Ter Heul

Ligging Het huis lag ten noorden van de Lopiker Wetering in Lopik en kort voor het punt waar de Achterdijk op de Lopikerweg Oost uitkomt.
Ontstaan In 1338 wordt Ter Heul voor het eerst vermeld.
Geschiedenis In 1338 wordt ridder Koen van Oosterwijk met Ter Heul beleend, door Jan I van Blois, een jongere broer van graaf Willem III van Holland. Deze belening vond mogelijk plaats, omdat in dat jaar het kasteel gesticht was en Koen moet beloven, dat zijn kasteel een "open huis" voor Jan I zou zijn. Uit dit gegeven kan worden vastgesteld, dat Ter Heul versterkt en verdedigbaar is geweest.
Jan I van Blois werd in 1308 heer van Gouda en Schoonhoven en Koen van Oosterwijk vervulde een belangrijke functie aan zijn hof: In 1334 komen we hem tegen als baljuw en rentmeester van Schoonhoven en Gouda. Koen trouwde met een zekere Ada, maar we weten niet uit welk geslacht zij kwam, hoewel op internet hier en daar de naam "Van Haaften" wordt genoemd.

Al in hetzelfde jaar van belening wordt bepaald dat Ter Heul zal vererven op zijn oudste dochter Agnes, die pas in 1382 trouwde met Jan van Herlaar. De familie Van Herlaar kwam oorspronkelijk uit Brabant, maar ze kwamen al na 1250 in bezit van goederen rond Ameide en Toenhoven aan de andere zijde van de Lek. De naam Jan komt in de familie Van Herlaar veel voor, waardor ze om onderscheid te kunnen maken vaak een naam aan hun achternaam toevoegden. Jan van Herlaer, die getrouwd was met Agnes van Oosterwijk, noemde zich Jan van Herlaer van Meerwijk, terwijl zijn zoon Jan, die Ter Heul erfde, zich Jan van Herlaer van der Heul liet noemen. Deze laatste Jan, bezat naast ter Heul ook het kasteel Oosterwijk bij Leerdam en goederen in de Alblasserwaard en de Bommelerwaard.

Tijdens de verschillende Arkelse Oorlogen tussen Jan V van Arkel en Willem VI van Holland, die van 1401 tot 1412 duurden, koos Jan van Herlaar van der Heul en zijn drie broers de kant van de heer van Arkel. Hierdoor stonden zij tegenover de graaf van Holland en de stad Utrecht. In 1407 trokken troepen uit de stad Utrecht naar het kasteel Ter Heul en verwoestten het, wat conflicten tussen Jan en de stad Utrecht opleverde.
Jan en zijn broers en andere edelen uit het land van Arkel zochten toen steun bij de graaf van Holland en hielpen hem bij de verovering van de stad Gorinchem. Als dank hiervoor beleende de graaf hem met het huis Oosterwijk en andere goederen in de buurt van Leerdam (deze had hij eerder in leen van de heer van Arkel) en beloofde hem een groot geldbedrag en beloofde Ter Heul te laten herbouwen of deze herbouw af te kopen. De graaf kwam echter niet snel met geld over de brug, daar moest Jan tot na 1410 op wachten.

In april 1408 was Jan met zijn broers nog naar Utrecht geweest, om het conflict over de verwoesting van Ter Heul op te lossen, maar dit leverde niets op. De daarop volgende jaren vertoonde Jan van Herlaar zich niet meer in de stad Utrecht, maar viel Utrechtse burgers lastig, die hij tegen kwam. Toen de graaf dit ter ore kwam, gebood hij in 1415 dat Jan de burgers van Utrecht niet langer mocht "bescadigen, noch misdoen aen live noch aen goede".
Door de hulp van Hendrik van Vianen komt er in 1416 een oplossing voor het conflict tussen de gebroeders Herlaer en de stad Utrecht. Jan van Herlaar van der Heul krijgt een levenslange lijfrente van 100 gulden per jaar van de stad Utrecht en door de vier broers wordt dan een verklaring bezegeld, dat ze akkoord gaan en hiermee komt een einde aan "alre veten, rove, berne, doetslage, vangnissen, twist en sceele die tot desen dage toe geweest hebben".

Kasteel ter Heul is waarschijnlijk niet meer herbouwd, maar Jan van Herlaar woonde ook op zijn huis bij Leerdam. Omdat Jan de bruidschat van zijn vrouw, groot 800 kronen, voor zichzelf had gebruikt, geeft hij het leen aan zijn vrouw Margaretha van Gent als genoegdoening. Via de familie Van Gent vererft Ter Heul op de familie van Doornik, om in 1476 verkocht te worden aan een lid uit de familie Van Ruitenberg. Met een kleine onderbreking blijft het leen dan in bezit van deze familie. In 1592 wordt Ter Heul gekocht door Otto van Blois van Treslong, een nakomeling van de bastaardzoon van de eerste leenheer (!) Jan I van Blois.

Het gebied tussen de Achterdijk en de Lopikerweg is hoger gelegen en werd in de 14e 'de Hoogten' genoemd. Omdat men hier minder snel last had van overstromingen werd hier niet alleen Ter Heul gebouwd, maar ook het huis Te Vliet en de hofstede Te Vliet. Op de plaats waar Ter Heul gebouwd werd bevond zich een heul (= watergang of duiker), die het water van "de Hoogten" onder de dijk door afvoerde naar de Lopiker Wetering en het kasteel ontleende zijn naam aan deze heul. Deze heul wordt al in 1321 genoemd. In de directe omgeving van Ter Heul lag een stuk grond van 10 morgen groot, dat in 1389 "bi der holen" werd genoemd en eigendom was van de Duitse Orde.

Het kasteel ter Heul stond op een stuk land van 26 morgen, wat ongeveer overeenkomt met 22 hectare. Door het combineren van de gegevens in het leenregister, met die in de registers van het oudschildgeld en de vroegste kadastrale gegevens kon de ligging van het terrein worden vastgesteld. Wel moet worden opgemerkt dat in de registers van het oudschildgeld gesproken wordt over 21 morgen.
De al in 1321 genoemde heul is nog steeds aanwezig en het langgerekte kasteelterrein lag direct ten oosten daarvan en strekte zich uit vanaf de Lopiker Wetering tot de ir. F.E.D. Enschedeweg. Het kasteel heeft waarschijnlijk op het gedeelte tussen de Lopiker Wetering en de Achterdijk gestaan.
Het is onbekend of de funderingen zich nog in de grond bevinden. Archeologisch onderzoek is nooit uitgevoerd en er zijn geen meldingen van vondsten van kloostermoppen bekend. Ter Heul was waarschijnlijk een woontoren en heeft de heul onderdeel uitgemaakt van de grachten.

Bewoners 1338 - 1364 ridder Koen van Oosterwijk
ca 1364 - ca 1389 Agnes van Oosterwijk, getrouwd met Jan van Herlaar van Meerwijk
1389 - 1436 Jan van Herlaar van der Heul, getrouwd met Margaretha van Gent
1436 - 1441 Margaretha van Gent
1441 - 1446 Arnout van Gent (broer)
1446 - 1450 Otto van Doornik (zwager)
1450 - 1476 Willem van Doornik Helmichsz
1476 - 1524 Steven van Ruitenberg Adolfsz
1524 - 1534 Johan van Ruitenberg (zoon)
1534 - 1537 Janna van Ruitenberg (zus), getrouwd met Joost van Ratingen
1537 - 1539 Gerard van Ratingen (zoon)
1539 - 1544 Jan Meeusz
1544 - 1570 Adolf van Ruitenberg
1570 - 1571 Jan van Ruitenberg (broer)
1571 - 1579 Stefanie van Ruitenberg (zus), weduwe van Jan van Doyenburg
1579 - 1592 Elisabeth van Doyenburg (dochter), getrouwd met Karel Steur
1592 - 1601 Otto van Blois van Treslong
1601 - 1602 Bartholomeus van Blois van Treslong (broer)
1602 - 1618 Govert Willemsz van Goch, koopman
1618 Adolf Willemsz Gevaerts (van Goch) (broer)
1618 - 1645 Dirk Assueersz Gevaerts van Goch (neef)
1645 - na 1655 Willem Gevaerts van Goch (zoon)

Huidige doeleinden Het vroegere kasteelterrein is nu weiland. Mogelijk bevinden de funderingen zich nog in de bodem.
Opengesteld Het weiland is niet toegankelijk.
Foto's Er zijn geen afbeeldingen van het kasteel bekend.
Bronnen Tekst: B. Olde Meierink (redactie), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Onder auspiciën van de Stichting Utrechtse kastelen, Utrecht, Matrijs, 1995, 596 pag.