voor f 26.000,- koopt. Door hem wordt de keuken verplaatst vanuit het souterrain naar een nieuwe uitbouw aan de noordzijde. Hierdoor kon de opkamer verlaagd worden en op gelijk niveau met de andere ruimten gebracht worden.
Door de krisis van 1929 is de familie genoodzaakt het huis in 1932 te verkopen en de nieuwe eigenaar wordt nu C. de Joncheere, die het huis tot zijn dood in 1952 bewoond. Zijn weduwe verkoopt het drie jaar later aan Dr. Wijnand van Enst voor f 64.000,-, waarbij de weduwe het tuinmanshuis behoudt. Wijnand is professor in de heelkunde en sterft op 58-jarige leeftijd in 1971, waarna zijn weduwe Greta Louise Boogh nog enkele jaren in het huis blijft wonen, maar het dan verkoopt aan de heer E. Munnig Schmidt.

Bouwgeschiedenis In de 17e eeuw heeft eigenaresse Cornelia Bierens had een schilderij van Bakhuizen in haar bezit, waarop het huis staat afgebeeld. Dit is mogelijk hetzelfde schilderij dat voor het laatst in de Brusselse kunsthandel is gesignaleerd (in 1936). We zien hierop ook Kronenburg afgebeeld. Het huis heeft dan kruiskozijnen en twee dakkapellen met aan voor- en achterzijde vrij rijke ornamenten in het midden van de gevel. Ook op de prenten van Stoopendaal uit 1719 is het 17e eeuwse karakter van het huis nog duidelijk te zien.
Verder komen we een gedetailleerde afbeelding van het huis tegen op de 'Nieuwe Kaart van Loenen' uit 1726. Hierop zien we een omgracht huis, met de voorgevel gericht naar de Vecht. Voor de achtergevel bevindt zich het voorplein met een oprijlaan die naar de Straatweg loopt. Later is van de achtergevel de voorgevel gemaakt en andersom. Men kan dit nog zien als men het huis via de hoofdingang binnen gaat. Men loopt dan eerst door een smalle gang, waarna men pas in de ruime hal terecht komt. Op deze kaart is ook de indeling van de tuinen met zelfs de ligging van de perken van de 'broderietuin' aangegeven.

Als Leonard Lups eigenaar geworden is, laat hij fraaie stucwerk in de gangen en de linkervoorkamer (vanaf de Vecht) aanbrengen. Dit stucwerk is geheel in Amsterdamse Lodewijk XIV-stijl met elementen die aan Marot doen denken. Dit stucwerk is uitgevoerd door Jan van Logteren in of na 1737.
De kruiskozijnen met glas-in-lood worden vervangen door schuiframen en mogelijk werd in die tijd de timpaan in de Vechtgevel vervangen zijn door een fronton. In de gang en de hal worden grote marmeren platen aangebracht, met een grootte van 150x300 cm. Alle deuren in het huis worden vervangen door eiken deuren met acanthusmotief en de trappen krijgen nieuwe modieuze leuningen.
In de hal, de gang, de overloop en drie van de vier kamers beneden worden voorzien van stucplafonds en in de eerst drie ruimtes komen ook aan de wanden figuratieve versieringen in stuc. Boven de vier deuren in de gang heeft Van Logteren fraaie barokke cartouches aangebracht, die de vier leeftijden van de mens voorstellen. Tenslotte is nog vermeldenswaardig dat in het huis een marmeren borstbeeld staat, dat mogelijk Juno voorstelt. Dit beeld is gesigneerd met J.V.L. en dus van de hand van Jan van Logteren.
In de loop van de achttiende werd Nieuwerhoek uitgebreid met twee bijgebouwen.

De tekening van P.J. Lutgers uit 1836 toont ons het huis en de tuin zoals die er in wezen nu nog uitzien, behalve het nu verdwenen antiek en de later aangebouwde keuken en serre. Bij de tekening van Nieuwerhoek vermeldt hij: "dat Willem Pieter Pook van Baggen de huizing en den aanleg aanmerkelijk verfraaid en uitgebreid heeft". In 1833 was Ruygenhoff aangekocht en bij Nieuwerhoek getrokken. Mogelijk heeft het huis ook pas na 1833 zijn kruisvensters verloren en zijn 19e eeuwse aanzien gekregen. In de linker achterkamer bevindt zich een wandschildering die mogelijk ook uit deze tijd dateert.
De kruisvensters werden vervangen door ramen "in de vroeg 19e eeuwse smaak" en er werden grote luiken aangebracht. Tenslotte werd het huis ook witgepleisterd.
In het begin van de twintigste eeuw werd het huis uitgebreid met een serre in de vorm van een halve koepel, gevolgd door een keuken.
Nieuwerhoek heeft ook de beschikking over een overtuin, die al op een kaart uit 1710 voorkomt. Van oorsprong vormde dit één geheel met de buitenplaats, maar werd in 1874 gescheiden van de buitenplaats. Waarschijnlijk gebeurde dit door de aanleg van de Amsterdamse Straatweg.

Bewoners - 1664 Jacob Bierens, getrouwd met Cornelia van Hoek
1664 - 1687 Cornelia van Hoek (weduwe, mogelijk)
1687 - 1710 Cornelia Bierens, getrouwd met Adriaan van Hoek Jansz
1710 - 1729 Jan van Tarelinck I (koop)
1729 - 1735 Margaretha Witte (weduwe)
1735 - 1736 Pieter van Tarelink
1736 - ca 1754 Leonard Lups (koop)
ca 1754 - 1781 Lucas Bols Hermannusz (koop)
1781 - 1799 Sara Sophia Bols, weduwe van voorgaande
1799 - 1800 Lucas Bols Lucasz
1800 - 1805 Martinus Joan Calkoen (koop f. 24900)
1805 - 1807 Johanna Koopman, weduwe van voorgaande
1807 - 1823 Mr. Jacob Walraven, 2e echtgenoot voorgaande
1823 - 1827 Johanna Koopman
1827 - 1837 Willem Pieter Pook van Baggen (koop)
1837 - 1849 Georg Maes (koop f. 52500)
1849 - 1869 Joannis Willem van Reenen (koop)
1869 - 1874 Jacobus Hendricus Cornelis van Reenen
1874 - 1889 Jhr. Mr. Johannes Bernard Strick van Linschoten (koop f. 16600)
1889 - 1892 Ottoline Maria van Notten (weduwe)
1892 - 1906 Dirk Pos (koop)
1906 - 1918 Pieter M. Adèr (koop)
1918 - 1920 Johan Willem Hendrik Adèr (neef)
1920 - 1924 Jacobus Hendricus Cornelis van Reenen van Lexmond (koop f. 80000)
1924 - 1931 Jacob Schuit (koop f. 26200)
1931 - 1952 Cornelis de Joncheere (koop f. 34000)
1952 - 1955 Elisabeth van Dijk (weduwe)
1955 - 1971 Prof. Dr. Wijnand van Enst, chirurg (koop f. 64000)
1971 - 1975 Greta Louise Boogh (weduwe)
1975 Edward Munnig Schmidt, getrouwd met Sally Suzanne Neubauer
Huidige doeleinden Het huis wordt bewoond.
Opengesteld Het huis en de tuin zijn niet toegankelijk.
Foto's Tekening van het huis door P.J. Lutgers uit 1836 Nog een tekening van het huis door P.J. Lutgers uit 1836 Tekening door D. Stoopendaal (in
Bronnen Tekst: Historische buitenplaatsen in particulier bezit, 1991
P. Terlouw, De Vecht een stroom van verhalen, 1972
E. Munning Schmidt, Plaatsen aan de Vecht en de Angstel, 1985
E. Munnig Schmidt, En dit is nou het station van Loenen (Nieuwerhoek), In: Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap 'Niftarlake' (1976), blz. 7-12
E. Munning Schmidt, De Van Logterens in de Vechtsreek, In: jaarboekje Niftarlake, 2006, blz. 34-36
Foto 1: Historische buitenplaatsen in particulier bezit, 1991
Afb. 1 en 2: P.J. Lutgers, Gezigten aan de rivier de Vecht, 1836/1979
Afb. 3: Dr. R. van Lutterveld, De buitenplaatsen aan de Vecht, Lochem, 1948