Groenewoude

Ligging Het kasteel stond aan de Ekris te Woudenberg.

Foto van het bouwhuis

Andere benaming Woudenberg genaamd Groenewoude
Deze benaming werd gekozen, om onderscheid te kunnen maken met de kastelen Woudenberg en Nieuw-Amelisweerd, dat ook wel Groenewoude werd genoemd.
Ontstaan In 1382 wordt Groenewoude voor de eerste keer beleend. Rond dit kasteel is in de Middeleeuwen het dorp Woudenberg ontstaan.
Geschiedenis In 1383 wordt Willem van Groenewoude door de Bisschop van Utrecht aangesteld tot kastelein van het bisschoppelijke kasteel Stoutenburg bij Leusden. Dit kasteleinschap bracht met zich mee, dat hij zich op Stoutenburg vestigde en tevens maarschalk van Eemland werd. Willem was een zoon van Jan van Groenewoude, die rond 1360 burgemeester en schepen van Utrecht was. Een jaar eerder, dus in 1382 was Willem door Willem van Gaesbeek, heer van Abcoude en Duurstede, beleend met 34 morgen land in Woudenberg "met al sulke steenweer als hi daarop timmert". Willem is dus bezig of heeft het plan opgevat om een kasteel te bouwen. Als hij tien jaar later in de functie van kastelein en maarschalk wordt opgevolgd door Jacob van Nijevelt, vestigt hij zich op zijn nieuw gebouwde kasteel, dat hij naar zichzelf vernoemde.
Willem van Groenewoude trouwde met Mechtelt Taetse, een dochter van Ernst Taetse en Mechtelt van Loenersloot van Oudaen en stierf in 1416, waarna zijn zoon Jan met Groenewoude werd beleend.

Jan van Groenewoude trouwde met Elisabeth van der Aa en dit echtpaar kreeg in elk geval twee zonen: Johan en Lubbert. Johan volgde zijn vader in 1453 op. In de akte van belening staat vermeld: "gelegen in onsen gerichte van Woudenberg op Eyckrijs mit alsulken getymmert als dair op staet geheiten Gruenenwoude, hem aanbestorven van zijn vader Jan van Gruenwoude". Johan voegde de naam van zijn moeder toe aan zijn naam en noemt zich Van Groenewoude van der Aa, maar sterft al vier jaar later, zonder kinderen na te laten. Zijn broer Lubbert, diens zoon Gerrit en Ernst Taets van Amerongen, neef van Johan en Lubbert, maken aanspraak op Groenewoude. Lubbert en Gerrit doen echter afstand van het goed Groenewoude en Ernst Taets van Amerongen wordt de nieuwe eigenaar.
Van 1457 tot zijn dood in 1473 is Ernst eigenaar, waarna hij opgevolgd wordt door zijn zoon Johan. Tien jaar later sterft Johan en hij laat Groenewoude na aan zijn enige dochter Johanna. Johanna Taets van Amerongen trouwde twee maal, maar kreeg geen kinderen, waaardoor ze een testament liet opstellen, waarin ze haar achterneef Johan Taets van Amerongen, een kleinzoon van haar oom Willem, broer van haar vader.

Johan Taets van Amerongen erft Groenewoude in 1552, hoewel zijn vader Ernst dan nog leeft. In 1566 draagt Johan het kasteel over aan zijn zoon oudste zoon Willem, die kapitein is het leger van Filips II en daardoor zeven jaar later, in 1573, sneuvelt in een strijd bij Haarlem. Hoewel zijn kinderen dan nog minderjarig zijn, wordt zijn oudste zoon Ernst heer van Groenewoude. Ernst sterft in 1617 kinderloos, waarna het kasteel vererft op zijn broer Jacob.
Als Jacob pas vijf jaar eigenaar is, sterft hij en Groenewoude wordt dan beleend aan zijn zoon Willem. Omdat de familie Rooms-Katholiek is en Willem dat wil blijven, heeft hij weinig mogelijkheden in de Republiek, omdat hij geen politieke of ambtelijke functies mag vervullen. Hij besluit dan in 1643 Groenewoude te verkopen en zich in de Zuidelijke Nederlanden te vestigen. De nieuwe eigenaresse wordt Maria Hondeling, die weduwe van Dirck van Eck van Panthaleon.

Deze weduwe koopt Groenewoude voor haar zoon Gerard, die al de beschikking had over de woontoren Oud-Broekhuizen, die hij van zijn vader geŽrfd had. Zijn moeder deed dit waarschijnlijk, omdat Groenewoude wel, maar Oud-Broekhuizen niet als ridderhofstad erkend was. Gerard wordt in 1655 opgevolgd door zijn zoon Bertram, die zich echter in Nijmegen gaat vestigen en dan in 1670 besluit om het kasteel te verkopen. De nieuwe eigenaar wordt Hendrik Jacob Tuyll van Serooskerke tot Zuylen.
Met welk doel hij het gekocht heeft is mij [KBR] niet duidelijk, want een jaar later draagt Jacob het kasteel over aan Mechteld van Reede, weduwe van Gijsbert van Hardenbroek. Mechteld koopt daarnaast in hetzelfde jaar ook nog Hindersteyn, allebei voor haar zoon, Gijsbert Johan geheten, zodat hij plaats kan blijven nemen in de ridderschap van Utrecht. Hij gaat op Hindersteyn wonen, maar het gaat hem echter niet voor de wind, waardoor hij in 1682 genoodzaakt is Groenewoude te verkopen. Hij verkoopt het kasteel aan Bartholomeus de Gruyter, burgemeester van Utrecht.

Bartholomeus is slechts enkele maanden eigenaar geweest, want hij sterft al in november van hetzelfde jaar. Maria Specx, de weduwe van Bartholomeus woont met haar kinderen op Groenewoude, en geeft opdracht om het huis te verbouwen en tevens laat ze in 1696 het nu nog bestaande bouwhuis bouwen. Als Maria in 1704 sterft, is de schuld op Groenewoude door de verbouwing zo hoog geweest, waardoor de kinderen zich genoodzaakt zagen afstand te doen van de erfenis. Daarna konden ze Groenewoude echter weer terug kopen van de curatoren.
Zowel de oudste zoon als kleinzoon heetten allebei Bartholomeus en na de dood van kleinzoon Bartholomeus erven zijn kleinkinderen: Louis en Gerarda Alexandrina Bols. Gerarda Alexandrina is dus voor de helft eigenaresse, maar weet de andere helft van haar broer Louis te kopen. In 1836 verkoopt zij Groenewoude aan Hendrik DaniŽl Hooft, die enkele jaren eerder ook al eigenaar was geworden van Geerestein. Hendrik DaniŽl mag zich daarmee heer van Geerestein, Woudenberg en Groenewoude noemen. Hij heeft geen belang bij twee huizen en laat Groenewoude rond 1859 afbreken. Alleen het bijgebouw blijft bewaard.

Het is niet bekend hoe het kasteel eruit zag dat Willem van Groenewoude liet bouwen. De oudst bewaarde afbeelding is die van Roelant Roghman uit 1647. Groenewoude was een L-vormig kasteel, dat volledig omgracht was. Het kasteel telde twee woonlagen en een kelder; was voorzien van trapgevels en werd gedekt door twee zadeldaken, die haaks op elkaar stonden. De twee vleugels hadden afwijkende vloerniveau's en het lijkt erop dat de zuidvleugel ouder was dan de oostvleugel. In de hoek tussen de twee vleugels stond een kleine vierkante traptoren, die gedekt werd door een zadeldak. Het kasteel vertoont overeenkomsten met huis Nieuw-Amelisweerd, dat tegen het einde van de 14e eeuw in bezit was van Jacob van Groenewoude, een broer van Willem, die kasteel Groenewoude liet bouwen.
Op de tekening van Roelant Roghman zien we verder, dat zich op de voorburcht, die zich ten zuiden van het kasteel bevond, twee eenvoudige bijgebouwen stonden, ťťn van de twee zal het rond 1600 genoemde "bouhuijs" zijn geweest. De voorburcht was toegankelijk via een nogal gedrongen poortgebouw met brug, dat zich aan de oostzijde bevond. Dit poortgebouw was voorzien van laat-gotische topgevels en boven de poort een wapensteen met het wapen van Taets van Amerongen.

Verder zijn er enkele tekeningen bewaard gebleven uit de 18e eeuw, waardoor we ons ook weer een beeld kunnen vormen van de verbouwing, die tegen het einde van de 17,sup>e eeuw werd uitgevoerd in opdracht van Maria Specx. De torenvormige toegangspoort werd vervangen door een monumentale natuurstenen ingang met pilasters. Tegen de oostgevel bevond zich een vierkante uitbouw, die verbouwd werd tot een toren van vier bouwlagen en voorzien van een tentdak met peerspits. Ook de voorburcht werd aangepakt. Alle bestaande gebouwen werden afgebroken en aan de westzijde werd een nieuw langgerekt dienstgebouw gebouwd, dat nu nog bewaard is gebleven. Het poortgebouw met brug werd ook afgebroken en er werd een nieuwe toegang gecreŽerd aan de zuidzijde, zodat deze aansloot op de oprijlaan. Deze laan werd aan de zijde van de Ekris nog voorzien van een monumentaal smeedijzeren spijlenhek, dat ook bewaard is gebleven. Deze verbouwing heeft mogelijk plaats gevonden in verband met het voorgenomen huwelijk van haar zoon Bartholomeus de Gruyter met Anna van Blankendael in 1697.

Op een afbeelding van rond 1850 zien we dat het huis en het bouwhuis witgepleisterd zijn. Deze verandering heeft mogelijk voor 1836 plaats gevonden toen Gerarda Alexandrina Bols eigenaresse was. De volgende eigenaar liet het huis in of na 1859 afbreken. De gracht bleef nog heel lang behouden; deze werd in 1965 opgevuld met Woudenbergs huisvuil.

Bewoners 1382 - 1416 Willem van Groenewoude
1416 - 1453 Jan van Groenewoude
1453 - 1457 Johan van Groenewoude van der Aa
1457 - 1473 Ernst Taets van Amerongen (neef)
1473 - 1484 Johan Taets van Amerongen (zoon), getrouwd met Alijd Warner Braemsdr Uter Cornmerckt
1484 - 1552 Johanna Taets van Amerongen (dochter)
1552 - 1566 Johan Taets van Amerongen (achterneef), getrouwd met Johanna van Gaasbeek
1566 - 1573 Willem Taets van Amerongen (zoon), getrouwd met Cornelia van Valladolid
1573 - 1617 Ernst Taets van Amerongen (zoon), getrouwd met Beatrix Mulert
1617 - 1622 Jacob Taets van Amerongen (broer)
1622 - 1643 Willem Taets van Amerongen (zoon)
1643 Maria Hondeling, weduwe van Dirck van Eck van Panthaleon
1643 - 1655 Gerard van Eck van Panthaleon
1655 - 1670 Bertram van Eck van Panthaleon
1670 - 1671 Hendrik Jacob Tuyll van Serooskerke tot Zuylen
1671 Mechteld van Reede, weduwe van Gijsbert van Hardenbroek
1671 - 1682 Gijsbert Johan van Hardenbroek
1682 Bartholomeus de Gruyter, burgemeester van Utrecht, getrouwd met Maria Specx
1682 - 1704 Maria Specx
1704 - 1741 Bartholomeus de Gruyter (zoon), getrouwd met Anna van Blankendael
1741 - 1782 Bartholomeus de Gruyter (zoon)
1782 - 1836 Gerarda Alexandrina Bols (kleindochter)
1836 - 1859 Hendrik DaniŽl Hooft

Huidige doeleinden Een witgepleisterd bouwhuis uit 1696 en een 18e eeuws inrijhek zijn de enige restanten van het kasteel.
Het wapen van dit kasteel, drie zwarte hanen met rode kammen op een gouden achtergrond, is nu het wapen van de gemeente Woudenberg.
Opengesteld Het bouwhuis is niet toegankelijk.
Foto's Foto van het toegangshek Afbeelding van Roelant Roghman Ets uit 1698 door J. van Vianen en J. Ottens
Bronnen Tekst: B. Olde Meierink (redactie), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Onder auspiciŽn van de Stichting Utrechtse kastelen, Utrecht, Matrijs, 1995, 596 pag.
Foto 1 en 2: Peter van der Wielen
Afb. 1 en 2: Kastelen en Ridderhofsteden in Utrecht