Broekelreweert

Ligging Deze stenen kamer stond in de Middeleeuwen nabij de rivier de Aa en Evenaarswetering. ongeveer ter hoogte waar nu de Botersloot, gelegen naast de Boterwal, uitmondt in de Aa, bij Nieuwer ter Aa.

Kaartje, dat de verbingsweteringen tussen Vecht en Aa aangeeft

Ontstaan Wanneer deze stenen kamer is ontstaan is mij niet bekend; de oudste oorkonde waarin de stenen kamer genoemd wordt is 1423.
Geschiedenis In 1394 wordt de echtgenote van "Luyf van Ruweell" beleend met 13 morgen land. Deze belening vindt plaats, omdat het gebruikelijk was bij de komst van een nieuwe bisschop de belenigen opnieuw te bevestigen. In 1393 was Frederik van Blankenheim de nieuwe bisschop geworden. De echtgenote van Luyf moet al langer leenvrouwe van het goed zijn geweest. In 1423 wordt Loef van Ruwiel beleend met 13 morgen land gelegen in "Broeckelreweert". Deze belening vindt plaats, omdat zijn moeder overleden is. Loef dient het verzoek in om het leen te splitsen in twee delen. Het ene deel, "drie camp lants, die sevendenhalve mergen lants holden ende gelegen sijn op die Evener weteringe" moet in leen gegeven worden aan Frederic Willemss en het andere deel "een steenen camer staende op seven mergen lants, gelegen in Broeckelreweert" aan hem zelf. In 1426 en 1434 worden deze twee beleningen door nieuwe bisschoppen bevestigd. In 1434 wordt gesproken over "achtemergen lants met enen steenhuys, dat daer op staet, gelegen in Brokelreweerde". Loef van Ruwiel had waarschijnlijk geen zoon, zodat in 1439 zijn dochter Beatrix van Ruwiel met de stenen kamer wordt beleend. Zij is getrouwd met Dirk van Zandhorst en doet acht jaar later, in 1447 afstand van het goed. Vervolgens wordt dan Hubert van Pallaes ermee beleend. In 1456 wordt deze belening bevestigd.
NB. De in 1394 genoemde Loef van Ruwiel was naar alle waarschijnlijkheid een achterkleinzoon van de Loef van Ruwiel, die de eerste heer was van het Loefsgerecht van Ruwiel, in de Lage Haar. Laatstgenoemde was een zoon van heer Gijsbert I van Ruwiel en vrouwe Agniese van Langerak.
Frederic Willemsz, met wie Loef van Ruwiel zijn 13 morgen land deelde, was schout en woonde in het Regthuys in Breukelen.
In 1484 komen we Loef van Pallaes tegen. Door de voornaam Loef bestaat het vermoeden dat de familie Van Pallaes verwant was aan de Van Ruwiels.

Zoals hierboven vermeld wordt Broekelreweert voor de eerst maal in 1423 vermeld in een leenprotocol. Door de manier waarop over de stenen kamer gesproken wordt, maken we op dat deze toen al bestond. In elk geval moet het huis ontstaan zijn na 1150. Omstreeks dat jaar werd de heerlijkheid Breukelerwaard bedijkt en in cultuur gebracht.
Als in 1474 Hubert van Pallaes sterft, wordt zijn zoon Floris van Pallaes door de Utrechtse bisschop beleend met 7 morgen land en de stenen kamer in de Breukelerwaard. In 1496 sterft bisschop David van Bourgondië en zijn opvolger, bisschop Frederik van Baden, beleend Floris opnieuw met het goed. In 1498 sterft Floris van Pallaes en wordt zijn zoon Ariaen van Pallaes met de stenen kamer beleend. Hij zag echter van zijn Breukelerwaardse aanspraken af en vervolgens wordt Henrick van Vorn ermee beleend. De familienaam van deze Henrick komen we in de akten verder tegen als Van Voerd, Van Voerdt, Van Voern, Van Voerde en Van Voorn. Het vermoeden bestaat, dat Henrick familie was van het geslacht Van Voorn, dat huis Voorn bij De Meern als eigendom bezat.

In 1516 wordt Goerd van Voerd door de bisschop beleend met de 7 morgen en de stenen kamer, "na dode zijns vaders Henrick van Voerd". In 1518 laat Goerd vastleggen, dat, mocht hij zonder nakomelingen sterven, de stenen kamer zou moeten vererven op zijn neef Johan van Loenersloot. Dan volgt er iets in de tekst van A.A. Manten die ik niet begrijp. Maaar in 1514 wordt dan Elisabeth van Loenersloot, weduwe van Koert de Gruyter, met Broekelreweert beleend. Zij blijft hiervan de eigenaresse tot 1546, waarna zij het bezit overdraagt aan Ghijsbert Hendricksz.
Het is onduidelijk wanneer deze stenen kamer zijn speciale functie verloor en onderdeel werd van de boerderij.

Een stenen kamer had meestal een L-vormige plattegrond, en bestond uit een houten boerderij met daaraan vast een stenen uitbouw die afzonderlijk kon worden gebruikt voor een voornaam doel.
Welke functie(s) deze stenen kamer heeft gehad, is onduidelijk.
* Waarschijnlijk heeft deze stenen kamer geen functie gehad als bewaking. In 1452 werd er in de rivier de Aa een dam gelegd, ter hoogte van de stenen kamer, maar de stenen kamer bestond toen al en werd daarom niet gebouwd om deze dam te bewaken.
* De stenen kamer zou als woning gediend kunnen hebben van de proost en andere leden van het Kapittel van Sint-Marie. Het kapittel was immers eigenaar van de gerechtsheerlijkheid Breukelerwaard. Ook zou het goed kunnen dat Loef van Ruwiel of één van zijn nakomelingen in de stenen kamer woonde. Hij was een zoon van Gijsbert I, heer van Ruwiel.
* Of de stenen kamer gediend heeft voor eventuele bescherming van de mensen uit Oud Aa in tijden van gevaar is twijfelachtig. Een stenen kamer had muren van maximaal 60 cm dikte en dit zou niet voldoende bescherming bieden. Bovendien lag kasteel Ruwiel heel erg dichtbij.
* In 1546 komen we in de archieven de vermelding van heemwerf tegen. Deze stenen kamer heeft in elk geval dienst gedaan als rechthuis.
Bewoners het Kapittel van Sint-Marie
Huidige doeleinden Van deze kamer is niets meer terug te vinden.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Kaartje met de locaties van stenen kamers bij Breukelen Detail van kaart door J.J. Beeldsnijder uit ca 1570
Bronnen Tekst: A.A. Manten en M. Laméris, Breukelen, Geschiedenis en architectuur, SPOU, Zeist, 2008, blz. 37
A.A. Manten en B.F. van Wallen, De stenen kamers Galgweert en Broekelreweert bü Breukelen, In: Tijdschrift Historische Kring Breukelen, jrg 14, nr. 1, 1999, blz. 13 - 21
A.A. Manten en B.F. van Wallen, De functie van de stenen kamers Galgweert en Broekelreweert bij Breukelen, In: Tijdschrift Historische Kring Breukelen, jrg 14, nr. 2, 1999, blz. 67 - 76
Afb. 1: A.A. Manten en M. Laméris, Breukelen, Geschiedenis en architectuur
Afb. 2 en 3: A.A. Manten en B.F. van Wallen, De functie van de stenen kamers Galgweert en Broekelreweert bij Breukelen