Meebaal

Ligging Deze buitenplaats stond te Baambrugge.

Ets van de buitenplaats door Abraham Rademaker uit 1730

Ontstaan De buitenplaats Meebaal is waarschijnlijk voor 1670 ontstaan uit de verbouwing van een hofstede.
Geschiedenis Het huis komen we voor het eerst tegen op een kaart van Gerrit Drogenham uit 1700. Hierop zien we een aaneengesloten rij van lustplaatsen ten zuiden van Baambrugge. In het rampjaar 1672 zijn de archieven van Abcoude-Baambrugge verloren gegaan, waardoor de gegevens over de periode voor 1672 erg spaarzaam zijn. Meebaal behoort tot de kleinste twee van de buitenplaatsen PatiŽntie, Bassenhoff, Meebaal, Paddenburg en het aan de overzijde van de Angstel gelegen Landgenoegen.
Al in 1637 komen we in de archieven een hoffstede Meebaal tegen, die dan al eigendom is van de familie Van Sanen. Een groot deel van het terrein werd in de jaren 60 van de 17e eeuw gekocht door Lodewijk de Bas, de bouwheer van Bassenhof. Het grootste deel hiervan werd gebruikt voor de bouw van Bassenhof en een kleiner deel verkocht hij weer, waarop later de buitenplaats PatiŽntie ontstond. Bij de boerderij Meebaal hoorde nu nog maar 5 morgen land en de boerderij werd waarschijnlijk tussen 1668 (jaar van trouwen van de toenmalige eigenaresse) en 1670 omgebouwd tot buitenplaats. Door Willem Blaeuw wordt er de naam van zijn grootmoeder van vaderszijde, Tryntie Symons Meebael, aan verbonden. We komen het huis tegen op een afbeelding in "Hollands Arcadia" van Abraham Rademaker uit 1729 en de architectuur van het huis duidt op een bouw rond dit jaartal. Tegenover Meebaal, aan de andere zijde van de Angstel, bevond zich tussen de Angstel en de straatweg nog een stuk grond, een zogenaamde overtuin, die door de eigenaar in gebruik was als moestuin of plantsoen.

De eerste eigenaresse van Meebaal was Maria van Sanen, de eerste echtgenote van Willem Blaeuw. Maria van Sanen werd in 1648 geboren en stamde uit een schatrijke familie. Als zij in 1680 sterft, erft haar enige dochter, Catharina Maria Blaeu, dan ťťn jaar oud, al haar bezittingen. Deze bestond o.a. uit 20 huizen in Amsterdam, een aantal onroerende goederen in de Beemster, in de Banne van Sloten en in het gerecht Abcoude-Proosdij, al dan niet met bebouwing. Meebaal is het enige onroerende goed in Abcoude-Baambrugge.
Haar vader hertrouwd in 1685 met Geertruyt Jacoba Barchman Wuytiers, dochter van de eigenaar van Paddenburg. Vijf jaar later, in 1690, wordt Catharina Maria Blaeu al wees. Haar stiefmoeder blijft na het overlijden van haar man nog een aantal jaren op Meebaal wonen, waarvoor zij f.125,- per halfjaar huur aan Catharina betaalt. Naast Meebaal heeft hij ook de beschikking over het espergietuyntje aan de overzijde van de Angstel. Later is zij op Paddenburg gaan wonen, waar haar broer Simon Barchman Wuytiers woonde.

In de archieven wordt Catharina Maria Blaeuw beschreven als een meisje met een nogal avontuurlijke instelling. Op 15-jarige leeftijd verblijft zij in een kostschool in Haarlem en dan kom er een oudste zuster van Cornelis Dutry in de kostschool logeren. Deze probeert haar met 'diverse galanterieŽn' over te halen de school te verlaten en met haar broer Cornelis te trouwen. Tot twee toe had ze Cornelis in de tuin ontmoet. Uiteindelijk geeft Catharina toe en dan wordt het vertrek snel geregeld. Buiten de school wordt ze door Cornelis opgewacht, die haar een jas over het hoofd trekt en haar zo buiten de poort van Haarlem brengt, waar een koets klaar staat om haar naar Amsterdam te brengen.
Waarschijnlijk had de familie Dutry er groot belang in dat Cornelis met deze Catharina zou trouwen, want hij woonde in Gent en kwam daarvoor speciaal voor naar Haarlem toe. Bovenstaande vond plaats op 24 april 1694. Catharina had 5 voogden en dezen bewilligden niet in haar huwelijk, waardoor er op 8 mei een rechtszaak plaats vond op het stadhuis 'voor de commissarissen van huwelijkse zaken'. Op 8 mei begeeft Catharina zich met haar neef, dr. Vinck, in een slee en een van haar voogden, Florentius Dommer, wandelend naast de slee, naar het stadhuis. Cornelis Dutry achtervolgt en vast hen lastig en op de trappen van het stadhuis heeft hij zelfs de degen getrokken. Haar voogd Florentius Dommer beantwoord met ook het trekken van zijn degen. Deze laatste daad werd Cornelis zwaarder aangerekend dan haar ontvoering en werd enige weken later gearresteerd.

Een jaar later trouwt Catharina met Regnerus/Reinier Schaep, die "medisch doctoor" te Amsterdam is. Hun huwelijk bracht slechts ťťn zoon voort, die ook nog gehandicapt is en door de familie 'het onnoozele schaepie' wordt genoemd. Omdat zij ook de beschikking heeft over de buitenplaats Holendrecht, verkoopt ze Meebaal in 1700 aan dominee Cornelis van der Sluys, die het buiten al weer een half jaar later verkoopt aan Gerrit Cloribus. Gerrit heeft maar erg kort van zijn huis kunnen genieten, want hij sterft anderhalf jaar later. Vanaf 1722 komen we als eigenaar Bartholomeus Bazuyn tegen, die koopman te Amsterdam was en de beschikking had over een huis in de Warmoesstraat in Amsterdam.
Veertien jaar later verkoopt Bartholomeus zijn huis aan Aert Dirksz Schouten, die tot zijn dood in 1768 in het huis woont. Omdat hij kinderloos sterft, vererft de buitenplaats aan een zuster van Aert en de kinderen van zijn broer Cornelis Dirksz. Zijn weduwe Johanna Geertruy Meyssenheim krijgt het vruchtgebruik van het huis tot haar dood in 1778. Twee jaar duurt de afwikkeling van de erfenis en dan wordt in 1780 het huis Meebaal verkocht aan Jean Benjamin du Peyrou, die ook al eigenaar was van Bassenhoff en PatiŽntie.

Hier eindig eigenlijk de geschiedenis van Meebaal, want de buitenplaats wordt door de nieuwe eigenaar geÔncorporeerd in Bassenhoff, dat inmiddels Rusthoff wordt genoemd. Wanneer het buiten Meebaal is afgebroken is niet precies bekend. In elk geval is er niets meer terug te vinden van het huis, als Rusthoff in 1824 het huis ten behoeve van de sloop wordt verkocht. Voor de verdere geschiedenis van Meebaal, zie de beschrijving van Bassenhoff.
Bewoners 1637 familie van Sanen
- 1680 Maria van Sanen
ca 1670 Willem Pieterszn Blaeu echtgenoot van Maria van Sanen
1680 - 1700 Catharina Maria Blaeu
1700 - 1701 Cornelis van der Sluys (koop)
1701 - 1702 Gerard Cloribus (koop)
- 1716 Geertruyd van Geleyn, wed. van Harman ten Kate
1716 - ???? Sara Paris, wed. van Laurens Facet
voor 1722 - 1736 BartholomeUs Bazuyn
1736 - 1768 Aert Dirksz Schouten (koop)
1768 - 1780 Johanna Geertruy Meyssenheim wed. van Aert Dirksz Schouten
1780 - 1786 Jean Benjamin du Peyrou (koop)
1786 bij Rusthoff getrokken
Huidige doeleinden Van de buitenplaats is niets meer terug te vinden.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: Ir D.L.H. Slebos, Meer Baambrugse buitenplaatsen, in: Jaarboekje 2003 van het Oudheidkundig Genootschap van Niftarlake, blz. 66 - 98
Afb. 1: Hollands Arcadia Of de vermaarde Rivier Den Amstel. Alle deszelfs Lustplaatzen, Herenhuizen en Dorpen, Zig uitstrekkend van Amsterdam af door Ouderkerk, Abcoude, Baanbrug tot Loenersloot; wederkerende langs de vermaklyke Landgezichten van de Wetering