Kronenburg

Ligging Op de linker oever van de Vecht, net ten zuiden van Loenen aan de Vecht, gemeente Stichtse Vecht, ten oosten van de Rijksstraatweg en ten noorden van de Bloklaan.

Afbeelding van Jacob Schijnvoet uit het begin van de 18e eeuw

Ontstaan Het kasteel werd in de 13e eeuw gesticht.
Andere benamingen Cronenburgh
Geschiedenis De oudste vermelding van het kasteel Kronenburg komen we tegen in de Rijmkroniek van Melis Stoke. Na de moord op Floris V in 1296 vluchten enkele moordenaars naar Kronenburg, waaronder Gerard van Velsen en Arnold van Benschop. In die tijd was Kronenburg eigendom van de familie Van Amstel. Arnold was een lid van deze familie en mogelijk was Gerard van Velsen ook familie. Het kasteel werd belegerd en na enkele dagen in genomen en met de grond gelijk gemaakt. De meeste edellieden, die zich in het kasteel bevonden, werden direct onthoofd, anderen werden overgebracht naar leiden, waaronder Gerard Van Velsen. Gerard werd drie dagen gefolterd en daarna gevierendeeld.
Kronenburg werd door de graaf van Holland geconfisqueerd en werd hiermee een enclave binnen het bisdom Utrecht. De resten van het kasteel bleven bestaan en de landerijen werden door de graaf verhuurd. In 1308 huurt Splinter van Loenersloot 10 morgen land "te Cronenborch" voor vier pond en vijf schelling.

Bijna 50 jaar na de verwoesting, in 1345, geeft de graaf van Holland (Willem IV, Margaretha van Henegouwen of Willem V) opdracht om de stenen, die tussen het puin in de slotgracht liggen, af te bikken en te hergebruiken voor het kasteel Vreeland. Niet lang daarna wordt Kronenburg herbouwd en in 1354 vindt de eerste belening plaats aan een neef van de Hollandse graaf: Dirk Claeszoon van den Gheyne. Bij het kasteel hoort 373 morgen land, gelegen tussen Kronenburg en het kasteel Vreeland.
Zodra Dirk met het kasteel beleend is, gaat hij zich Dirk van Kronenburg noemen en sterft in of voor 1362 kinderloos, waarna zijn broer Willem het kasteel erft. Willem van kronenburg trouwt in datzelfde jaar, voor de tweede keer, met Lijsbeth van Heemskerk, die eigenaresse van een huis in Castricum was.
Kronenburg was een Hollandse leen en dat bezorgde de bisschop verschillende problemen. In 1374 geeft de bisschop Arend van Hoorn aan zijn maarschalk de opdracht het kasteel te belegeren en hij roept daarbij de hulp in van de Utrechters. Het lukt hem om het kasteel te veroveren "ende worpen het neder in de graft". Het duurt twaalf jaar voordat Willem van Kronenburg een vergoeding krijgt voor de geleden schade aan zijn kasteel in deze Utrechtse Oorlog. Willem vervulde een balngrijke funktie aan het hof van de graaf: hij was lid van de grafelijke raad en was tussen 1389 en 1396 getuige bij het opstellen van grafelijke oorkonden. Na de dood van Willem erft zijn zoon Jan zowel Kronenburg als het huis te Castricum.

Jan sterft kinderloos in 1421 en wordt opgevolgd door zijn broer Hendrik, die gedurende negen jaar Heer van Kronenburg is en daarna opgevolgd wordt door zijn zoon hendrik, die om onderscheid te kunnen maken met zijn vader zich Hendrik van Kronenburg de jonge noemd.
Dan in 1453 koopt Amelis IV van Mijnden het kasteel van zijn neef Hendrik van Kronenburg de jonge, vanwege een schuld van 8500 Rijnse guldens. Amelis IV was getrouwd met Johanna van IJsselstein en kreeg bij haar 13 (mogelijk 14) kinderen. Van de zoons werd Anthonis I heer van Cronenburch en Wouter IV heer van Ruwiel. Herberen werd kanunnik van de Dom te Utrecht, Hubert ridder van de Duitse Orde en twee andere zoons stierven jong. Van de 7 dochters trouwt er één, terwijl de andere zes non worden in een klooster.
Anthonis I koopt in 1490 kasteel Loenersloot met de daarbij behorende gerechtsheerlijkheid van Loenersloot, Ter Aa en Oukoop. Diens zoon, Amelis V genaamd, werd in 1494 na de dood van zijn vader met Kronenburg beleend en bovendien in 1516 met Loenersloot. Amelis V sterft in 1539 en zijn zoon Anthonis (II) erft Kronenburg met de gerechten Loenen en Loosdrecht en zijn zoon Amelis Loenersloot.

In 1540 krijgt Anthonie II hoog bezoek: tijdens het bezoek van Karel V aan het Nedersticht, doet Karel, op weg naar Utrecht, Kronenburg aan. Twee jaar later sterft Anthonie en wordt opgevolgd door zijn zoon Anthonie III, die een zoon en zes dochters krijgt. Zijn zoon Amelis VI sterft echter jong, waardoor met de dood van Anthonie III het geslacht van Kronenburg in mannelijke lijn uitsterft. Zijn dochter Clementia van Amstel van Mijnden trouwt met Frans van Lynden, heer van Hemmen (in de Betuwe). Haar vader sterft in 1578 en zij erft het kasteel, waarmee Kronenburg in het geslacht Van Lynden komt.
Toen de Fransen ons land dreigden in te vallen, werd in opdracht van Prins Johan Maurits, het kasteel Kronenburg door werklieden uit Loenen versterkt en daarna werden er 200 Amsterdamse soldaten ondergebracht. Het kasteel werd belegerd door de hertog van Luxemburg, die voor Kronenburg verscheen met een Frans leger van 1500 man. Deze grote overmacht en gebrek aan munitie was er de oorzaak van dat ze zich moesten overgrven en het kasteel werd gedurende twee maanden door de Fransen bezet. Toen de Fransen het kasteel verlieten werd het deels ontmanteld. Dat het kasteel er nog vrij gunstig af kwam, kwam doordat de eigenaar Rooms-Katholiek was.

Anthonie, baron van Lynden, was gedurende 53 jaar eigenaar van Kronenburg, maar heeft het kasteel niet laten herstellen na het Rampjaar 1673. Hij verkoopt in 1710 de ruïne aan Adriaen Wittert van der Aa. Al in 1711 geeft Adriaen de opdracht om van de rïne een prachtige buitenhuis te laten maken en laat een groot park om het huis aanbrengen. Na zijn overlijden hertrouwt zijn weduwe Anna Maria Moens met Dominicus Franciscus van Cammingha. Dominicus is een afstammeling van de Heren van Ameland. Na de dood van Anna Maria woont haar weduwnaar nog tien jaar op het kasteel.
Als Dominicus in 1626 kinderloos sterft, vererft het kasteel op zijn schoonmoeder Maria Magdalena Ornia. Gedurende negen jaar woont zij op het kasteel en na haar dood vererft Kronenburg op haar zoon Hendrik.

Tot 1754 blijft Kronenburg eigendom van Hendrik Moens, waarna hij het voor 160.000 gulden verkoopt aan de Amsterdamse bankier IJsbrand Balde. IJsbrand is ook eigenaar van de buitenplaatsen Loenen, Wallestein en Wester Klip. Door de koop van Kronenburg verenigde hij het Hollandse en Stichtse gerecht in Loenen in één hand. Het echtpaar Kieft Balde-Smissaert hebben echter nooit op Kronenburg gewoond, maar woonden op Wallestein. Ook na de dood van IJSbrand in 1770 blijft zijn weduwe op Wallestein wonen. Na haar dood in 1795 erven hun drie dochters de vier huizen. De oudste zus, Sophia Johanna van de Poll-Kieft Balde verkoopt Kronenburg in 1803 aan mr. Gerard van den Burgh voor 110.000 gulden en de bijbehorende landerijen voor 57.000 gulden. Dit wijkt af van de beschrijving in het boek "Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht", maar de bron "Heren en vrouwen van Kronenburg" is nieuwer dan het kastelenboek, daarom heb ik gekozen voor deze beschrijving [KBR].

In 1824 wordt de heer Abraham du Bois laatste eigenaar van het kasteel Kronenburg. Hij wilde graag burgemeester van Loenen worden, maar de inwoners waren daar op tegen. De benoeming ging niet door, ondanks alle moeite die Abraham Dubois ervoor deed. Volgens overlevering was hij hier zo woedend over, dat hij uit Loenen vertrok en in 1837 Kronenburg liet slopen.
De huidige eigenaar van het land heeft verteld dat bij het kort maaien in de droge zomertijd een grascirkel zichtbaar wordt die eerder verdord dan ander gras. Dit zou kunnen betekenen dat de fundamenten van de donjon, de ronde toren, daar vrij hoog in het land liggen. De fundamenten van het kasteel zijn nog nooit in hun geheel blootgelegd. Dit komt doordat De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek nog nooit onderzoek op dit terrein heeft gedaan. Het is hun beleid dat monumentale fundamenten uitsluitend worden opgegraven als de betreffende lokatie door nieuwbouw wordt bedreigd.
Op 10 september 1994 was er op Open Monumentendag in het gemeentehuis een kleine tentoonstelling ingericht betreffende het kasteel. Er was o.a. een maquette te zien, reconstructietekeningen en informatie over de historie van het kasteel. In het weiland waar vroeger het kasteel gestaan heeft werden borden over het kasteel geplaatst en op de plek van de donjon wapperde een vlag.

Aan de hand van de tekening die Roelant Roghman in 1646/7 van het kasteel maakte en een schetsmatige plattegrond op een kaart, die niet lang voor 1672 werd gemaakt, kunnen we ons een beeld vormen van het middeleeuse kasteel Kronenburg. Het had een vierkante plattegrond, dat door een gracht was omgeven. Rond een binnenplein waren aan drie zijden muren met kantelen aangebracht en aan de vierde zijde, de westzijde bevond zich een woonvleugel.
Verder had het kasteel op de zuidoosthoek een grote vierkante toren, die voorzien was van een uitstekende weergang en arkeltorentjes en waarschijnlijk uit de 14e eeuw dateerde. Op de noordoosthoek stond een beeldbepalende grote ronde toren, die ook voorzien was van een uitstekende weergang, veel hoger was dan de vierkante toren en overeenkomsten vertoonde van de grote ronde toren van kasteel Abcoude. Tussen deze twee torens in bevond zich een naar voren springen poorttoren, die qua vorm en situering gelijkenis vertoonde, met de poorttoren van het Muiderslot.

Door een schilderij en voorstudie van Adam Willaerts uit 1639 kunnen we ons een goed beeld vormen van de woonvleugel van het kasteel. In de noordwesthoek bevond zich een naar voren springend dubbel tweebeukig woonblok, dat gedekt werd door twee evenwijdige zadeldaken en dat voorzien was van trapgevels en een weergang met kantelen. In het verlengde van dit woonblok bevond zich nog een vleugel, die tegen de buitenmuur was aangebouwd. Deze vleugel werd ook gedekt door een zadeldak en was op de zuidzijde voorzien van een tuitgevel met nokschoorsteen. De gevel eindigde met een vierkante hoektoren, die ter hoogte van de bel-etage overging in een ronde vorm, een plat dak had en voorzien was van een borstwering met kantelen.
Het kasteel heeft een vierkante grondplan met een grote ronde toren en dateert daarmee uit de 14e eeuw. We zien dit ook bij kasteel Moyland bij Kleef in Duitsland dat uit 1347 dateert. Het is ook heel goed mogelijk dat het kasteel in de jaren 50 van de 14e eeuw herbouwd werd.

Gelukkig heeft kasteel Kronenburg niet zwaar geleden in het rampjaar 1672, zoals dat met andere kastelen in de Vechtstreek wel het geval was. Op tekeningen, die tegen het einde van de 17e gemaakt zijn, zien we dat een groot deel behouden bleef. Met name de woonvleugels blijken op latere tekeningen nog voor te komen. Als Adriaen Wittert van der Aa het kasteel in 1710 koopt, staat in de koopakte: "hebbende het Huys seer schoone en groote vertrekken en uytstekende groote kelders, die alle overwuift en overkluyst sijn, leggende in groote, weyde, diepe grachten, soo dat men seer commodieuselijk met groote geladene schepen uyt de rivier de Vecht van en aen het voorschreve slot kan komen".
Adriaen laat het kasteel verbouwen tot een gerieflijke buitenplaats, waarbij het tweebeukige woongebouw zelfs de kantelen en de oude vensterindeling behoud. De andere woonvleugel werd ingrijpend verbouwd, hoewel de kelderverdieping hoogstwaarschijnlijk hetzelfde bleef. Op deze kelderverdieping werd een hoge bel-etage aangebracht met in het midden de nieuwe ingang. Deze ingang werd voorzien van een tweevleugelige gebogen trap. Boven de ingang werd een uurwerk aangebracht. De vensters werden vervangen door schuifvensters.
Door mr. Daniël Gerard van den Burgh werd het huis ingrijpend verbouwd. De ingang en trap uit 1710 werden verwijderd en er werd nu een ingang in de kelderverdieping aangebracht, zoals we dat kunnen zien op een aquarel uit 1808 en de tekening van P.J. Lutgers, die in het jaar van de afbraak, maakte.

Op de eerder genoemd kaart die niet lang voor 1672 gemaakt werd, zien we ook een langgerekte voorburcht. de bebouwing die hierop stond zien we goed op de tekening in het ridderhofstedenboek uit ca 1665. We zien daarop een langgerekt driebeukig bijgebouw, dat gedekt werd door een zadeldak en voorzien was van schoudergevels. Deze bouwstijl wijst op een datering van rond 1600. Op de voorburcht stond in de noordwesthoek een vrij hoog vrijstaand poortgebouw, dat mogelijk van rond 1500 dateert.
De bebouwing op de voorburcht werden in het rampjaar mogelijk wel verwoest of werden na 1710 in opdracht van Wittert van der Aa afgebroken en werd op de plek van de voorburcht een groot voorplein gecreëerd, met aan beide zijden een groot symmetrische dienstgebouw.
Op de kaart van voor 1672 zien we verder dat kasteel en voorburcht waren omgeven door een singel met daar omheen een buitengracht. Tussen het kasteelterrein en de Vecht bevond zich nog een tweede singel. Vanaf het poortgebouw op de voorburcht liep een toegangslaan in noordelijke richting naar het dorp Loenen. Tussen deze laan en de vecht bevonden zich omgrachte tuinen en tussen deze laan en de Rijksstraatweg bevond zich de boomgaard. Bij de veranderingen na 1710 bleef de gracht behouden, maar de tuin en boomgaard werden vervangen door een formele tuin met langs de Rijkstraatweg een heg. Deze tuinen werden voor 1808 veranderd in een tuin in landschapsstijl en wrden de grachten vergraven.

Bewoners ca 1296 ws Arnold van Benschop, lid van de familie Van Amstel
1308 Splinter van Loenersloot
1354 - ca 1362 Dirk Claeszoon van den Gheyne (Dirk van Kronenburg)
1362 - 1397 Willem van Kronenburg (broer)
1397 - 1421 Jan van Kronenburg (zoon)
1421 - 1430 Hendrik van Kronenburg de oude (broer)
1430 - 1446 Hendrik van Kronenburg de jonge (zoon)
1446 - 1473 Amelis IV van Amstel van Mijnden (neef, koop)
1473 - 1494 Anthonie I van Amstel van Mijnden
1494 - 1539 Amelis V van Amstel van Mijnden
1539 - 1542 Anthonie II van Amstel van Mijnden
1542 - 1578 Anthonie III van Amstel van Mijnden
1578 - 1584 Clementia van Amstel van Mijnden, getrouwd met Frans van Lynden
1584 - 1606 Frans van Lynden, heer van Hemmen
1606 - 1626 Anthony, baron van Lynden
1626 - 1657 Frans, baron van Lynden
1657 - 1710 Anthonie, baron van Lynden
1710 - 1714 Adriaen Wittert van der Aa, getrouwd met Anna Maria Moens (koop)
1714 - ca 1716 Anna Maria Moens, hertrouwde met Dominicus Franciscus van Cammingha
ca 1716 - 1726 Dominicus Franciscus, baron van Cammingha
1726 - 1735 Maria Magdalena Ornia (moeder van Anna Maria Moens)
1735 - 1754 Hendrik, graaf van Moens (zoon)
1754 - 1770 IJsbrand Kieft Balde, getrouwd met Nicola Geertruijd Smissaert
1770 - 1795 Nicola Geertruijd Smissaert
1795 - 1803 Sophia Johanna, Regina Catharina en Anna Adriana Kieft Balde
1803 - 1824 mr. Daniël Gerard van den Burgh (koop)
1824 - 1836 Abraham du Bois
1837 - 1846 Mr. Jacobus Henricus van Reenen
1846 - 1893 Jhr. mr. Gerlach Cornelis Joannes van Reenen
Huidige doeleinden Het kasteelterrein is nu weiland.
Opengesteld Langs de Cronenburgherlaan (nrs. 3 t/m 9) staat nog een bijgebouw, dat nu verbouwd is tot enkele woningen. In het dak van de schuur bij het bijgebouw is met rode dakpannen een kasteel weergegeven.
Tevens herinnert een landhuis dat 'Klein Cronenburg' heet (Rijksstraatweg 99) aan de naam van het kasteel.
Foto's Nog een foto van het kasteelterrein op 20 februari 2005 Afbeelding van Jacob Schijnvoet uit het begin van de 18e eeuw Tekening door D. Stoopendaal (in En nog een tekening door D. Stoopendaal uit 1719
Afbeelding van het kasteel door A. Rademaker situatie in 1670 Afbeelding van het kasteel door A. Rademaker situatie 1670 Afbeelding van het kasteel door A. Rademaker situatie 1676
Voorstudie van het schilderij van Adam Willaerts uit 1639 Schilderij van Adam Willaerts uit 1639 Plattegrond van het kasteel door Adam Willaerts uit ca 1650 Ets van het kasteel door I. Sorious uit 1763
Tekening van het kasteel uit een Topografisch Atlas (1808) Aquarel van het kasteel door Cornelis Hardenbergh uit 1818 Tekening van het kasteel door C. Steenbergh Maquette van het kasteel door L. en R. Vuyk (1993)
Bronnen Tekst: B. Olde Meierink (redactie), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Onder auspiciën van de Stichting Utrechtse kastelen, Utrecht, Matrijs, 1995, 596 pag.
Kranteartikel in de VAR van 8-9-1994: Leo en Rutger Vuyk maakten marquette van voormalig kasteel Cronenburgh
C.J. de Kruijter (en Drs. H.B.J. Pieron), Heren en vrouwen van Kronenburg (1-3), in: Vechtkroniek, nr.18 (mei 2003), blz. 20-23; nr.19 (nov. 2003), blz. 9-12; nr. 20 (mei 2004), blz. 19-22
A.A. Manten, Het geslacht Van Mijnden en kasteel Ruwiel, in: Tijdschrift van de Historische Kring Breukelen (4) 1472 - 1563, jrg 6, nr. 3, 1991, blz. 140 - 155
Afb. 1: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht
Afb. 2: P.J. Lutgers, Gezigten aan de rivier de Vecht, 1836/1979
Afb. 3: Dr. R. van Lutterveld, De buitenplaatsen aan de Vecht, Lochem, 1948
Afb. 4: archief van de heer H. van Osch
Afb. 5 t/m 7: archief van J. Leemburg
Afb. 8 t/m 13: E. Munnig Schmidt, Een onbekend schilderij van kasteel Cronenburgh te Loenen, In: jaarboekje Niftarlake, 1993, blz. 60 - 66