Batestein

Ligging Dit huis stond even ten westen van Harmelen op de smalle zuidelijke oeverwal van de Oude Rijn. Het kasteel stond langs de straat met de naam Batestein, op de hoek Uitweg/Bernhardlaan.

tekening van Jan de Beijer uit 1744

Ontstaan De eerste vermelding dateert uit 1403.
Geschiedenis In 1403 wordt het kasteel beleend aan Hendrik van Wede. Waarschijnlijk stond het kasteel er toen al, maar daarover is niets bekend. Hendrik was in 1399 beleend met een goed Wede onder Amersfoort, vandaar dat hij zich Van Wede noemde. Hij is getrouwd met een zekere Wendelmoed en het echtpaar krijgt twee kinderen: Agnese en Aleid. Beide dochters worden in 1407 met Batestein beleend, terwijl Hendrik pas in 1442 sterft.
In 1452 wordt het kasteel beleend aan Zweder van Zuylen Dirksz. Hij is maarschalk van het Nedersticht en sterft in 1477. Het kasteel blijft tot 1549 in de familie Van Zuylen. In dat jaar wordt Sander van Bommel met het huis beleend. Het kasteel gaat daarna een aantal keer in andere handen over.
In 1580 wordt het kasteel gekocht door Goert van Reede tot Saesveld, die ook al eigenaar van de kastelen Amerongen, Zuylenstein en Nederhorst is. Na de dood van Goert, erft zijn zoon Gerard van Reede het kasteel. Hij woont echter op Nederhorst, dat hij ook van zijn vader erft en hij besluit Batestein te verkopen. Door deze verkoop komt het huis in bezit van Pedro Ormea. De familie Ormea is een bankiersfamilie. Hij was getrouwd met Anna de Milan, die ook uit een geslacht van bankiers stamde. Hun huwelijk blijft kinderloos en na hun dood vererft het kasteel op Bernardijn Ormea, heer van 's Gravesloot, een neef van hen (1600).
In 1617 laat hij het linkerdeel van het kasteel opniew optrekken in Hollands-Renaissance-stijl. Na hem vererft het kasteel aan zijn dochter Sara, die getrouwd is met Abraham Ormea, die uit een andere tak van de familie stamt. Deze Abraham laat in 1637 een zandstenen omlijsting aanbrengen rond de voordeur van het huis. Na de dood van Sara en Abraham, vererft het huis op hun dochter Lucretia. Zij is in 1678 getrouwd met mr. Bernardus Costerus, die baljuw en burgemeester van Woerden is. Omdat hun huwelijk kinderloos blijft, wordt het huis na hun dood verkocht.
De nieuwe eigenaresse wordt Jacomina Clotterbooke in 1715, die het kasteel in 1733 verkoopt aan haar zus Eva. Jacomina en Eva zijn kleindochters van Jacomina Ormea, een zus van de hierboven genoemde Abraham Ormea. Eva Clotterbooke trouwt met prof. mr. Petrus Burman, die hoogleraar in de welsprekendheid te Leiden was. Het echtpaar woont op Batestein en krijgen een zoon Franciscus, die in 1741 het kasteel erft. In 1744 verkoopt hij het huis echter aan prof. mr. Abraham Wieling, hoogleraar in de rechtsgeleerdheid in Utrecht.
Na nog enkele eigenaren, wordt het kasteel uiteindelijk in 1807 gekocht door mr. Jan Meulman, baljuw van Woerden. Als hij in 1847 sterft, blijkt dat het huis belast is met schulden. De erfgenamen van Jan Meulman, besluiten het huis te verkopen. De nieuwe eigenaren worden Fredericus Leo van Blaricum en Bernardus Lenssinck, die het huis twee jaar later afbreken. Alleen een lage vleugel blijft nog tot 1911 gespaard.
Hoe het oudste huis eruit heeft gezien is niet bekend. Het zal een omgracht kasteel zijn geweest. Aan de hand van afbeeldingen uit de 18e eeuw, kunnen we ons een voorstelling van het huis maken. Batestein stond in een rechthoekige gracht, met aan de oostzijde een plaats met een put. Na de verbouwing van 1617 was het huis negen ramen breed. De hoofdvleugel was drie verdiepingen hoog, de zijvleugel twee. Het huis werd gedekt door een dubbel zadeldak tussen trapgevels. Tegen de onderzijde van de voorgevel was een aantal steunberen gemetseld. Rechts van de hoofdingang zien we een bouwnaad. Het gedeelte rechts hiervan is waarschijnlijk ouder, dan het linkergedeelte, dat uit 1617 stamt.
De benedenverdieping bestond uit een vestibule, een gang, de eetkamer, een zaaltje van vier ramen breed en een vertrek van één raam breed. De keuken bevond zich in de zijvleugel. Op de eerste etage bevonden zich twee overlopen, een meidenkamer, een bovenvoorkamer (waarschijnlijk de slaapkamer van de heer des huizes), een linnenkamer, een boekenkamer en een tweede bovenkamer. Waarschijnlijk bevonden zich op de tweede etage een achterzolder, een kleerzolder en nog een tweede achterzolder. Onder het huis bevonden zich onder de zaal nog twee kelders, namelijk een wijnkelder en een keukenkelder.
Bewoners 1403 Hendrik van Wede
1407 Agnese en Aleid van Wede
1452 - 1477 Zweder van Zuylen Dirksz
- 1549 familie Van Zuylen
1549 - 1553 Sander van Bommel, hoogheemraad en secretaris van de Lekdijk Bovendams
1553 mr. Johan ten Berghe
1556 mr. Marius de Vos, raad ordinaris in het Hof van Utrecht
1566 - 1579 Dirk Schaep Jacobsz, stadhouder van de Utrechtse lenen
1579 - 1580 Gerrit Schaep, broer van Dirk
1580 Goert van Reede tot Saesfeld
ca 1590 Geert van Reede
1593 Pedro Ormea
1600 Bernardijn Ormea, heer van 's Gravesloot
ca 1630 Sara Ormea, getrouwd met Abraham Ormea
- 1715 Lucretia Ormea, gehuwd met mr. Bernardus Costerus, burgemeester van Woerden
1715 - 1733 Jacomina Clotterbooke, achternicht van Abraham Ormea
1733 - 1741 Eva Clottervooke, zus van Jacomina, gehuwd met prof. mr. Petrus Burman
1741 - 1744 Franciscus Burman
1744 - 1746 prof. mr. Abraham Wieling
1767 - 1796 mr. Johannes Jacobus Schele, kanunnik van St. Pieter te Utrecht
1796 - 1807 Johannes Jacobus Schele, zoon van bovengenoemde
1807 - 1847 mr. Jan Meulman 1847 - 1849 Fredericus Leo van Blaricum en Barnardus Lenssinck
Huidige doeleinden Er is een gevelsteen uit 1617 bewaard gebleven, die ingemetseld is in het woonhuis aan de Batestein nr. 37. In de grond bevinden zich nog funderingen, o.a. bij de watertoren, die in 1909 werd gebouwd.
Opengesteld Het terrein is niet toegankelijk.
Foto's Gravure van Hendrik Spilman naar Jan de Beyer ca 1750
Bronnen Tekst: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht
R.S. Kok, Van bronstijd-boerderij tot lusthof voor Van Brederode. Een verkenning van de archeologie van Vianen, In: Archeologische Kroniek van Utrecht 2002-2003, blz. 25
Afb. 1: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht
Afb. 2: boek: Provincie Utrecht, 1966