Kasteel te Mijdrecht

Ligging De exacte plaats is niet bekend, maar volgens oude kaarten stond het kasteel ten oosten van de huidige Nederlands-Hervormde kerk in Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen.

Tekening in O.I., zonder naam, ca 1650

Andere benamingen Huis der Proosdye of het Proostenhuis
Ontstaan Het is niet duidelijk wanneer het kasteel gebouwd is.
Geschiedenis Dit huis was van zodanig belang, dat de Proost "bij plegtige eede, in 't gemeene kapittel (moest) beloofen, den kastelein van hetzelfde nimmer te zullen verzetten, voordat de nieuwe kastelein, met bezegelde brieven beloofd zou hebben, dat Huis nooit te zullen ruimen, vervreemden, of aan iemand overleveren, dan bij wille, toedoen en toestemminge van de Proost, den Deken en 't Kapittel van St. Jan." Het kasteel behoorde dan ook tot de persoonlijke bezittingen van de proost van het kapittel van St. Jan.
In 1512 was het huis waarschijnlijk niet meer dan een bouwval, want de maarschalk van het Nederkwartier, Fredrik uten Ham, laat enkele gevangenen van de proosdij in zijn eigen kasteel Den Ham opsluiten, omdat Huis ten Prooste moest worden hersteld. Vervolgens wordt in 1527 het kasteel door rebellen ingenomen en gedeeltelijk door brand verwoest. Dit kon gebeuren, doordat de kastelein Gijsbert van der Aa niet op het kasteel aanwezig was.

Door de Proost Johan Inghenwinckel wordt dan een schadevergoeding geŽist van de kastelein, omdat deze het huis had verlaten, zonder daartoe opdracht te hebben gekregen. De kastelein verweerdt zich daartegen, omdat volgens hem, het huis niet meer dan "een huys van een plaisance ende jeghens 't gheweldt nyet omhouden". Volgens de Proost had het huis echter heel goed verdedigd kunnen worden, want het was "genouch onwinneliken gelegen in een moerasch dair men geen gescudt by bringen en mach".
Tussen 1527 en 1536 is het kasteel waarschijnlijk weer hersteld, want in dat jaar wordt het Huis te Mydrecht door de Staten van Utrecht als ridderhofstad erkend. De voorwaarden voor deze erkenning, was dat er sprake moest zijn van een versterkt huis, met een gracht en ophaalbrug.

In het jaar 1572 kwam er een groep van ongeveer 500 geuzen onder leiding van Adriaan van Duivenvoorde te Mijdrecht, die het kasteel in brand stak. Zeven jaar later blijkt de toenmalige proost, Bucho van Montsima, niet bij machte om het kasteel uit eigen middelen te laten herbouwen en hij geeft het kasteel in leen aan zijn broer Taco, met de opdracht het te herstellen. Het jaar daarop, in 1580, laat Taco een taxatie uitvoeren, die bewaard is gebleven. We zien dan dat het hoofdgebouw volledig is uitgebrand en de muren waren gedeeltelijk ingestort. Op de hoek van de slotgracht bevindt zich een vierkante toren, die ook al is uitgebrand. De voorpoort met de brug waren inmiddels hersteld. Verder was er een voorburcht aanwezig, waarop een woonhuis was gebouwd.
Van Abraham Rademaker (1675-1735) is een tekening bewaard gebleven, waarop we het huis afgebeeld zien zoals het er in 1623 zou hebben uitgezien. Waarschijnlijk is dit echter een fantasietekening. (Zie afbeelding hierboven). In het Ridderhofstedenboek uit ca 1665 komen we een anonieme tekening tegen van het Huis te Mijdrecht, waarop we een rechthoekige toren met 3 verdiepingen zien, gedekt door een schilddak. De ingang bevindt zich op de eerste verdieping en is bereikbaar via een stenen trap. Tegen deze woontoren is een aanbouw zichtbaar, bestaande uit een tweebeukig woonhuis en (waarschijnlijk) een keuken. Deze aanbouw is echter van recentere datum. Het geheel bevindt zich op een eiland.

In 1633 werd het huis door de heer Jan Adolf graaf van Solms, toen proost van St. Jan, met toestemming van het Kapittel verkocht aan Nicolaas van Berk, deken van St. Jan, mits hij en zijn nakomelingen het van de Proost in leen zouden houden.
Als in 1680 jonker Hendrik Adriaan van Reede tot Drakestein met het goed wordt beleend, wordt hij onmiddelijk in de ridderschap van Utrecht beschreven.
Daarna vinden we er jhr. Reinoud Gerard van Tuyll van Serooskerken en vervolgens in 1715 de van der Capellens. In 1759 staat het goed op naam van Daniel Kornelis van der Capellen als heer van Mijdrecht en maarschalk van Eemland, die zich ook heer van Schalkwijk noemde.
Het huis is dan echter al tot een puinhoop vervallen. En rond 1770 zijn alleen de funderingen nog zichtbaar. Nog heel lang was het stuk land aan te wijzen, waar de met gras overgroeide funderingen zich bevonden. Op een kadastrale minuut uit 1832 is het kasteelterrein nog aanwezig, in de vorm van twee eilanden.
Nu is ook de plaats van het slot geheel verdwenen.
Bewoners - 1627 Proost van het Kappittel van St. Jan te Utrecht
1633 Nicolaas van Berk
1680 jonker Hendrik Adriaan van Reede tot Drakestein
jhr. Reinoud Gerard van Tuyll van Serooskerken
1715 familie Van der Capellen
1759 Daniel Kornelis van der Capellen
Huidige doeleinden Het kasteel is verdwenen, maar mogelijk bevinden de funderingen zich nog onder de rondweg.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Tekening van het kasteel uit ca 1700 van Abraham Rademaker
Bronnen Tekst: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht
Tegenwoordige Staat, deel 12, blz 210
"De Ronde Venen, geschiedenis en architectuur". Monumenten Inventarisatie Provincie Utrecht, 2001 Afb. 1: uit: Tegenwoordige staat