Hardenbroek

Ligging Ligt aan de Graaf van Lynden van Sandenburgweg 28 in Cothen.

Foto van het kasteel

Andere benamingen Herdenbroec
Ontstaan Hardenbroek wordt voor de eerste keer vermeld in 1331.
De naam betekent hard moerasland; broek betekent namelijk moerasland en op de plaats waar het kasteel gebouwd werd, zal zich een harde ondergrond (van klei) bevonden hebben.
Geschiedenis Zoals hierboven vermeld, dateert de oudste vermelding van het kasteel van 1331. Er wordt dan gesproken over twee broers, Gijsbert en Wouter van Hardenbroek. Daarvoor wordt in 1309 al gesproken over drie broers uit de familie Van Sterkenburg. Eén van broers heette Gijsbert en is hoogstwaarschijnlijk de vader van de twee hierboven genoemde broers Van Hardenbroek geweest. Dat deze familie afstamt van de Van Sterkenburgs blijkt uit hun wapen: Ze voerden hetzelfde wapen als de Van Sterkenburgs alleen met een barensteel als toevoeging, wat aan geeft dat het om een jongere tak gaat. Gijsbert stichtte een nieuw kasteel niet ver van zijn ouderlijk huis, wat in die tijd niet ongebruikelijk was.
In 1373 komen we Gijsbert van Hardenbroek, de vierde heer, tegen als getuige van een Landsbrief van bisschop Arend van Hoorn uit 1373. Op zijn zegel staat: "Ghisebrecht van Herdebroec ridder". Hieruit blijkt dat deze familie een belangrijke rol speelde in het Sticht. Het kasteel Hardenbroek wordt in 1392 omschreven als: "die huzinghe ende hofstede tot Herdenbroec" en was een leen van de heren Van Vianen en een achterleen van de Hertog van Gelre.

In 1536 wordt het kasteel erkend als ridderhofstad. In dat jaar is Joost van Hardenbroek, de negende heer, eigenaar en het kasteel wordt omschreven als: "Eertuyts te leen behorende aan den Huyse van Sterkenborch, ende nu leenroerig aan den Huyse van Vyanen, die dat houdende is van het furstendom Gelre". Tot 1662 gaat het kasteel steeds over van vader op zoon en vanaf tot 1605 tot zijn overlijden in genoemd jaar, is Pieter van Hardenbroek, de dertiende heer van Hardenbroek. Het kasteel wordt sinds de Tachtigjarige Oorlog echter al niet meer bewoond door de familie. De verschillende heren hadden een volgnummer, maar het is mij niet duidelijk wie de twaalfde heer van Hardenbroek was. Mogelijk was dit de voogd over Pieter, want deze was nog minderjarig bij het overlijden van zijn vader.
Pieter van Hardenbroek sterft in 1662 en overleefde zijn drie kinderen, waardoor het vervallen kasteel vererft op een neef: Hendrik Gijsbert van Hardenbroek, een zoon van zijn broer Gijsbert en Jacoba van Reede van Renswoude. In 1684 besluit deze eigenaar het kasteel te verkopen en de nieuwe eigenaar wordt Cornelis Aerssen van Juchen, waarmee het kasteel na meer dan 350 jaar uit de familie Van Hardenbroek verdwijnt. Hetzelfde jaar wordt de ridderhofstad al weer verkocht en nu aan jonker Adriaan van Rossem, die een jaar later sterft en het kasteel vererft dan op diens zoon jonker Pieter Godert van Rossem, die het kasteel rond 1694 ingrijpend laat verbouwen.

In 1733 wordt het kasteel opnieuw verkocht en de nieuwe eigenaar wordt nu Willem Kerckrinck, die getrouwd is met Annegonda Moyaert. Hij heeft in de zeven jaar dat hij eigenaar was, veel geld in de verbouwing van het kasteel gestopt. Na zijn overlijden blijft zijn weduwe nog acht jaar eigenaresse. Ze hertrouwt met Johan George van Raesveld en in 1748 besluit ze het kasteel te verkopen.
En dan komt het kasteel weer in handen van de familie Van Hardenbroek: Johan Adolph van Hardenbroek, heer van Lockhorst, Bergestein, Bergambacht, 's-Heeraertsberg, Klein Ammers en de Kleine Lindt koopt de ridderhofstad. Hij is een nakomeling in rechte lijn van de tiende heer van Hardenbroek. Het kasteel blijft dan tot 1994 in handen van de familie. Doordat het laatste vrouwelijke lid van deze familie in 1994 overleed, ging het kasteel in handen over van haar zoon jonkheer Francis Loudon.

De familie Van Hardenbroek woonde tot 1917 in het kasteel, maar daarna werd het verhuurd aan de Nederlandse Christen Studenten Vereniging. Van 1938 tot 1942 was het ingericht als museum van de Stichting Nationaal Centrum. Daarna ging de familie zelf weer in het huis wonen.
Bouwgeschiedenis Er is een bron die vermeld, dat het kasteel rond 1260 gesticht zou zijn door Gijsbert van Wulven, maar dit is in tegenspraak met het vermoeden dat Gijsbert van Sterkenburg, als jongere broer, het kasteel rond 1300 liet bouwen. In elk geval zal het kasteel in eerste instantie niet meer dan een woontoren zijn geweest.
In 1646/7 bezocht Roelant Roghman het kasteel en maakte er twee tekeningen van. Hierdoor kunnen we een goed beeld krijgen van de middeleeuwse situatie van het kasteel. Het blijkt dat het toenmalige uiterlijk van het kasteel in grote lijnen overeenkomt met de huidige kelderplattegrond van het kasteel. Hierdoor kunnen we ons ook een grootte van het kasteel vormen. Een hoge vleugel met trapgevels aan de zuidoostzijde is een middeleeuwse zaalbouw geweest met afmetingen van 13,5 x 6 m en met muren met een dikte van 0,8 tot 1,2 m. De gebruikte stenen hebben een formaat van 28/30 x 13,5/14 x 6/7,5 cm. De kelder was voorzien van een tongewelf, met daarboven twee woonlagen gedekt door een zadeldak. De verschillende verdiepingen waren bereikbaar via trappen die in de dikte van de muur waren aangebracht. In het huidige kasteel zijn hiervan alleen in de noordoosthoek restanten terug gevonden. In de noordoostvleugel waren opvallend veel uitgekraagde privaten aangebracht, terwijl aan de zuidwestzijde een langwerpige duivenkast aan de muur was bevestigd.

De vleugel op het noordoosten lijkt van nieuwere datum, en bestond uit een kelder, met daar boven één woonlaag en een zolder. Het kasteel kon bereikt worden over een lange houten brug en via een poortgebouw het kasteel binnen gaan. Op één van de twee tekeningen van Roelant Roghman kunnen we over de muur van het kasteel nog een deel van de zuidwestgevel van de zaalvleugel zien. We zien een brokkelige muur, die er op duidt, dat hier nog een gebouw gestaan moet hebben. Nu ziet men langs deze gevel een er tegenaan gemetselde schoorsteen. Aan de hand van een schilderij, dat op kasteel Hardenbroek hangt, van 50 jaar later, kunnen we vaststellen dat hier een hoge toren heeft gestaan. Op dit schilderij zien we de toenmalige eigenaar met op de achtergrond het kasteel vanuit het noordwesten. Boven de poort steekt een toren uit, die echter niet zo gedetailleerd getekend is als de rest van het kasteel. De schilder heeft zijn fantasie gebruikt of aan de hand van verhalen, deze toren getekend. Deze toren zal erbij getekend zijn, omdat een kasteel met een middeleeuwse toren de eigenaar meer prestige gaf.

Een ingrijpende verbouwing vond plaats ten tijde van Pieter Godert van Rossum en in de 18e eeuw heeft men een oplossing gevonden voor deze minder fraaie zuidhoek, door er een voorplein van te maken. Vermoedelijk is dit gebeurd in opdracht van Willem Kerckrinck tussen 1734 en 1740.

In 1748 kocht generaal Johan Adolph van Hardenbroek het kasteel: volgens de koopakte betrof het: "De aansienlyke Riddermatige Hofstad en Heerlykhyed HARDENBROEK, met desselfs Logeabel Heere Huysinge met diverse Vertrecken, meest behangen, leggende rontom in 't water, met syn Stallinge voor Tien Paarden, Koetshuys, twee Steene Duyvehocken, Hoender- Hout- en Turfstocken, Slagt en Washuys met een Stookcamer en Badkamer, Tuynmans Woninge, Orangerie, Schuur en Schuurberg, Vier Daghuurders Wooningen en alle aanhorige Bossen, Bouwen Wylanden groot ongeveer 100 Mergen, edog verongeldende voor 96 en een half mergen, voorts alle Emolumenten, Geregtigheedenen Praeëminentiën, als Swaanedriften, Duyve Vlugten, considerabile Visserye en achter Leenen, geleegen in de Provintie van Utrecht onder de Geregten van Hardenbroek, Werckhoven en Kooten, omtrent 3 uuren gaans van utrecht, hebbende een kley en zandwegh, konnen alles te water tot aan het huys getransporteert worden...'. Blijkens de memorie van toelichting had het huis een dubbele gracht en was de huurwaarde 300 gulden per jaar voor: 'de Heere Huysinge cum annexcis met omtrent Vier Mergen Boo[m]gaard voorsien van uytgeleesenste Vrugten met de Tuynen, Parterres, met de Visserye en Duyve Vlugten".

Het gecreëerde binnenplein voldeed waarschijnlijk niet aan de wensen van de familie van Hardenbroek en ze laten het volbouwen met een aanzienlijk groot gebouw. In de muur werd een steen aangebracht met de tekst: "hoog wel geb. jonkheer ].G.A. van Hardenbroek heeft deze steen gelegt den XXVI mai 1762 oudt 9 jaer". Boven de deur prijkt het jaartal 1762 en het wapen van Hardenbroek.
Het vierkante gebouw bestond nu uit twee verdiepingen met daaronder kelders, terwijl zich daarboven een zolderverdieping bevond. Hier zijn muurstijlen aangebracht ten behoeve van de kapconstructie. De noordwestgevel werd voorzien van een kleine uitbouw, die in 1790 vergroot werd voor het huidige trappenhuis.

Er zijn vrij veel papieren van de verbouwingen bewaard gebleven, waardoor we kunnen lezen, dat een Gijsbert Meyers voor 1.000 gulden de trap aanbrengt: "Een uitstek [...] tussen 2 ramen zoo breed als het vallen kan, ende zoo diep als het tegen overstaande aan de andere zijde van het huijs. Waar de trap in komt het uijtstek te beginnen ...".
Waarschijnlijk was het architect Jacob Otren Husley, die tussen 1789 en 1793 de laatste grote verbouwing uitvoerde. Aan de achterzijde werd een nieuwe gevel geplaatst op 3,5 m afstand van de oude middeleeuwse gevel, om het kasteel een moderner uiterlijk te geven. Deze nieuwe ruimte kreeg ook twee woonlagen boven een kelder en daarboven een tussenverdieping. Deze tussenverdieping werd nu ook aangebracht bij de rest van het kasteel; alles werd gedekt door drie schilddaken. Deze schilddaken werden door twee kappen evenwijdig aan de zijgevels aan het zicht onttrokken. Alleen in de oostelijke zijgevel is nog middeleeuws muurwerk zichtbaar gebleven.

In 1789 wordt begonnen met het leggen van een dam, om de gracht droog te leggen; hiervoor wordt 650 gulden betaald. In zes weken tijd (van 8 augustus tot 12 september 1789) wordt de fundering gelegd voor de nieuwe uitbouw van 3,5 m. Hiervoor worden 150 'heijmasten' aangevoerd, die tegen betaling van 151 mandagen werden geheid. Gijsbert Meijers krijgt ook de opdracht tot het bouwen van de "zaal met twee cabinetten en uitstek voor trap en secreeten" voor 7.200 gulden.
In 1790 worden er 8000 'blouwen pannen' geleverd om de daken te dekken, waarvoor ruim 217 gulden betaald moet worden. Een jaar later volgt een tweede order van 3300 dakpannen. De in het zicht zijnde dakvlakken worden voorzien van een leibedekking, waar de "lootgieter en leyedecken baes" in 1791 1.200 gulden voor ontvangt. In 1791 wordt begonnen met het verfraaien van het interieur, want in dat jaar worden "Engelse" en "Luijkse" marmeren schoorsteenmantels en "witte marmeren vloersteenen" geleverd. Helaas sterft jonker Johan Adolph in datzelfde jaar, waardoor hij niet heeft mee kunnen maken dat de uitbreiding voltooid wordt.
Dan is er een tegenvaller, als in 1792 het zuidelijke koetshuis afbrandt. Men besluit om het te vervangen door groter koetshuis met ruimte voor 1twaalf paarden. De start hiervan vindt plaats op 15 maart door G.C. Meijers voor 1.732 gulden.

De toegang tot het kasteel blijft, zoals in de middeleeuwen, onveranderd. Een zwaar ijzeren hek, gestut op een muur, die vanuit de gracht oprees, gaf toegang tot het voorplein. In 1816 is er een enorme stortregen en die veroorzaakt dat muur en hek in de gracht zakken. Men besluit om de toegang niet meer te herstellen. Tenslotte zijn in de 20e eeuw de drie schilddaken vervangen door één groot plat dak.
In de zaalbouw bevindt zich op de benedenverdieping een grote verzameling familieportretten, waarvan het oudste rond 1500 geschilderd is. In de zogenaamde eetkamer, de zaal in het midden van de achtergevel, is in december 1989 een plafondschildering aangebracht van Cornelis Troost; de schildering is afkomstig van een huis op de Herengracht te Amsterdam.
Bewoners 1300 - ca 1337 Gijsbert van Hardenbroek, 1e heer
Gijsbert van Hardenbroek, 2e heer (zoon)
- 1373 Gijsbert van Hardenbroek, 3e heer (zoon)
Gijsbert van Hardenbroek, 4e heer (zoon), getrouwd met Jutte van Raephorst
- 1420 Gijsbert van Hardenbroek, 5e heer (zoon), getrouwd met Johanna van Zuijlen van Natewisch
1420 - 1474 Gijsbert van Hardenbroek, 6e heer (zoon), getrouwd met Elisabeth van Tiel
1474 - 1505 Johan van Hardenbroek, 7e heer (zoon), getrouwd met Hadewych van Zuijlen van Nijevelt
1505 - 1532 Gijsbert van Hardenbrok, 8e heer (zoon), getrouwd met Mechteld van Bueren
1532 - 1559 Joost van Hardenbroek, 9e heer (zoon), getrouwd met Johanna van Parijs van Zuijdoort
1559 - 1576 Gijsbert van Hardenbroek, 10e heer (zoon), getrouwd met Wilhelmina van Heumen
1577 - 1605 Joachim van Hardenbroek, 11e heer (zoon), getrouwd met Johanna van Heerjansdam
1605 voogd van Pieter van Hardenbroek, 12e heer ??
1605 - 1662 Pieter van Hardenbroek, 13e heer (zoon)
1662 - 1684 Hendrik Gijsbert van Hardenbroek, 14e heer (neef)
1686 Cornelis Aerssen van Juchen (koop)
1686 - 1687 jonker Adriaan van Rossem (koop)
1687 - 1732 jonker Pieter Godert van Rossem (zoon)
1733 - 1740 Willem Kerckrinck (koop), getrouwd met Annegonda Moyaert
1740 - 1748 Annegonda Moyaert
1748 - 1791 jonker Johan Adolph van Hardenbroek (koop), getrouwd met Susanne Civile, gravin d'Aumale
1792 - 1851 Jonker Gysbert Carel Duco van Hardenbroek (zoon), getrouwd met Rijnarda Hendriks, gen. van de Glindt
1851 - 1882 Gijsbert Carel Duco d'Aumale baron van Hardenbroek, heer van Hardenbroek (zoon)
1882 - 1934 Gijsbert Carel Duco d'Aumale baron van Hardenbroek (zoon), getrouwd met Susanne Civile Sophie barones van Hardenbroek
1934 - 1956 Gijsbert Carel Duco d'Aumale baron van Hardenbroek (zoon)
1956 - 1988 Gijsbert Carel Duco Everard d'Aumale baron van Hardenbroek (zoon)
1988 - 1994 Henriette Arnoldine barones van Hardenbroek van Lockhorst-Snouck Hurgronje (dochter) 1994 jhr. Francis Loudon (zoon)
Huidige doeleinden Het huis wordt bewoond door de familie Loudon, waarmee de huidige eigenaresse van Hardenbroek getrouwd is.
Opengesteld Het kasteel is niet toegankelijk.
Foto's Ansichtskaart van het kasteel (z/w) Foto van het kasteel Foto van toegangshek bij het kasteel
Luchtfoto van het kasteel Prentbriefkaart van het huis uit 1912
Gravure van Hendrik Spilman naar Jan de Beyer ca 1750 Tekening van P.A. Schipperus Plattegrond van de bel-etage van het kasteel Tekening van de doorsnede van het huis
Bronnen Tekst: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, onder redactie van B. Olde Meierink, Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 1995
J. Romijn, Hart van Nederland, een boek over de stad en de provincie Utrecht, A.W. Bruna & Zoons Uitgeversmij NV te Utrecht, 1950, blz. 435/6
Foto 1: uit eigen collectie
Foto 2 en 4: Peter van der Wielen
Foto 3: Renk Knol, Monumentengids Driebergen
Foto 5: Fotodienst Utrecht
Foto 6: Archief van de heer E. Tiele
Afb. 1: boek: Provincie Utrecht, 1966
Afb. 2: Wandelingen door Nederland
Afb. 3 en 4: UIt eigen collectie