Den Engh

Ligging Dit kasteel lag aan het einde van de Enghlaan nrs. 17-21, een zijweg van de Hof ter Weydeweg in Vleuten.

Afbeelding uit 1730 van Cornelis Pronk

Ontstaan De eerste vermelding dateert uit 1259.
Geschiedenis Ridderhofstad Den Engh lag ten oosten van het dorp Vleuten. Het huis was leenroerig aan de Sticht, en werd in 1536 als ridderhofstad erkend. Den Engh wordt voor het eerst genoemd in 1260 als bezit van het geslacht Uten-Enge of Uit den Engh. Er is erg weinig over de geschiedenis van het kasteel bekend, terwijl een aantal bewoners invloedrijke personen waren.
In 1259 wordt het huis voor het eerst vermeld, als Bernardus uten Hamme het goed Rieswaard bij Kovelwade aan het kapittel van St. Marie verkoopt. Hij had dit in leen van de bisschop van Utrecht en als schadeloosstelling draagt hij "twintig morgen gelegen te midden van overige goederen van hem nabij zijn huis in de Engh in zijn gerecht van Themaat" op aan de bisschop. In 1272 sneuvelt Bernardus ex Enghe in een strijd tegen de Friezen en het is goed mogelijk dat deze persoon dezelfde is als Bernardus uten Hamme. De families Uten Hamme en Uten Engh gebruiken hetzelfde wapen en dezelfde voornamen komen voor. Deze Bernardus was waarschijnlijk eigenaar van zowel Den Ham als Den Engh en heeft er een splitsing plaatsgevonden onder zijn zonen.
Dit lijkt ook aannemelijk, omdat we tegen het einde van de 13e eeuw een Barent van den Enghe tegenkomen, die het gerecht Themaet in bezit had, dat, zoals hiervoor vermeld, ook in bezit was van Bernardus uten Ham.

In de 14e eeuw komen we enkele vermeldingen van het huis Den Engh tegen in pachtbrieven van het kapittel van Oudmunster en de oudste belening dateert van 1349. In dat jaar wordt Bernt uten Engh met het huis beleend, die in 1375 ook een opgestelde landbrief bezegelt, waaruit blijkt dat de familie inderdaad een belangrijke rol speelde. Rond 1380 wordt het huis als volgt omschreven: "Claeys uten Enghe hout dat huys ten Enghe mitter hofstede, also alsie gheleghen is, mitten duufhuys ende mit sinen toebehoren, ende mit 28 morgen lants". Tussen 1380 en 1423 zijn er vier morgen aan het leen onttrokken; vanaf laatstgenoemde jaar wordt er bij de beleningen steeds gesproken over 24 morgen.
De vader van Claes, Bernt uten Enghe, was twee maal getrouwd. Eerst met Lysbeth van Putten en na haar overlijden trouwde hij met Haze van Vleuten. Claes was de enige zoon uit zijn eerste huwelijk en nadat deze kinderloos overleed, volgde zijn halfbroer Bernt, uit het tweede huwelijk van hun vader, hem op. Wanneer Claes en Bernt overleden is niet precies duidelijk, maar Bernt overleed voor 1413. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Claes, die twee dochters heeft. Hij treft beschikkingen, zodat zijn jongste dochter hem na zijn dood kan opvolgen. Deze dochter trouwt echter zonder zijn toestemming en in 1413 besluit hij dan zijn beschikkingen te herroepen. Van zijn oudste dochter Lijsken wordt vermeld dat ze "stom en hare zinnen niet machtig" is. Na het overlijden van Claes in 1423, wordt zijn broer Melis met Den Engh beleend.

Dat het geslacht Uten Engh een belangrijke rol speelde in de geschiedenis van het Sticht, blijkt uit de volgende feiten: In de 15e eeuw waren verschillende leden maarschalk of ambtenaar van de bisschop en de heren van Den Engh waren ook heer van Zuilenburg te Overlangbroek. Het huis te Vleuten was een leen van Den Engh en het kasteel Oud-Broekhuizen een leen van Zuilenburg. Daarnaast werd het kasteel in 1536 erkend als ridderhofstad, waardoor de heren van Den Engh zitting konden nemen in de Utrechtse ridderschap.
De heren van den Engh bezaten ook verschillende stukken land met een totale grootte van 40 morgen in Wijk bij Duurstede, waarvan 22 morgen leenroerig was aan Oudmunster. Frederik uten Engh vond het erg verwarrend, wat nu leenroerig en wat eigen land was en hij stelde in 1566 een ruil voor, waarmee deze 40 morgen eigen goed werden en Den Engh zelf, ongeveer 22 morgen groot, leenroerig zou worden aan oudmunster. Deze Frederik is in de jaren 1566 en 1567 verantwoordelijk voor de uitgaven tijdens het beleg van het kasteel Vredenburg en is in 1579 aanwezig bij de ondertekening van de Unie van Utrecht.

In 1582 wordt deze Frederik opgevolgd door zijn kleinzoon Berent Amelisz. uyten Enghe, die in 1600 kinderloos sterft, waarna zijn zus Anna met het kasteel beleend wordt. Zij is getrouw met jonkheer Frederick van Zuylen van Nyvelt, en het huis gaat over in handen van deze familie. Doordat de familie de beschikking had over Zuilenburg, is Den Engh mogelijk in verval geraakt. In elk geval wordt het kasteel in het begin van de 17e eeuw opnieuw opgebouwd door de echtgenoot van Anna of hun zoon Jonkheer Willem van Zuylen van Nyevelt. Ze deden dit om er ook echt te gaan wonen.
Als in 1659 de kleinzoon van Anna uten Engh sterft, besluiten zijn erven het kasteel te verkopen. De nieuwe eigenaar wordt Frederick Ruysch. Deze Frederick breidt het grondgebied door een perceel te kopen van het Catharijneconvent en toebehoord had aan Hof ter Weyde. Frederick trouwde met Maria van der Muelen en het echtpaar krijgt vier dochters, die zich Ruysch van Den Engh noemden.

Deze dochters en/of weduwe hadden blijkbaar geen belang bij de ridderhofstad, want het huis wordt in 1678 verkocht aan Cornelis van Egmond van der Nijenburg. Hij is een zoon van Johan, die eigenaar is van het huis te Vleuten en burgemeester is geweest van Alkmaar. Deze familie wist welvarend te worden door het kopen van verschillende ambachtsheerlijkheden. Daarnaast pretendeerden ze nakomelingen te zijn van de Graven van Egmond, wat echter niet juist is. Door deze onwaarheid werden ze echter wel door keizer Jozef I in 1705 tot baronnen van het Heilige Roomse Rijk verheven.
In de binnen- en buitenpoort zien we een wapenstenen met de wapens Van Egmond en Den Engh, die waarschijnlijk door Cornelis van Egmond van der Nijenburg zijn aangebracht. Na zijn overlijden wordt er een taxatie opgesteld van zijn bezittingen. Den Engh wordt omschreven als, bestaande uit "singels, hof, stegen, vijvers, koetshuis, schuur en vijf morgen boomgaard met een waarde van 5.500 gulden. De waarde van alle onroerende goederen te Vleuten, waaronder ook het kasteel Bottestein werd getaxeerd op 20.600 gulden.

Na het overlijden van Maria van Egmond van der Nijenburg, de dochter van Cornelis, komt het huis in 1729 in bezit van de familie Van Ewijck. Johan Leonard van Ewijck, die naast Den Engh, ook eigenaar is van de buitenplaats Vredenhoef aan de Vecht bij Maarssen. Na zijn dood in 1760 wordt hij opgevolgd door zijn zoon Jan Cyprianus, die raad in de vroedschap van Amsterdam, raad der admiraliteit van Zeeland, en commissaris van het trekpad op Utrecht is. Hij vestigde zich in Amsterdam en heeft waarschijnlijk niet op Den Engh gewoond, hoewel het huis goed onderhouden werd.
Na zijn dood in 1813 staat het huis te koop en wordt dan gekocht door Anthony Ravée. Hij heeft er maar enkele jaren van kunnen genieten, want vijf jaar later sterft hij en laat het huis na aan zijn broer Hendrik. Hendrik is een vermogend man, die ook al eigenaar is van ridderhofstad Schonauwen. In 1833 sterft Hendrik en via zijn testament wijst hij achterneef Hendrik Bernhard Nieuwenhuis als zijn erfgenaam aan. (Zijn zus Anna Margaretha Ravée trouwde met Coenraad Smits van Pesch en een dochter van hen, Anna Margaretha Elizabeth Clazina van Pesch trouwde met professor Jacob Nieuwenhuis. Dit echtpaar zijn de ouders van de nieuwe eigenaar.) Het blijkt dat de vader, de professor, op Den Engh woont en er ook in 1857 sterft. De oorzaak hiervan ligt mogelijk in het feit dat het goed Den Engh geslonken is tot 7 bunders, terwijl de heerlijkheid Themaat-Wtten Enghs in totaal 485 ha groot is!.

Na het overlijden van de vader van Hendrik Bernhard Nieuwenhuis is het huis waarschijnlijk al geërfd door zijn broer Dionijs Christiaan Nieuwenhuis. Tussen 1857 en 1867 wordt hun moeder door hem liefdevol verzorgd, tot zij op 17 september 1867 op den Engh sterft. Dionijs Christiaan is heer van den Engh en Ambachtsheer van Themaat Wtten Enghs. Bij de ridderhofstad behoorden:
1. De van ouds daarvan verbonden riddermatige en heerlijke rechten, praeminentiën en gerechtigheden
2. De brug over de Vleutensche Wetering
3. De dubbele heerenbank van de Ridderhofstede den Engh in de Herv. Kerk te Vleuten, met daarbijbehoorende bekleeding, gordijnen en vier kwarto Statenbijbels
4. Twee zwanen o.a. bij de kerk en in Slotgracht
5. De duiventil

Een jaar na het overlijden van hun moeder wordt Den Engh verkocht aan W.J. Royaards, die ook al eigenaar is van Den Ham. Het is heel erg jammer dat door deze nieuwe eigenaar het kasteel in 1896 gesloopt wordt. In het begin van de 20e eeuw worden de landerijen en het kasteelterrein gepacht door J. van Rossum, die in 1910 de mogelijkheid krijgt om de landerijen en het voormalige kasteelterrein te kopen en alle gronden omzet in landbouwgrond.

Door de gemeente Utrecht is Den Engh begin 2007 verkocht aan de ontwikkelingscombinatie van Portland, Groenland Wonen en Abrona voor herontwikkeling. Den Engh zal een publieke- en maatschappelijke functie krijgen.

Aan de hand van de tekeningen van C. Specht uit 1698 en enkele tekeningen uit de 18e eeuw kunnen we vaststellen, dat het kasteel hoogstwaarschijnlijk in etappes gebouwd werd. Het belangrijkste deel vormen twee tegen elkaar staande gebouwen, waarvan het gebouw in de zuidwesthoek een onderkelderde woonvleugel was van twee woonlagen en gedekt door een zadeldak met aan de ene zijde een tuitgevel en aan de andere zijde een trapgevel. Het andere gebouw lijkt een vierkante woontoren te zijn, met een afwijkende verdiepingsindeling en gedekt door een schilddak. Het lijkt of er onder de dakrand kleine vensters bevinden, die daar aangebracht zijn, als opvulling van de vroegere kantelen. De rechthoekige woonvleugel is voorzien van geblokte ontlastingsbogen, wat er op duidt, dat deze vleugel in de eerste helft van de 17e eeuw werd gebouwd of ingrijpend verbouwd.
Op de scheiding tussen de toren en de woonvleugel bevond zich een aanbouw, waarin zich een gemak bevond. Deze aanbouw had een gekanteelde daklijn. De ingang, voorzien van een bovenlicht, bevond zich in de toren. Aan de achterzijde van deze toren sloot een L-vormige vleugel met een schilddak aan, dat weer in verbinding stond met een poortgebouw. Van dit poortgebouw zijn foto's bewaard gebleven, omdat deze als laatste, in 1904, werd afgebroken. Dit poortgebouw had twee woonlagen en werd gedekt door een zadeldak met aan beide zijden een topgevel; tevens was deze voorzien van de wapens van Van Egmond en Den Engh, aangebracht door Cornelis van Egmond van der Nijenburg, eigenaar in de 17e eeuw, die beweerde van de Graven van Egmond af te stammen.
Voor het kasteel bevond zich een plein, dat omgeven was door een hoge muur en in de zuidwesthoek bevond zich een tuinmuur, die voorzien was van ronde openingen, waarin klassieke beelden geplaatst waren.
Aan de hand van de verschillende bewaard gebleven tekeningen, kunnen we het kasteel dateren van rond 1630. In die tijd moet het of gebouwd of ingrijpend verbouwd zijn en dit lijkt goed overeen te stemmen met de mededeling van Wittert van Hoogland, dat Frederik van Zuylen na de dood van zijn vrouw (1626) het kasteel opnieuw liet opbouwen.
Het is geheel onduidelijk waarom het kasteel in 1896 werd afgebroken. Het lijkt erop dat het kasteel nog in goede staat verkeerde. In mei 1896 komen we in de krant een advertentie tegen, waarin "50.000 oude Steenen, beste kwaliteit, afkomstig van de afbraak der Ridderhofstad Den Engh nabij Vleuten" te koop worden aangeboden.
Bewoners 1259 - 1272 Bernardus de Hamme of Bernardus ex Enghe
eind 13e eeuw Barent van den Enghe
1349 - 1375 Bernt uten Engh, getrouwd met Lysbeth van Putten
1375 - 1380/2 Claeys uten Enghe (zoon)
ca 1400 Bernt uten Enghe (halfbroer)
ca 1410 - 1423 Claes uten Enghe (zoon)
1423 - 1425 Melis uten Enghe, (broer)
1425 - 1431 Beernt uten Enge (zoon)
1431 - 1466 Melys uten Enge (zoon)
1466 - 1505 Bernt uten Enge (zoon)
1505 - 1530 Berndt uthen Enge (zoon)
1530 - 1538 Melis uuyten Enge (zoon), getrouwd met Wilhelmina Jansdochter van Doernick
1538 - 1546 Philippote uuyten Enge (dochter)
1546 - 1582 Frederick uuyten Enge
1582 - 1600 Berent Amelisz. uyten Enghe (kleinzoon)
1600 - 1626 Jonkvrouwe Anna uyten Engh (zus), getrouwd met jonkheer Frederick van Zuylen van Nyvelt
1626 - 1640 Jonkheer Willem van Zuylen van Nyevelt (zoon)
1640 - 1659 Jonkheer Frederick van Zuylen van Nyevelt (zoon)
1659 erven Frederick van Zuylen van Nyevelt
1659 - 1677 Frederick Ruysch (koop), getrouwd met Maria van der Muelen
1677 - 1678 Maria van der Muelen
1678 - 1709 Cornelis van Egmond van der Nijenburg (koop)
1709 - 1729 Maria van Egmond van der Nijenburg (dochter)
1729 - 1760 Johan Leonard van Ewijck (koop)
1760 - 1813 Jan Cyprianus van Ewijck (zoon)
1813 - 1818 Anthony Ravée (koop)
1818 - 1833 Hendrik Ravée (broer)
1833 - 1857 Hendrik Bernard Nieuwenhuis (achterneef)
1857 - 1868 Dionijs Christiaan Nieuwenhuis (broer)
1868 - 1896 W.J. Royaards
1910 pachter J. van Rossum
2007 ontwikkelingscombinatie van Portland, Groenland Wonen en Abrona
Huidige doeleinden De oorspronkelijke hoofdburcht is een omgracht eiland, dat in gebruik is als weiland en boomgaard. Op het terrein van de voorburcht staat een dwarshuisboerderij uit de 19e eeuw, met delen van een 17e eeuwse voorganger en een langgerekt koetshuis.
Opengesteld De boerderij en het eiland zijn toegankelijk wanneer restaurant Dengh! geopend is. Informatie over Den Engh is te vinden op de website van de Gemeente Utrecht
Foto's Foto van het eiland waarop vroeger Den Engh heeft gestaan Foto van het vroegere koetshuis Foto van een stenen paal van vroegere toegangshek in 1992 Luchtfoto van de boerderij en het kasteelterrein (15-05-1998)
Foto van het vroegere koetshuis op 15 mei 2003 Foto van het vroegere koetshuis op 15 mei 2003 Kopergravure van het kasteel door C. Specht uit 1698
Bronnen Tekst: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, onder redactie van B. Olde Meierink, Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 1995
de heer N. Domela Nieuwenhuis Nyegaard
Afb. 1: Kastelen en Ridderhofsteden in Utrecht
Foto 1: uit eigen collectie
Foto 2: Peter van der Wielen
Foto 3 t/m 6: Fotodienst Utrecht
Afb. 2: boek: Provincie Utrecht, 1966