Drakestein

Ligging Aan de rand van het dorpje Lage Vuursche (gem. Baarn).

Zwartwit foto van het huis

Ontstaan In 1360 is voor de eerste keer sprake van een hofstede Drakestein, terwijl in 1385 sprake is van een Frederik van Drakenburg, die met Drakestein wordt beleend.
Geschiedenis De geschiedenis van Drakestein loopt synchroon aan die van Drakenburg. De heerlijkheid Drakestein was oorspronkelijk een leen van het kapittel van St. Jan te Utrecht. In 1359 wordt dit leen voor 28 jaar in erfpacht gegeven aan Werner van Drakenborg. Een jaar later ontving hij van de priorin van het Vrouwenklooster te De Bilt een 'stuk veens aan de Vuursche' in eeuwige erfpacht met een hofstede Drakesteijn, die Werner 'heeft opgetimmerd'.
In 1362 draagt Werner de hofstede op aan bisschop Jan van Arkel, van wie hij het kasteel in leen terug krijgt. Twee jaar later wordt hij benoemd tot Schout van Utrecht.
In 1387 (de 28 jaar erfpacht zijn dan afgelopen) wordt Drakestein gepacht door de zoon van Werner, Frederik van Drakenborg. Deze Frederik bezit ook Drakenborg en een steenhuis in Houten (dat een voorganger van het huidige kasteel Heemstede (II) was). In 1403 krijgt hij van de stad Utrecht toestemming om op het kasteel te wonen, zonder zijn burgerrecht te verliezen. Hij was getrouwd met Cornelia Taets van Oudaen, waardoor ook Kasteel Oudaen in de familie komt. Het is niet precies duidelijk wanneer Frederik is gestorven. We vermoeden in 1436, omdat in dat jaar de 3 kastelen worden beleend aan Johan van Drakenburg.

Johan sterft in 1456 kinderloos en wordt dan opgevolgd door zijn broer Johannes van Drakenburg, die kanunnik van het domkapittel was.
Bij het overlijden van Johannes in 1498 worden Drakestein, Oudaen en Drakenburg nagelaten aan zijn neef Frederik, die de oudste zoon van zijn oudere broer Ernst was. Deze Frederik van Drakenburg was getrouwd met een dochter van de heer van Nijenrode. Frederik sterft in 1518 en zijn broer Johan erft. Niet lang heeft Johan gebruik kunnen maken van de 3 kastelen, want hij sterft al in maart 1520. Omdat hij alleen een dochter heeft, Josina van Drakenburg, erft zij Drakestein, Drakenburg en Oudaen. Zij trouwt met Dirk van Zuylen van de Haar, die eigenaar is van De Haar. Waarschijnlijk woonden ze op het twee jaar eerder herbouwde kasteel De Haar.

Dirk van Zuylen was ook Schout van Utrecht en zal waarschijnlijk niet op Drakestein gewoond hebben. Drakestein wordt overgedragen aan zijn zoon Claas van Zuylen van de Haar, die het een jaar later overdraagt aan Karel van BourgondiŽ, heer van Sommelsdijke en St. Annaland. Karel was gehuwd met de tweede dochter van Johan van Kuilenburg tot Renswoude. Deze Johan heeft twee dochters: de oudste erft kasteel Renswoude en de tweede dochter erft landgoed De Vuursche.
Na het overlijden van Karel erft zijn tweede zoon Jan de goederen Drakestein en de Vuursche, waar hij in 1597 mee wordt beleend. In 1610 worden deze goederen te koop aangeboden door Jan van BourgondiŽ en de nieuwe eigenaar wordt mr. Simon van Veen, Raadsheer bij de Hoge Raad. Na het overlijden van Van Veen worden Drakestein en De Vuursche door zijn kinderen verkocht aan jhr. Ernst van Reede in 1625, die er pas in 1634 mee wordt beleend.

In 1640 volgt Gerard van Reede zijn vader op. Gerard herbouwt Drakestein in de vorm van een achtkantig landhuis. Dit nieuwe huis wordt niet op dezelfde plaats gebouwd als de oorspronkelijke woontoren. Op oude kaarten uit ca 1580 en 1619 zien we, dat deze gestaan moet hebben op een ronde heuvel. Een dergelijke heuvel ligt inderdaad achter Drakestein, maar opgravingen hiernaar zullen wel nooit uitgevoerd worden, omdat deze heuvel op het grondgebied ligt van Drakestein.
Omdat Drakestein na deze herbouw erkend wordt als ridderhofstad, wordt Gerard dan voor het eerst toegelaten tot de ridderschap van Utrecht. Naast het kasteel stichtte hij ook het dorp Lage Vuursche. Op zijn initiatief werd er een school, kerk, molen, pastorie en herberg gebouwd. Hij trouwt in 1645 met de niet-adellijke Catharina van Teylingen, maar na haar dood trouwt hij weer 'op stand' en wel met zijn nicht Margaretha van Reede. Beide sterven op 13 oktober 1669, zeven minderjarige kinderen achterlatend.

Hoewel Gerard een jaar eerder Kasteel Dompselaar had verworven, was zijn financiŽle situatie niet geweldig. Zijn crediteuren lieten beslag leggen op de boedel en Drakestein en de Vuursche werden voor 27.800 gulden verkocht aan de Amsterdamse patriciŽr Johan Reynst, die er vervolgens in 1672 door Willem III mee wordt beleend. Deze Johan gebruikt Drakestein als buitenplaats.

Zijn oudste dochter trouwt met mr. David de Wildt, secretaris van de Admiraliteit van Amsterdam. Haar kleindochter Isabella Lucretia Barchman Wuytiers (1731-1780) trouwt in 1751 met kolonel der cavalerie: Pieter Anthony Godin. Maar zij verkoopt het huis in 1779 na het overlijden van haar man. Drakestein wordt dan eigendom van de Amsterdammer koopman mr. Court Willem Sander, die het huis laat moderniseren.
Na zijn dood in 1807 wordt het huis openbaar geveild en mr. Paulus Wilhelmus Bosch, burgemeester van Utrecht, wordt de nieuwe eigenaar. Hij gaat zich naar het huis 'Bosch van Drakestein' noemen. Vervolgens koopt hij in 1811 ook nog de buitenplaatsen Oud-Amelisweerd en Nieuw-Amelisweerd bij Bunnik. Na zijn dood worden de drie huizen in 1834 onder zijn drie zonen verdeeld. De middelste, Frederik Lodewijk Herbert Jan, erft Drakestein. Frederik Lodewijk koopt in 1860 Drakenburg, waarmee beide kastelen weer in ťťn hand komen. Als hij in 1866 sterft, gaat het huis naar zijn zoon, mr. Paulus Jan Bosch van Drakestein, die commisaris van de Koning in Noord-Brabant is. Paulus Jan woont hierdoor in 's Hertogenbosch en heeft Drakestein als buitenplaats gebruikt. Diens zoon Frederik Lodewijk woont in het huis tot hij het in 1959 verkoopt aan Prinses Beatrix.
Het huis met 20 ha tuin en park wordt aangekocht door Prinses Beatrix, die het vervolgens laat restaureren om er daarna te gaan wonen. Nadat ze koningin is geworden, verhuist ze naar Paleis Huis ten Bosch in Den Haag en wordt Drakestein een koninklijk buitenverblijf.
Bij het kasteel hoort ook nog een kapel, die volgens overlevering uit de 11e eeuw stamt, maar deze is beslist van jongere datum.

Het is moeilijk om een beeld te vormen van het oudste kasteel. Omdat de naam op stein eindigt weten we dat het van steen gebouwd was. Op een kaart uit 1619 zien we een l-vormig gebouw.
Bij de laatste restauratie (1959 - 1962) bleek dat de oudste delen van het huis uit 1640 stammen. Hieruit maken we op dat Gerard van Reede na 1640 een geheel nieuw huis liet bouwen na de dood van zijn vader. Het huis werd toen gebouwd in Hollands-classicistiche stijl. In 1643 is het huis grotendeels gereed want de stad Utrecht schenkt een gebrandschilderd raam met het wapen van Utrecht. Het nieuwe huis is achthoekig, met een onderhuis, bel-etage en een verdieping en werd gedekt door een zadeldak. Drakestein was met uitzondering van het front geheel in baksteen opgemetseld. Tot 1780 bezat het huis een voorgevel met grote Ionische zuilen en had de bel-etage een ingang met een zandstenen kozijn. Verder was het huis voorzien van Italiaanse vensters, met uitzondering van de bovenste verdieping, die voorzien was van bolkozijnen. Hoewel het achthoekige huis ťťn geheel lijkt te vormen, bestaat het toch uit drie beuken. De middenbeuk is verdeeld in voor- en achterruimte, terwijl de twee smallere zijbeuken een rechthoekige ruimte bezitten en twee driehoekige ruimten. Alle ruimten hebben twee vensters, behalve de driehoekige kamers, die maar ťťn venster hebben.

Voor de verbouwing van 1780 had het huis ook een ingang op de kelder-verdieping. Deze ingang kon men bereiken via een onderbrug, die we afgebeeld zien op een tekening uit 1665. Men kwam dan binnen in een grote rechthoekige hal met witte en zwarte marmeren vloertegels. Daarachter bevond zich een tweede ruimte, die mogelijk als woonvertrek dienst gedaan heeft. Aan de hand van sporen van een grote keukenschouw, moet de keuken zich in de linker beuk bevonden hebben.
De driehoekige ruimten in de zijbeuken deden vermoedelijk dienst als bergruimten, terwijl zich in de driehoekige ruimte linksvoor de trap bevond. Deze ruimten waren niet verwarmd, evenals de bovenverdieping, waar zich waarschijnlijk de slaapvertrekken bevonden.

Rond 1780 werd het huis veranderd door het verwijderen van het front met de Ionische zuilen en werden de kruiskozijen vervangen door schuifkozijnen. In het begin van de 19e eeuw werden de ramen nogmaals vervangen.
Bewoners 1359 - 1387 Werner van Drakenborg
1387 - 1436 Frederik van Drakenborg
1436 - 1456 Johan van Drakenburg
1456 - 1498 Johannes van Drakenburg
1498 - 1518 Frederik van Drakenburg
1518 - 1520 Johan van Drakenburg
1520 Josina van Drakenburg, getrouwd met Dirk van Zuylen van de Haar
Claas van Zuylen van de Haar
- 1597 Karel van BourgondiŽ, heer van Sommelsdijke en St. Annaland
1597 - 1610 Jan van BourgondiŽ
1610 - 1625 mr. Simon van Veen
1625 - 1640 jhr. Ernst van Reede
1640 - 1669 Gerard van Reede
1669 Amsterdamse patriciŽr Johan Reynst
oudste dochter, getrouwd met mr. David de Wildt
- 1779 Isabella Lucretia Barchman Wuytiers
1779 - 1807 mr. Court Willem Sander
1807 - 1834 mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein
1834 - 1866 Frederik Lodewijk Herbert Jan Bosch van Drakestein
1866 mr. Paulus Jan Bosch van Drakestein
- 1959 Frederik Lodewijk Bosch van Drakestein
1959 H.M. Koningin Beatrix
Huidige doeleinden Het kasteel is nu eigendom van H.M. Koningin Beatrix.
Opengesteld Het kasteel is niet opengesteld.
Foto's Ansichtskaart van voorzijde van kasteel Ansichtskaart van de voorzijde van kasteel Foto van het toegangshek Luchtfoto van het kasteel
Tekening van BrouŽrius van Nidek Tekening van het kasteel door C. Pronk ca. 1730 Tekening van de kapel door P.A. Schipperus Tekening van het kasteel door P.A. Schipperus
Tekening door Hendrik Spilman naar Jan de Beijer (ca 1750)
Bronnen Tekst: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht
Foto 2 en 3: Uit eigen collectie
Foto 1 en 4: Peter van der Wielen
Afb. 1 en 2: boek: Provincie Utrecht, 1966
Afb. 3 en 4: Wandelingen door Nederland
Afb. 5: Hans van Osch