Lockhorst

Ligging De ridderhofstad Lockhorst lag ten oosten van de Heiligenbergerbeek in de gemeente Leusden. Lockhorst lag ten zuiden van de buitenplaats Heiligenberg.

Dezelfde tekening van het huis (kopergravure door H. Schoute)

Ontstaan Lockhorst wordt voor het eerst genoemd in 1254.
Geschiedenis In de Karolingische tijd maakte een groot deel van het Eemland deel uit van de Koninklijke domeinen. In 777 wordt door Karel de Grote het grondgebied, waarop later het kasteel Lockhorst gebouwd wordt, geschonken aan de kerk van St. Maarten te Utrecht. Later wordt het gebied door de bisschop geschonken aan de St. Paulusabdij te Utrecht. Deze Benedictijner abdij was in 998 gesticht door bisschop Ansfried.
Van 1254 dateert de oudste vermelding van de "curtis" (=hof) Lockhorst. Het is dan nog steeds eigendom van de St. Paulusabdij en wordt in leen gegeven aan Adam van Lockhorst. Binnen de familie was toen net een vete uitgevochten. Na het overlijden van Adam van Lockhorst in 1247, die trouwde met Ida van Hammerstein, waren de Lockhorster bezittingen in bezit genomen door broer Jan van Lockhorst, omdat de kinderen van Adam nog minderjarig waren. In 1253 volgde een uitspraak hierover en Adam, getrouwd met Aleid Zoudenbalchsdr, kreeg de tienden ten westen van de Eem, en de gerechten van Emeclaer, Soest, Hees en Scherpenzeel toegewezen. Zijn oom Jan, de tienden ten oosten van de Eem en het gerecht Coelhorst.

Deze Adam van Lockhorst bereikte een hele hoge leeftijd van tussen de 80 en 88 jaar en overleefde zijn oudste zoon Adam en oudste kleinzoon Adam. De tweede kleinzoon, Aernout geheten, zou erven, maar de bezittingen werden in beslag genomen door een broer van de overleden Adam: Gerrit van Lockhorst. Deze Gerrit sterft tien jaar later en de bezittingen vererven op zijn zoon Wouter.
Aernout van Lockhorst probeert de bezittingen van zijn grootvader in bezit te krijgen en via een uitspraak door de abt van St. Paulus, worden deze in 1352 aan hem toegewezen. Aernout sterft in 1380 en wordt opgevolgd door zijn zoon Adam, die met Agnes Florijsdr van Merwede. Door dit huwelijk mocht hij zich vanaf 1394 heer van Sliedrecht noemen. Zijn zoon Jan van Lockhorst was in 1405 aanwezig bij het beleg voor het kasteel Everstein.

Jan van Lockhorst sterft in 1438 en wordt opgevolgd door zijn zoon Gerard van Lockhorst, die met Catharina van Rijswijck. Door dit huwelijk kreeg hij de beschikking over een kapitaal huis in Leiden, waarvan hij de naam veranderde in Lockhorst. Gerard ging met zijn gezin in het huis Lockhorst in Leiden wonen en speelde daar een belangrijke rol in de plaatselijke politiek.
Ook zijn zoon Johan van Lockhorst sloot een belangrijk huwelijk: hij trouwde met Adriana Willemsdr van der Does, waardoor hij in 1511 door erfenis de beschikking kreeg over het kasteel Oud-Teilingen bij Warmond. Kasteel Oud-Teilingen werd de nieuwe hoofdzetel van het huis en ook hiervan werd de naam gewijzigd in Lockhorst.

Na het overlijden van Johan van Lockhorst in 1535 wordt hij opgevolgd door zijn zoon Gerrit. Gerrit besluit het huis Lockhorst in Leiden te verkopen en hij trouwde met Cornelia van Abcoude van Driebergen. Zij was de laatste telg uit het geslacht Abcoude van Driebergen, die eigenaar was van de ridderhofstad Lievendaal. Gerrit sterft in 1548 en wordt opgevolgd door zijn zoon Willem. Willem trouwde met Catherina Dirksdr van Assendelft en sterft in 1564 en wordt dan opgevolgd door zijn zoon Vincent van Lockhorst. Vincent erfde na de dood van zijn grootmoeder Cornelia in 1578 het kasteel Lievendaal.
Met de dood van Vincent van Lockhorst in 1595 sterft de familie Van Lockhorst in mannelijke lijn uit, omdat Vincent alleen vier dochters had. Omdat zijn oudste dochter Anna, die trouwde met George van Arkel, al in 1595 overleden was, vererfde Lockhorst op haar zoon Otto. Otto van Arkel werd daarmee heer van Ammerzoden, Lockhorst en Well. Hij overleed in 1640 en Lockhorst vererfde op zijn neef Cornelis van Mathenesse, een zoon van Geertruyt van Lockhorst, die getrouwd was geweest met joncker Nicolaes van Mathenesse. Cornelis van Mathenesse werd daarmee heer van Lockhorst, Lievendaal, Hazerswoude en Sliedrecht en overleed nog in hetzelfde jaar 1640 kinderloos en dan ontstaat er een lange periode van meningsverschil over zijn nalatenschap.

Pas op 17 maart 1664 eindigt deze periode met een magenscheid, waarbij de neef van Cornelis, Albert Nicolaas van Beyeren van Schagen, de Lockhorster bezittingen erft. Hij is een zoon van Anna van Mathenesse, die trouwde met Willem van Schagen, heer van Schagen, Schagerkogge, Dirkshorn.
Na de dood van Albert Nicolaas vererven zijn bezittingen op zijn zoon Albrecht Nicolaas van Beyeren van Schagen, die in 1702 besluit om Lockhorst te verkopen. Het huis, of wat daar van over was, met ca. 40 morgen grond wordt dan gekocht door jonker Johan Adolph van Renesse voor 11.000 gulden. Zeven jaar later, in 1709, wordt hij dan toegelaten tot de Utrechtse ridderschap. Het ging Johan Adolph waarschijnlijk meer om de rechten verbonden aan de koop van Lockhorst, want waarschijnlijk was het kasteel toen allang verdwenen.

Johan Adolph sterft in 1720 en Lockhorst en Cadzand vererven op zijn oudste zoon Cornelis Adolph. Omdat hij tien jaar later kinderloos sterft, vererft Lockhorst op zijn broer Willem Jacob, maar ook hij sterft zonder kinderen in 1767, waardoor een neef van hem, Gijsbert Jan baron van Hardenbroek, heer van Bergestein zijn nalatenschap erft. Gijsbert Jan is een zoon van Jan Louis van Hardenbroek, die getrouwd is geweest met Johanna van Renesse van Lockhorst, een zus van de twee broers van Renesse van Lockhorst.
Lockhorst is echter niet meer dan een boerderij met herekamer, waardoor Gijsbert Jan in 1770 het ernaast gelegen huis Heiligenberg koopt. Gijsbert Jan sterft in 1788 en zijn bezittingen vererven op zijn broer Jan Adolf, die drie jaar later sterft. Zijn kleinzoon Gijsbert Carel Duco trouwt met Ada Mathilde de Geer van Rijnhuizen, waardoor hij de beschikking krijgt over het kasteel Rijnhuizen.
In 1927 verkoopt de familie Van Hardenbroek van Lockhorst het 128 ha grote landgoed aan Elisabeth Bicker, echtgenote van Catharinus Pels Rijcken, die in 1928 een nieuw huis laat bouwen, terwijl het Lockhorster bos aangekocht wordt door de Stichting Het Utrechtsch Landschap.

Hoe het kasteel er in zijn oudste vorm heeft uitgezien is onbekend. In 1254 wordt, zoals hierboven gemeld, over een "curtis" gesproken. Deze hof heeft zich mogelijk op de plek van het huidige huis bevonden. Ten noordwesten van het huidige huis moet het middeleeuwse versterkte huis op een rond eiland hebben gestaan. Dit eiland had een doorsnee van bijna 40 m en bevond zich op de rechteroever van de Heiligerberger- of Lunterse Beek. Dit eiland komen we ook tegen op de kadastrale minuut van omstreeks 1832, met zuidoostelijk daarvan de boerderij Lockhorst. Het lijkt er op dat de westelijke begrenzing van het erf rond de boerderij een verdwenen omgrachting is, wat het aannemelijk maakt dat de boerderij op de vroegere voorburcht stond.
Opmerkelijk is de verpachting in 1507 aan Aelbert Wouters gedurende 16 jaar van een "erve ende bouwynge tot Lochorst" door Herman van Lockhorst, deken van de kerk van Oudmunster. Herman is een nakomeling van Jan van Lockhorst, die zich de Lockhorster goederen in 1247 had toegeëigend na de dood van zijn broer Adam. Deze Herman stamt daarmee uit een andere tak van de familie Lockhorst en geen eigenaar van het kasteel, maar waarschijnlijk alleen van de boerderij. Opmerkelijk is wel dat Aelbert hulp kreeg van een tuinman, die de zorg kreeg over de "willigen, pappelioenen (populieren), eyken, eeschen, elsen, appelen, peren, prumen ofte kersen" op het terrein. In het boek "Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht" wordt het volgende vermeld: "Hieruit kunnen we afleiden dat de Van Lockhorsten niet meer op Lockhorst resideerden. De aanwezigheid van een tuinman wijst er daarentegen wel op dat het goed niet geheel in de agrarische sfeer was opgegaan en dat met een tijdelijk verblijf door de familie rekening werd gehouden". Het lijkt mij waarschijnlijker, dat Aelbert Wouters op de boerderij woonde en dat de familie Lockhorst het kasteel gewoon voor bewoning ter beschikking had. [KBR]

In 1536 voldoet Lockhorst aan alle eisen om te kunnen worden erkend als ridderhofstad door de Staten van Utrecht.
In 1641 wordt de ridderhofstad getaxeerd op 5.000 gulden en de landerijen op 10.500. Hieruit maken we op, dat er niets of niet veel meer over was van het kasteel. Mogelijk is het in de loop van de 15e of 16e eeuw in verval geraakt, doordat de familie eerst in Leiden en later op kasteel Oud-Teilingen bij Warmond woonde. Door de tekenaars Roelant Roghman en Caspar Specht is er geen afbeelding gemaakt van het kasteel en ook in het Ridderhofstedenboek van ca. 1650 komen we geen afbeelding tegen.

In 1702 vindt de eerste verkoop plaats. In de verkoopakte wordt het goed omschreven als "de Ridderhofstad en huijsinge genaemt Lockhorst met omtrent veertich morgen landts daer toe behorende, oock sijne vordere timmeringen, bepotingen en beplantingen daerop staende". In deze akte wordt het mooier voorgesteld dan het in was. Een nauwkeurigere omschrijving komen we bij een verhuring in 1710 tegen: "het Erf Lockhorst met alle sijne Landerijen, Schaapsdriften ende alle 't geene daar aenbehoord". In deze huurakte wordt geen melding gemaakt van de opkamer van de boerderij, de boomgaard achter de schaapskooi en een perceel bos, terwijl met "de huijsinge en hofstede" de boerderij wordt bedoeld.
In 1730 maakt Cornelis Pronk een tekening van de boerderij. We zien hierop een krukhuisboerderij met aan de linkerzijde een aangebouwde heerschapskamer boven een kelder. De stijl van deze heerschapskamer doet vermoeden, dat deze tussen 1600 en 1650 gebouwd werd en werd door de eigenaar gebruikt als tijdelijk verblijf als ze hieraan kwamen voor bijvoorbeeld de jacht.

In de 19e eeuw werd de boerderij gebruikt als uitspanning en werd er rond 1885 een nieuw herenhuis gebouwd, dat in 1928 al weer werd afgebroken om plaats te maken voor een landhuis in landhuisstijl.

Bewoners - 1247 Adam van Lockhorst, getrouwd met Ida van Hammerstein
1247 - 1253 Jan van Lockhorst (broer)
1253 - 1327 Adam van Lockhorst (neef), getrouwd met Aleid Zoudenbalchsdr
1327 - 1337 Gerrit van Lockhorst (2e zoon)
1337 - 1352 Wouter Gerrits van Lockhorst (zoon)
1352 - 1380 Aernout van Lockhorst (neef), getrouwd met Cunegonda van Raesen
1380 - 1414 Adam van Lockhorst, getrouwd met Agnes Florijsdr van Merwede
1414 - 1438 Jan van Lockhorst, getrouwd met Elisabeth Vrencke van Winssen
1438 - 1480 Gerard van Lockhorst, getrouwd met Catharina van Rijswijck
1480 - 1535 Johan van Lockhorst, getrouwd met Adriana Willemsdr van der Does
1535 - 1548 Gerrit van Lockhorst, getrouwd met Cornelia van Abcoude van Driebergen
1548 - 1564 Willem van Lockhorst, getrouwd met Catherina Dirksdr van Assendelft
1559 - 1595 Vincent van Lockhorst (broer), getrouwd met Anna van Aarschot van Schoonhoven
2 kleinzoons:
1595 - 1640 Otto van Arkel, heer van Ammerzoden, Lockhorst en Well
1640 Cornelis van Mathenesse, heer van Lockhorst, Lievendaal, Hazerswoude en Sliedrecht (kinderloos)
1640 - 1664 erven van Cornelis van Mathenesse
1664 - 1666 Albert Nicolaas van Beyeren van Schagen (neef van voorgaande)
1666 - 1702 Albrecht Nicolaas van Beyeren van Schagen
1702 - 1720 Jan Adolf van Renesse (koop), getrouwd met Adriana de Casembroot
1720 - 1730 Cornelis Adolf van Renesse van Lockhorst (ongehuwd)
1730 - 1767 Willem Jakob van Renesse van Lockhorst (broer)
Johanna van Renesse van Lockhorst, getrouwd met Jan Louis van Hardenbroek (zus) 1767 - 1788 Gijsbert Jan van Hardenbroek, heer van Bergestein
1788 - 1791 Jan Adolf van Hardenbroek (broer), getrouwd met Susanna Siville d'Aumale
1791 - 1843 Ernest Louis van Hardenbroek van Lockhorst, getrouwd met Anna Maria Munter
1843 - 1927 Gijsbert Carel Duco van Hardenbroek van Lockhorst, getrouwd met Ada Mathilde de Geer van Rijnhuizen
1927 Elisabeth Bikker

Huidige doeleinden Het huidige landhuis is bewoond.
Het oorspronkelijke eiland waarop het kasteel gestaan heeft met een doorsnede van bijna 40 m bevindt direct ten noordoosten van het huis.
Opengesteld Het huis en landgoed zijn niet toegankelijk.
Foto's Foto van de huidige landhuis Tekening van het huis in 1729 door L.P. Serrurier Beknopte stamboom van de familie Lockhorst Kadastrale kaart van Lockhorst uit 1832 over de google maps kaart gelegd
Bronnen Tekst: B. Olde Meierink (redactie), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Onder auspiciën van de Stichting Utrechtse kastelen, Utrecht, Matrijs, 1995, 596 pag.
Afb. 1: Archief van de heer H. van Osch
Foto 1: Peter van der Wielen
Afb. 2: Leusden. Geschiedenis en architectuur. Serie: Monumenten-inventarisatie provincie Utrecht
Afb. 3: eigen archief