Nieuw-Amelisweerd

Ligging Aan de Kromme Rijn, Koningslaan 1 in Bunnik.

Foto van de Voorzijde van het huis

Ontstaan Nieuw-Amelisweerd ontstond door het opsplitsen van de waard Amelisweerd in Oud-Amelisweerd en Nieuw-Amelisweerd door de zonen van ridder Amelis, die het goed in 1224 in leen kreeg. De eerste vermelding dateert van 1395 onder de naam Groenewoude.
Geschiedenis In de middeleeuwen was het gerecht Amelisweerd allodiaal bezit van de proosdij van Oudmunster. Wanneer het overgegaan is in handen van bisschoppelijke ministerialen is onduidelijk. In 1224 komen we Amelius uten Werde tegen, die dus exact de naam had van dit gerecht. In 1274 komen we een nakomeling van hem tegen, ook met de naam Amelis, die dit goed in leen had. De volgende vermelding komen we pas meer dan 100 jaar later tegen: In 1395 is Jacob van Groenewoude leenman over het westelijke deel van het gesplitste gerecht en er wordt dan gesproken over een "huse en getymmert. Op het oostelijke deel ontstond Oud-Amelisweerd.
Via Mabelia van Groenewoude (dochter van Jacob?) vererft het kasteel in 1438 op haar zoon Jacob Proeys. Omdat Jacob alleen dochters heeft, komt Nieuw-Amelisweerd in bezit van de familie Leeuwenberg in 1489: dochter Margreet trouwde met Henrick Leeuwenberg. Hun zoon Albrecht Leeuwenberg, domkanunnik en proost van West-Friesland erft het kasteel in 1521 en hij krijgt in 1538 erkenning van zijn huis als ridderhofstad.

Vier jaar later vererft het kasteel op zijn zus, Agnes Leeuwenberg. Zij stichtte het Gasthuis Leeuwenberg en heeft na haar dood in 1569 de heerlijkheid nagelaten aan dit Gasthuis. Het kasteel vererft echter op Willem van Braeckel, die in hetzelfde jaar sterft en dan erft Hillbrandt van Elst het. Dertien jaar later besluit hij het kasteel te verkopen en de nieuwe eigenaar wordt Albrecht van Leeuwen. Albrecht sterft in 1615 en Nieuw-Amelisweerd vererft op zijn zus Catharine.
Catharine van Leeuwen had zelf geen kinderen en laat het kasteel na haar dood in 1624 na aan de dochter van haar zus Maria: Beatrix van Weede. Zij draagt een jaar later het goed over aan mr. Johan de Goyer, die er in dat jaar 1625 ook mee wordt beleend. Omdat Johan ook geen kinderen heeft, vererft het op zijn neef Dirck de Goyer.

In 1664 staat het kasteel weer te koop. De nieuwe eigenaars worden Petronella Campe en haar dochter Martha Maria Huygens. De koop vond waarschijnlijk plaats, omdat Martha Maria op het punt stond te trouwen met Hendrik van Utenhove. Omdat Hendrik nu eigenaar was van een ridderhofstad, kon hij worden ingeschreven in de ridderschap van Utrecht. Nieuw-Amelisweerd wordt in 1672 zwaar getroffen door de vernielzucht van de Fransen. Of het kasteel toen gedurende 35 jaar een bouwval geweest is, is mij (KBR) niet duidelijk. Volgens de gegevens geef Hendrik pas in 1707 opdracht tot de bouw van het huidige landhuis, andere bronnen spreken van nieuw huis in 1684.
Hendrik overleeft zowel zijn eerste vrouw Martha Maria, als ook zijn tweede, Isabella Louise Hoeufft, met wie hij in 1683 getrouwd was. In 1715 sterft hij op 85-jarige leeftijd en wordt opgevolgd door zijn kleinzoon Reynier. Reynier trouwt met Henriëtte Johanna Cabilliau en geeft in 1740 opdracht tot de bouw van het koetshuis. Als hij in 1745 sterft, wordt zijn zoon, mr. Hendrik van Utenhove, heer van Amelisweerd. Hendrik trouwt in hetzelfde jaar met Maria Jacoba Cornelia gravin van Efferen. Na een huwelijk van ruim 20 jaar sterft hij tussen april en oktober 1767 aan pleuris.
Als zijn weduwe in 1771 met de Franse Edelman Maximilian Henri de Saint Simon, marquis de Sandricourt trouwt, gaat Amelisweerd over op een achterneef, Maurits Carel van Utenhove, heer van Bottestein. Omdat de nieuwe heer van Amelisweerd op Bottestein woonde, lijkt het er op, dat het echtpaar de Saint Simon-van Efferen op het kasteel bleef wonen. Bij het ontstaan van de Bataafse Republiek in 1795 vluchtte het echtpaar naar Göttingen in Duitsland, alwaar Maximilian Henri nog in hetzelfde jaar stierf en zijn echtgenote 3 jaar later.

Maurits Carel van Utenhove was al in 1780 overleden en de rechten op het kasteel waren overgegaan op zijn zoon Maximiliaan Louis, baron van Utenhove. Na het vertrek van eerder genoemde echtpaar naar Göttingen, ging de weduwe van Maurits Carel, Johanna Harmine baronesse d'Yvoy, er met enkele kinderen wonen. Na een periode van 144 jaar in het bezit te zijn geweest van één familie, wordt het kasteel in 1808 verkocht aan koning Lodewijk Napoleon, die op dezelfde dag ook eigenaar wordt van Oud-Amelisweerd. Op Nieuw-Amelisweerd wilde de koning zijn manschappen vestigen en zelf wilde hij op Oud-Amelisweerd gaan wonen. Dit duurde echter maar kort, want in 1810 verdween Lodewijk Napoleon al weer naar Frankrijk.
Lodewijk Napoleon verkoopt Nieuw- en Oud-Amelisweerd dan aan mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin, die deze beide kastelen mogelijk kocht om ze weer met winst te verkopen, want een jaar later staan de kastelen weer te koop en worden dan gekocht door jhr. mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Hij was burgermeester van Utrecht en sinds 5 jaar eigenaar van Drakestein.

Als jonkheer Paulus Wilhelmus in 1834 sterft, vererft Nieuw-Amelisweerd op zijn oudste zoon, jhr. mr. Willem Bosch van Drakestein. Hij trouwt met Johanna Sara ten Hagen en samen krijgen ze maar één zoon. Deze zoon, Henricus Paulus Cornelis, erft op 13-jarige leeftijd het huis van zijn vader, als deze in 1853 sterft. Gedurende zijn hele leven woont hij op Nieuw-Amelisweerd en laat vele veranderingen aan het huis aanbrengen. Als hij in 1914 sterft, wordt hij opgevolgd door zijn zoon jhr. Johannes Ludovicus Paulus Bosch van Drakestein. De nieuwe eigenaar woonde al vanaf 1900 samen met zijn echtgenote in de villa Groenewoude, die speciaal voor het echtpaar tegenover de oprijlaan gebouwd was. Als hij in 1929 sterft, wordt hij opgevolgd door zijn tweede zoon jhr. René Paul Ignace Ghislain Bosch van Drakestein, hoewel het huis eigendom blijft van alle broers en zussen. In 1963 besluiten ze gezamenlijk om Nieuw-Amelisweerd te verkopen aan de Gemeente Utrecht. Bij deze verkoop horen ook de boerenhofsteden de Boeije en de Kleine Kuil en zes woningen.

Het landgoed is, na enige jaren leegstand, in 1971 door een woongroep gekraakt. In 1984 is het landgoed gerestaureerd door architect Hoogenberk. Het initiatief voor deze restauratie is destijds genomen door de groep bewoners die het huis kraakten. Het huis is toen geschikt gemaakt voor individuele kamerbewoning en het telt momenteel 17 appartementen, met gezamenlijke voorzieningen.

De woongroep heet Experimentele Leefgemeenschap Nieuw Amelisweerd. De naam van de stichting van bewoners is altijd ongewijzigd gebleven, maar de bewoners doen vrijwel niets meer gezamenlijk. Het huis is ondertussen technisch gesproken eigendom van woningbouw corporatie Mythros, van wie de bewoners als stichting het huis huren. Iedere bewoner heeft een officieel individueel huurcontract met deze stichting.
In 1958 werd het voortbestaan van Nieuw-Amelisweerd op het spel gezet. Rijkswaterstaat wilde de huidige A27 door het gebied laten lopen. Door een massale actie van de Utrechtse bevolking kon die dreiging worden afgewend. Twaalf jaar duurde de juridische strijd tussen "De Vrienden van Amelisweerd" en Rijkswaterstaat. In 1982 viel de beslissing. Op 24 september 1982, toen de rechter nog met de uitspraak bezig was, kapte men met vijf en een half uur in totaal 638 bomen. Toch heeft het actievoeren resultaat opgeleverd. De kapbreedte voor de weg werd op last van de Raad van State teruggebracht van 175 naar 55 meter.

Uit de archieven valt niet op te maken wanneer Nieuw-Amelisweerd gebouwd werd. De oudste vermelding uit 1395 van een 'huse ende getymmert' doet vermoeden dat we in elk geval toen met een stenen huis te maken hadden. De oudste afbeelding van het huis dateert van 1665, enkele jaren voor de verwoesting van het kasteel door de Fransen in het rampjaar.
Op deze afbeelding zien we een omgracht L-vormig huis, met een kelderverdiepingen, twee woonlagen en een zolder, gedekt door een zadeldak. De voorgevel was op elke woonlaag voorzien van drie kruisvensters en het huis was bereikbaar via een ophaalbrug. De zijvleugels waren op elke woonlaag voorzien van twee smalle vensters met in de top een luik, waaruit we opmaken, dat de zijvleugels ook voorzien waren van een vliering. De binnenzijde van het L-vormige huis was voorzien van een uitbouw, die mogelijk secreten bevatte. Dit huis wordt ook nog afgebeeld op een kaart uit 1674.

Op twee tekeningen van Pronk en Serrurier zien we dat het huis door Hendrik van Utenhove en Martha Maria Huygens flink verbouwd is. Het nieuwe huis is niet meer omgracht en waarschijnlijk is het oude huis afgebroken en is het erbij behorende dienstgebouw uitgebouwd tot het huidige huis. Aan de hand van de kaart uit 1674 blijkt ook dat het nieuwe huis op dezelfde plek ligt als het op die kaart ingetekende dienstgebouw.
Het huis is nu symmetrisch geworden en voorzien van een middenrisaliet. Links en rechts hiervan bevinden zich gelijke gevels, die elk voorzien is van een ingang. Het huis zou door twee verschillende gezinnen bewoond kunnen worden, maar uit de archieven blijkt niet, dat zich dat ooit voorgedaan heeft. Deze indeling van het huis lijkt daarmee op de 17e eeuwse stadsdubbelhuizen, wat we ook tegen komen bij het 18e eeuwse huis Ter Meer in Maarssen. Het huis had elf traveeën.

Op tekeningen uit de 19e eeuw zien we een veel eenvoudiger huis. Het elf vensters brede huis, heeft nu nog maar acht empire-vensters. In "de Tegenwoordige Staat" uit 1772 wordt gesproken over "een sierlijk nieuwerwets gebouw, met vier gedekte schoorsteenen". Daar uit maken we op, dat het huis recent verbouwd zou moeten zijn. En dan zien we dat Maximilian Henri de Saint Simon, marquis de Sandricourt, door zijn huwelijk met Maria Jacoba Cornelia, gravin van Efferen, in 1771 eigenaar geworden is. Het is goed mogelijk dat deze marquis direct gestart is met de verbouw van het huis.
De begane grond bestond toen uit een vestibule, salon en zaal, die via deuren, die op een rij stonden, een zogenaamde enfilade, bereikt konden worden. Links van de vestibule bevond zich een kleine kamer, die dienst deed als kantoor van de landheer en later als opkamer. In de twee zijvleugels bevonden zich een eetzaal, een keuken en vertrekken voor het personeel, terwijl op de bovenverdieping zich de slaap- en kleedkamers bevonden.

Dan vindt in de jaren 1864 en 1865 de laatste grootscheepse verbouwing plaats. De toenmalige eigenaar geeft architect Samuel Adrianus van Lunteren. Door hem worden de bakstenen gevels gepleisterd en voorzien van nepvoegen en voegt hij een opzetstuk toe over de hele breedte van de voorgevel. Hierdoor kreeg het huis een veel voornamere indruk. In de eerder genoemde ruimte, die als opkamer dienst deed, werd een Utrechtse schouw geplaatst en het huis werd voorzien van een nieuw trappenhuis. Zoals het huis er na deze verbouwing uit zag, ziet het er tegenwoordig in grote lijnen nog steeds uit. De restauratie in de jaren 1983 en 1984 was consoliderend van aard.
Bewoners 1224 Amelius uten Werde
1274 Amelis uten Werde
1395 Jacob van Groenewoude
1438 - 1485 Jacob Proeys (vererving)
1485 - 1489 Bernard Proeys (zoon)
1489 - 1511 Margaretha Proeys (zuster), getrouwd met Hendrik van Leeuwenberg
1511 - 1521 Jan van Leeuwenberg (zoon)
1521 - 1542 Albrecht van Leeuwenberg, Domkanunnik (broer)
1542 - 1562 Agnes van Leeuwenberg (zus)
1562 - 1569 Willem van Braeckel
1569 - 1582 Hillbrandt van Elst (familie)
1582 - 1615 Albrecht van Leeuwen (koop)
1615 - 1624 Catharine van Leeuwen
1624 - 1625 Beatrix van Weede (nicht)
1625 - 1657 mr. Johan de Goyer
1657 - 1664 mr. Dirck de Goyer
1664 - 1681 (Petronella Campe en) Martha Maria Huygens, getrouwd met Hendrik van Utenhove
1681 - 1715 Hendrik van Utenhove
1716 - 1745 Reynier van Utenhove (kleinzoon)
1745 - 1761 mr. Hendrik van Utenhove
1761 - 1771 Maria Jacoba Cornelia, gravin van Efferen, getrouwd met Maximilian Henri de Saint Simon, marquis de Sandricourt
1771 - 1780 Maurits Carel van Utenhove, heer van Bottestein
1771 - 1795 bewoond door echtpaar de Saint Simon-van Efferen
1780 - 1808 Maximiliaan Louis baron van Utenhove
1795 bewoond door Johanna Hermina baroness d'Yvoy, weduwe van Maurits Carel van Utenhove
1808 - 1810 koning Lodewijk Napoleon
1810 - 1811 mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin
1811 - 1834 jhr. mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein
1834 - 1853 jhr. mr. Willem Bosch van Drakestein
1853 - 1914 jhr. Henricus Paulus Cornelis Bosch van Drakestein
1914 - 1929 jhr. Johannes Paulus Bosch van Drakestein
1929 - 1964 jhr. René Paul Ignace Ghislain Bosch van Drakestein
1964 - 1971 Gemeente Utrecht
1971 woongroep Experimentele Leefgemeenschap Nieuw Amelisweerd
Huidige doeleinden Het huis is bewoond. Bij Nieuw-Amelisweerd staat een koetshuis, dat in gebruik is als keuken voor het bezoekerscentrum van Oud-Amelisweerd, dat gevestigd in het oude koetshuis aldaar, Koningslaan 11A, waarin exposities over de natuur gehouden worden.
Opengesteld Het huis is niet opengesteld. Wel kan men vrij wandelen in het park er omheen.
Foto's Foto van de Voorzijde van het huis Foto van de achterzijde van het huis Foto van het huis Gravure van het huis door Hendrik Spilman naar Jan de Beyer (ca 1750)
Bronnen Tekst: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, onder redactie van B. Olde Meierink, Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 1995
Krantenartikel in het RD van 22 december 1992
Arjen Meurs
ANWB, Eigen land met open ogen, Utrecht, 1966, blz. 33
Foto 1 en 3: Peter van der Wielen
Foto 2: uit eigen collectie
Foto 4: Elbert van Klaveren
Afb. 1: boek: Provincie Utrecht, 1966